Het begint met je onderzoeksvraag

Na het kiezen van het scriptieonderwerp, ga je je bezighouden met het opzetten van je onderzoek. In feite vraag je jezelf af wat je graag te weten wil komen binnen het onderzoeksveld van jouw onderwerp. Je gaat een probleemstelling, en aan de hand daarvan, een onderzoeksvraag formuleren en bepalen welk soort onderzoek je gaat uitvoeren. Deze stap noemen we het ontwikkelen van je onderzoeksopzet. Scriptiebegeleiders van externe partijen kunnen je (tegen betaling) helpen bij het opstellen van je onderzoek.

Let op je soort onderzoek

Er zijn verschillende soorten onderzoek en je dient te bepalen welke soort geschikt is voor jouw scriptie. Het soort onderzoek is van invloed op de formulering van je hoofd- en deelvragen en natuurlijk op de validiteit van je conclusie. Lees meer over alle soorten onderzoek via deze link.

De onderzoeksvraag opstellen

Je onderzoeksvraag wordt de hoofdvraag van je onderzoek. Deze vraag bepaalt wat je gaat onderzoeken en hoe je dat gaat onderzoeken.  Ook zorg je met de formulering van je hoofdvraag dat je onderzoek is afgebakend. Doorloop de volgende stappen om een goede hoofdvraag te formuleren:

Stel je onderwerp is ‘theater in het basisonderwijs’. Je dient te bepalen wat je precies wil weten met betrekking tot dit onderwerp. Wil je theater in het basisonderwijs toepassen? Of wil je simpelweg in kaart brengen hoe theater al verwerkt is in de huidige basisonderwijsmethoden? De eerste vraag leidt tot toetsend onderzoek: hoe zijn theateroefeningen van invloed op het huidige basisonderwijs? De tweede vraag leidt tot beschrijvend onderzoek: Hoe zijn theateroefeningen reeds verwerkt in de huidige basisonderwijsmethoden?

We kiezen voor dit voorbeeld voor het beschrijvende onderzoek. Je basisvraag is dus: hoe zijn theateroefeningen reeds verwerkt in basisonderwijsmethoden? Deze vraag is veel te breed. Om een antwoord te formuleren moet je alle theateroefeningen en alle onderwijsmethoden die toegepast worden in Nederland in kaart brengen. Je gaat je vraag, en daarmee je onderzoek, dus afbakenen. Dit gebeurt typisch op basis van locatie en tijd:

Je hebt je onderzoek nu beperkt tot kleuteronderwijs in de Randstad en tot de onderwijsmethoden die op het uitvoeringsmoment van jouw onderzoek toegepast worden. Om je onderzoek nog verder af te bakenen kun je inzoomen op de locatie. Kies bijvoorbeeld een school binnen de Randstad of zelfs een klaslokaal binnen een school:

Ook ‘theateroefeningen’ is een zeer breed begrip. Aangezien ons onderwerp toegespitst is op basisonderwijs is de volgende afbakening aan te bevelen:

Maak het jezelf zo gemakkelijk mogelijk en zorg dat er geen ruimte voor vrije interpretatie in de formulering van je onderzoeksvraag zit. Vaag termgebruik leidt namelijk tot ambiguïteit en dit komt de validiteit en objectiviteit van je onderzoek in een later stadium niet ten goede. Bij een taalcorrectie van Scriptium wordt uitvoerig aandacht besteed aan het oplossen van vaag taalgebruik. Als we nogmaals terugkijken naar onze afgebakende hoofdvraag, kan gesteld worden dat de term ‘hedendaags’ vaag en relatief is. Voor de ene lezer betekent het ‘dit jaar’ en voor de ander ‘dit decennia’. Daarnaast verandert de betekenis van ‘hedendaags’ afhankelijk van wanneer een lezer je scriptie leest, terwijl je jouw onderzoek specifiek hebt uitgevoerd in 2018. Vervang de vage tijdsbepaling dus voor een duidelijk jaartal:

Deelvragen formuleren

Na het formuleren van je hoofdvraag, ga je verder met je deelvragen. Je trekt je onderzoek als het ware in stukjes uit elkaar. Elk antwoord op een deelvraag geeft een stukje van de puzzel die je nodig hebt om antwoord te kunnen geven op de onderzoeksvraag. Laten we onze onderzoeksvraag eens ontleden:

Bij elk onderdeel formuleer je vervolgens een afgebakende en duidelijke deelvraag:

De antwoorden op deze drie deelvragen samen geven de mogelijkheid een antwoord op de hoofdvraag te formuleren.

Laat een reactie achter