Het onderzoek opzetten

Het is zover: het onderzoeksgedeelte van je scriptie. Kies je voor kwalitatief of kwantitatief onderzoek en welke onderzoeksmethode ga je vervolgens gebruiken? Om te bepalen welke methode je gebruikt, zal je moeten kijken naar de populatie. Hoe groot is deze populatie? En welke informatie wil ik van deze populatie krijgen? De kans is groot dat de populatie die je hebt vastgesteld bestaat uit een groot aantal personen of bedrijven, soms wel honderden tot duizenden. Deze kun je natuurlijk niet allemaal gaan onderzoeken. Dit zal enorm veel tijd en geld kosten, binnen een paar maanden afstuderen zal dan ook onmogelijk zijn. Om het onderzoek toch goed af te ronden kun je gebruik maken van een steekproef. Hoe moet je een steekproef trekken?

 

Wat is een steekproef en waarom trek je deze?

Bij het uitvoeren van een onderzoek is je uiteindelijke doel om uitspraken te kunnen doen die gelden voor een grote groep mensen of organisaties. Deze groep noemen we een populatie. Een steekproef is vervolgens een verzameling uit deze populatie. Deze verzameling kan bijvoorbeeld bestaan uit personen, bedrijven of evenementen en hebben een of meerdere eigenschappen gemeen. Op deze eigenschappen is het onderzoek vaak gericht. Bestaat een populatie uit 2000 organisaties, dan wordt bij een steekproef een gedeelte van deze organisaties onderzocht en niet alle 2000. Je trekt een steekproef omdat het in de meeste gevallen onmogelijk is om de gehele populatie te onderzoeken. Door een steekproef te trekken kun je een gedeelte van deze populatie gebruiken om data te verzamelen.

 

Aselecte en selecte steekproef

Er zijn twee soorten steekproeven, de aselecte en de selecte steekproef. Er zijn verschillende manieren om een aselecte of selecte steekproef te trekken. Hieronder leggen we eerst de verschillen van deze twee methodes uit.

Een aselecte steekproef is gebaseerd op random sampling. Hierbij geldt dat alle personen van de te onderzoeken populatie evenveel kans hebben om in de steekproef terecht te komen. Het is hierbij echter wel belangrijk dat je toegang hebt tot alle personen uit de populatie. Een aselecte steekproef kun je eigenlijk vergelijken met een loterij, waarbij elk persoon uit de populatie één lot heeft. Of je de winnaar bent en mee mag doen aan het onderzoek berust enkel op kans. Met een goed uitgevoerde aselecte steekproef kun je de resultaten van het onderzoek generaliseren voor de gehele onderzoekspopulatie. Het onderzoek zal representatief en betrouwbaar zijn.

Bij een selecte steekproef heeft niet iedereen evenveel kans om gekozen te worden voor het onderzoek. Bij een selecte steekproef bepaal je namelijk zelf wie tot deze selectie behoort. Deze onderzoeksmethode wordt vaak gebruikt wanneer je geen toegang hebt tot de gehele populatie zoals wel het geval is bij de aselecte steekproef. Een selecte steekproef kun je vergelijken met bezoekers van een openbaar evenement. Je weet van tevoren niet wie er allemaal komen en je hebt geen lijst met namen.

 

Steekproef trekken: 9 manieren

Binnen de aselecte en selecte steekproef zijn verschillende steekproefmethodes die je kunt gebruiken. We zullen zowel de methodes voor aselecte steekproeven als selecte steekproeven benoemen.

Aselecte steekproefmethodes:
1. Enkelvoudige steekproef:
Iedereen heeft evenveel kans om gekozen te worden voor het onderzoek. Stel je hebt een lijst met 1000 namen, dan geef je elke naam een nummertje. Vervolgens ga je random nummertjes trekken. De getrokken nummers zijn onderdeel van je onderzoek.

  1. Systematische steekproef: Elke zoveelste persoon of organisatie wordt gekozen. Stel je hebt een lijst met 1000 namen, elke 10e naam op die lijst wordt onderdeel van je onderzoek.
  2. Gestratificeerde steekproef: Wanneer je groepen wilt onderzoeken en vergelijken is stratificatie een goede methode. Je dient ervoor te zorgen dat van elke groep evenveel personen aanwezig zijn. Stel je wilt het verschil tussen man en vrouw weten, dan zul je evenveel mannen als vrouwen moeten onderzoeken.
  3. Clustersteekproef: Bij een clustersteekproef kies je niet voor random individuen maar kies je voor gehele groepen met personen. Denk bijvoorbeeld aan een schoolklas of een sportteam.
  4. Meertrapssteekproef: Bij deze steekproefmethode selecteer je de te onderzoeken personen in meerdere stappen. Je kiest bijvoorbeeld eerst een aantal steden, in die steden selecteer je weer een aantal bedrijven en bij die bedrijven selecteer je een aantal medewerkers. Deze selecties zullen wel random moeten

Selecte steekproefmethodes:

  1. Steekproef op basis van gemak (zelfselectie): Met deze methode zet je een advertentie uit op bijvoorbeeld LinkedIn, mensen kiezen vervolgens zelf of ze mee willen doen.
  2. Quotumsteekproef: Je verdeeld je onderzoekspopulatie in een aantal subpopulaties. Uit al die subpopulaties onderzoek je een x aantal personen.
  3. Beoordelingssteekproef / doelgerichte steekproef: De steekproef wordt bepaald op basis van kenmerken, zoals ziekte of hobby. Mensen die niet aan deze kenmerken voldoen worden niet meegenomen in het onderzoek.

 

  1. Sneeuwbalsteekproef: Deze steekproefmethode wordt vaak gebruikt wanneer de respondenten lastig te vinden of bereiken zijn. Je interviewt bijvoorbeeld een werknemer die je vervolgens weer kan doorsturen naar een andere collega, die vervolgens weer een andere collega kent. Oftewel het bekende sneeuwbal effect waarbij het aantal respondenten steeds groter wordt.

 

Scriptiebegeleiding

 

Laat een reactie achter