Waarom een steekproef?

Een steekproef is een verzameling eenheden van een populatie, bijvoorbeeld personen, situaties, evenementen of objecten. De eenheden binnen de verzameling hebben een of meerdere eigenschappen gemeen. Op deze eigenschappen is een (wetenschappelijk) onderzoek vaak gericht.

Een belangrijke eigenschap van een onderzoekspopulatie is dat deze altijd kleiner is dan de hele populatie. Bestaat een bepaalde populatie uit bijvoorbeeld 100.000 personen, dan wordt bij een steekproef slechts een deel hiervan onderzocht en dus niet iedereen. Er wordt vaak gekozen voor een steekproef, omdat het gewoon te veel tijd kost om iedereen uit de populatie te ondervragen. Stel dat je onderzoekt wat uitwisselingsstudenten uit landen buiten Europa vinden van het Nederlandse hoger onderwijs. Het is simpelweg onmogelijk om elke uitwisselingsstudent die binnen je onderzoeksdoel valt persoonlijk te interviewen of een enquête toe te sturen.

Bij een onderzoek met een steekproef wil je inzichten krijgen over de populatie. Het te onderzoeken deel van de populatie dient echter wel representatief te zijn voor de hele populatie. Dit betekent dat de eenheden in de steekproef overeenkomstige kenmerken moeten hebben als de groep waar je uiteindelijk een uitspraak over wilt doen, op de eigenschappen die je onderzoekt. Als geslacht bijvoorbeeld een belangrijke variabele in je onderzoek is, en de verhouding man-vrouw in de populatie is 50-50, dan dient de steekproef idealiter ook deze verhouding te hebben.

Hoe groot moet een steekproef zijn?

Je hebt inmiddels onderzocht welke groep je wilt onderzoeken. Dit heb je gebaseerd op je literatuuronderzoek en de probleemstelling. Nu komt waarschijnlijk de vraag naar boven: hoe groot moet mijn steekproef zijn en hoe bepaal ik dat precies?

Het is van belang om een correcte steekproefgrootte te gebruiken. Een te grote steekproef zal zorgen voor onnodig tijdverlies. Een te kleine steekproef kan ervoor zorgen dat de resultaten niet significant zijn. Er kan dan geen betrouwbare conclusie worden getrokken. Het onderzoek zal dan voor niets zijn geweest. Als je op de juiste manier een steekproef samenstelt, met voldoende respondenten, kun je betrouwbare conclusies trekken.

De grootte van de vereiste steekproef is afhankelijk van de mate van homogeniteit. Met homogeniteit wordt bedoeld: de mate waarin de populatie gelijke kenmerken hebben. Hoe sterker de populatie overeenkomt, hoe kleiner de steekproef mag zijn om betrouwbare onderzoeksresultaten te verkrijgen.

Een steekproef bepalen

Wanneer je kwantitatief onderzoek gebruikt als meetmethode voor je scriptieonderzoek, zal de steekproef relatief groot zijn. Kwantitatief onderzoek kan bijvoorbeeld een enquête zijn. Doe je kwalitatief onderzoek in de vorm van observaties of interviews, dan zal de steekproef relatief klein zijn. Het is namelijk eenvoudiger en sneller om 100 enquêtes uit te delen en te laten invullen dan 100 interviews af te nemen. Voor het afnemen van interviews zal de steekproef vaak rond de tien tot twintig respondenten liggen.

Je kunt een steekproef bepalen door allerlei formules te gebruiken en dit handmatig te berekenen. Tegenwoordig zijn er echter verschillende online tools die je kunnen helpen, zoals een steekproefcalculator.

Selecte versus aselecte steekproef

Er zijn twee soorten steekproeven: de selecte en de aselecte steekproef. Een aselecte steekproef is gebaseerd op random sampling. Iedereen uit de populatie heeft evenveel kans om in de steekproef opgenomen te worden. Aselecte steekproeven worden vaak gebruikt bij kwantitatief onderzoek. Er zijn bij een aselecte steekproef verschillende vormen van sampling die gebruikt kunnen worden:

  • Enkelvoudige steekproef: volkomen willekeurig;

  • Systematische steekproef: bijvoorbeeld elke tiende persoon wordt gekozen;

  • Clustersteekproef: Je kiest een groep zoals een team of een vriendengroep;

  • Gestratificeerde steekproef: je neemt een groep, die je vervolgens weer opdeelt op basis van bepaalde kenmerken zoals geslacht of leeftijd.

Zoals je waarschijnlijk al verwacht, worden bij een selecte steekproef de respondenten bewust geselecteerd. Deze selectie wordt vaak gemaakt op basis van bepaalde eigenschappen van een persoon, object of situatie. Ook bij selecte steekproeven kun je weer gebruikmaken van verschillende vormen sampling:

  • Zelfselectie: mensen geven zichzelf op door bijvoorbeeld een advertentie;

  • Quotasteekproef: je stelt een maximumaantal respondenten vast, bijvoorbeeld 50 vrouwen en 50 mannen;

  • Doelgerichte steekproef: de steekproef wordt bepaald op bepaalde kenmerken, zoals ziekte of hobby;

  • Sneeuwbalsteekproef: respondenten die weer respondenten kennen om mee te doen aan het onderzoek. De steekproef wordt steeds groter.

Hulp van een professional

Om een betrouwbaar en representatief onderzoek te krijgen, is het van belang dat je een goede steekproef trekt met de juiste grootte. Verzuim je daarin, dan zal dat ten koste gaan van de kwaliteit van het onderzoek. Je loopt dan kans dat je scriptie wordt afgekeurd.

Twijfel je aan de kwaliteit van je onderzoek? Wil je graag hulp bij statistiek of SPSS krijgen? Schakel dan professionele hulp van Scriptium in. Onze experts hebben al meer dan 10.000 studenten geholpen bij het schrijven en verbeteren van hun scriptie. Daarbij staan ze 7 dagen per week voor je klaar.

10 reacties

  1. Hai Scriptium. Ik doe een onderzoek naar de tevredenheid van patienten op een afdeling naar de kwaliteit van het aangeboden eten. Ik heb daarvoor voor enquetes gekozen en ik moet een steekproef grootte bepalen. Alleen nu zou een ideale steekproef groter zijn dan het aantal patienten op de afdeling. hoe los ik dat op?

  2. Hallo,

    Dank voor je vraag. De steekproef kan nooit groter zijn dan de populatie (het totale aantal patiënten). Je zult de gewenste/juiste steekproef dus opnieuw moeten berekenen aan de hand van de steekproefcalculator.

  3. Is het beter om een selecte of aselecte steekproef te nemen om een representatieve steekproef te krijgen?

  4. Een aselecte steekproef is doorgaans (statistisch) representatiever. De kans dat een selecte steekproef representatief is voor de populatie is groter, en daarmee wordt steekproefbias voorkomen. 

  5. Hii,

    Ik doe een onderzoek naar de prijs\kwaliteit relatie voor een hotelketen. Ik wil een steekproef bepalen voor mijn verdiepend onderzoek maar ik kom er niet uit. Ze hebben 33 hotels. Dit is dus de populatie. Wanneer ik de steekproef probeer uit te rekenen kom ik telkens op 31. Ik kan niet van 31 hotels de prijs/kwaliteitsrelatie onderzoeken maar er wordt nu gezegd dat ik niet voldoe aan het validiteits- en betrouwbaarheidseisen als ik minder dan 31 hotels onderzoek. Hoe kan ik dit op een andere manier uitrekenen?

  6. Hallo Merel,
     
    Bedankt voor je vraag. Je kunt een iets hogere foutmarge nemen dan de gebruikelijke 5% en een lager betrouwbaarheidsniveau. Dan is de betrouwbaarheid van je onderzoek lager, maar hoef je een kleinere steekproef te nemen.

  7. Hallo,
    Ik heb een enquête gedaan bij een bepaalde doelgroep studenten. Die ongeveer 1500 studenten omvat. Waar baseer ik de foutmarge, het betrouwbaarheidsniveau en de mate van spreiding op. Ik heb de info erbij gelezen maar snap het eigenlijk niet.

  8. Hallo Maud,
     
    Een foutmarge geeft aan hoeveel procent je resultaten zullen verschillen van de werkelijke resultaten onder de populatie. Een betrouwbaarheidsniveau van 95% met een foutmarge van 5 procent houdt dus in dat de meting in 95% van de gevallen binnen 5 procent van de werkelijke waarde zal zijn. Als de meting 100 keer wordt herhaald, zal de gemeten waarde 95 maal binnen het interval liggen dat wordt aangegeven. In de overige 5 keer zal het percentage buiten het interval zitten. Stel dus dat uit een onderzoek blijkt dat 50% van de participanten een 7 als cijfer heeft voor een scriptie. Als je een foutmarge van 5% kiest, dan wil dat zeggen dat in werkelijkheid tussen 45% en 55% van de populatie een 7 heeft voor de scriptie. Bij een betrouwbaarheidsniveau van 95% zal in 95% van de gevallen (metingen) tussen de 45% en 55% van de bevolking een 7 hebben. Een foutmarge boven de 10% wordt afgeraden, omdat de mogelijke afwijking van de resultaten van de steekproef ten aanzien van de hele populatie dan te groot wordt, waardoor de resultaten niet heel veel zullen zeggen. Meestal wordt de foutmarge op 5% gezet. Een kleinere foutmarge vereist simpelweg een grotere steekproef. Een hoger betrouwbaarheidsniveau vereist een grotere steekproef.

  9. Hi,

    Ik heb voor mijn scriptie gekozen voor een enquete.
    mijn scriptie gaat over de aankoop online aankoop van interieur artikelen.
    nu heb ik gekozen voor een enkelvoudige aselecte steekproef. nu geven ze aan dat dit bijna onmogelijk is om zo een methode te hanteren. maar willen niet aangeven welke methode dan beter zou zijn.maar mijn inziens is dit toch de juiste methode?

    jeroen

  10. Hallo Jeroen,
     
    Bedankt voor je vraag. Er is te weinig informatie over je onderzoek om die vraag te kunnen beantwoorden. Je kunt de vraag beter op het forum posten en dan ook meer informatie geven over je populatie en onderzoek: forum.scriptium.nl.

    Er zijn onderzoeken waarbij een aselecte steekproef niet de meest geschikte manier is. Dat heeft dan vaak te maken met de respons. Bij peilingen bijvoorbeeld, hebben sommige groepen eerder de neiging om aan een enquête mee te doen, en andere groepen minder. Daardoor krijg je alsnog een niet-representatieve steekproef. Het kan dan beter zijn om juist een selecte steekproef te trekken, waardoor alle groepen gerepresenteerd zijn.

Laat een reactie achter