Correctieschema – Hoe Corrigeren wij je Scriptie?



Onderstaand beoordelingsschema geeft aan welke inhoudelijke knelpunten je scriptie kan bevatten. Dit correctieschema kun je als toetsmiddel voor je eigen scriptie gebruiken. Op welke inhoudelijke punten we je scriptie, plan van aanpak of verslag nakijken, hangt af van welke specifieke problemen er in voorkomen. Onze inhoudelijke controle kan onder andere bestaan uit:

  • Aanscherpen onderzoeksvragen
  • Controle opbouw scriptie
  • Nagaan of theorie aansluit op onderzoeksvraag
  • Controleren of bespreking van methodiek compleet is
  • Nagaan of conclusie aansluit op uitgevoerde onderzoek
  • Wijzen op herhalingen en ontbrekende delen
  • Controleren of je logische redeneerlijn volgt

Om een impressie te krijgen van onze correctie kun je de voorbeelden bekijken.

Onderwerp en context

Het begin van je scriptie is belangrijk, omdat het voor de lezer in één keer duidelijk moet zijn waar het over gaat. Wees dus zo helder, compleet en concreet mogelijk.

  • Is de context duidelijk?
  • Beschrijf je op heldere wijze het onderwerp van je scriptie?
  • Is er een vloeiende overgang van de onderwerp- en contextbeschrijving naar de overige delen van de inleiding?

Aanleiding

In de aanleiding beschrijf je waarom het onderzoek wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de hoofdvraag zal de aanleiding gaan over een theoretisch probleem, een praktisch probleem of een combinatie van beide.

  • Beschrijf je op een duidelijke en logische wijze waarom het onderzoek wordt uitgevoerd?
  • Is het te rechtvaardigen dat juist deze vraag onderzocht zal worden (bestaansrecht onderzoek)?

Probleemstelling

De probleemstelling verwoordt het eigenlijke probleem waarover de scriptie handelt. Een te ruime (vage) probleemstelling geeft te weinig informatie over de beperkingen die je jezelf bij het onderzoek hebt opgelegd en is toepasbaar op vele mogelijke scripties over hetzelfde onderwerp. Alles wat niet wezenlijk bijdraagt tot een beter begrip van je onderzoek, leidt van de hoofdzaak af en maakt dat minder duidelijk wordt waar je onderzoek over gaat. Een handige toets is of je in één zin kunt formuleren wat je wil gaan onderzoeken.

  • Is de probleemstelling duidelijk en bondig gedefinieerd? De probleemstelling dient beperkt te zijn tot de essentiële aspecten van je onderzoek
  • Is de probleemstelling te ruim of te vaag geformuleerd?
  • Maak je het verschil duidelijk tussen probleemstelling en onderzoeksvraag? Een probleemstelling wordt bijvoorbeeld niet beantwoord, een onderzoeksvraag wel.

Relevantie

De relevantie van een onderzoek beantwoordt de vraag waarom je iets wil weten. Hier geef je aan wat je onderzoek toevoegt aan de bestaande kennis. Dat kan een maatschappelijke relevantie zijn of relevantie voor het bedrijf of organisatie. Een onderzoeksvraag is relevant als de probleemstelling nog niet beantwoord is of als de probleemstelling de moeite van het beantwoorden waard is.

  • Ben je duidelijk en logisch in de beschrijving van de relevantie?
  • Theoretische relevantie: voegt je onderzoek iets toe aan de bestaande kennis? Vergroot het wetenschappelijke kennis?
  • Maatschappelijke relevantie: draagt het kennis bij voor anderen/lost het een maatschappelijk probleem op?
  • Praktische relevantie: draagt het kennis bij ter verbetering van de (beroeps)praktijk?
  • Maak je goed onderscheid tussen relevantie en probleemstelling?
  • Gebruik je het juiste kopje voor de subparagraaf (bv. ‘Verantwoording’)?

Onderzoeksvraag

De hoofdvraag  vloeit voort uit de probleemstelling die je eerder hebt geformuleerd. Het is de algemene vraag over hoe dit probleem opgelost gaat worden.

  • Is je onderzoeksvraag neutraal geformuleerd? D.w.z. geen stelling innemen en geen gebruik van suggestieve woorden als ‘perfect’ of ‘goed’.
  • Is je onderzoeksvraag afgebakend? Is het helder welke zaken wel en niet onderzocht worden?
  • Zijn de variabelen/begrippen in je onderzoeksvraag concreet en meetbaar?
  • Bestaat je onderzoeksvraag uit één vraag (en dus niet uit twee of meerdere vragen)?
  • Is de vraag voor één uitleg vatbaar (door iedere lezer op dezelfde manier te interpreteren)?
  • Is je onderzoeksvraag niet te lang?
  • Is het een hoe of waarom- vraag? Dit voorkomt dat je onderzoek te beschrijvend wordt. Er moeten verbanden en effecten te onderzoeken zijn. Een hoe- of waarom vraag zorgt er ook voor dat je aan het slot van je scriptie concrete aanbevelingen kunt doen ter verbetering van een proces, beleid, dienst of product.

Deelvragen

Meestal wordt een hoofdvraag in verschillende deelvragen  onderverdeeld. Via de deelvragen kom je tot de beantwoording van de hoofdvraag.

  • Vormen de deelvragen een precisering van de hoofdvraag of vallen ze er volkomen buiten?
  • Wordt met de beantwoording van de deelvragen uiteindelijk de hoofdvraag beantwoord?
  • Zijn alle deelvragen nodig voor het beantwoorden van de hoofdvraag?
  • Zijn er deelvragen die met elkaar of met de hoofdvraag overlappen?
  • IBestaan de deelvragen uit één vraag?
  • Zijn er niet te veel deelvragen opgenomen (3 à 4 is meestal voldoende)
  • Ben je concreet en specifiek genoeg in de formulering van de deelvragen?
  • Zijn de deelvragen suggestief geformuleerd? Suggestieve vragen zijn niet wetenschappelijk
  • Zijn de deelvragen in een logische volgorde neergezet, d.w.z. volgen ze de opbouw van je scriptie?

Leeswijzer

In de leeswijzer aan het eind van je inleiding beschrijf je kort de opbouw van de rest van je scriptie

  • Beschrijf je alle hoofdstukken van je scriptie?
  • Is de leeswijzer niet te lang?
  • Is je scriptie logisch, volgens de gangbare opbouw  gestructureerd?

Theorie

Het doel van het theoretisch kader  of literatuuronderzoek is te onderzoeken welke modellen en theorieën je gaat gebruiken voor je onderzoek. Om je literatuuronderzoek goed uit te voeren, neem je je probleemstelling en deelvragen als uitgangspunt. Je benoemt en definieert de belangrijkste begrippen uit je probleemstelling en deelvragen, en onderzoekt wat daarover vanuit de theorie bekend is.

  • Hebben je theorieën betrekking op je onderzoek/onderzoeksvraag?
  • Zijn de gebruikte theorieën specifiek genoeg? Te algemene theorieën voegen vaak weinig toe aan het gekozen onderwerp
  • Beargumenteer je waarom je bepaalde theorieën hebt opgenomen? De lezer moet begrijpen waarom de theorie is opgenomen en wat de elementen ervan betekenen.
  • Weid je niet te veel uit en sla je niet te veel zijwegen in?
  • Gebruik je niet te veel theorieën? Hou het aantal theorieën beperkt
  • Licht je abstracte of wetenschappelijke begrippen voldoende toe?
  • Vermeld je de geraadpleegde bronnen?
  • Zijn de bronnen recent genoeg en zijn het wetenschappelijke bronnen?

Methode

In het hoofdstuk methode  vertel je op welke wijze je de data gaat verzamelen. De gekozen onderzoeksmethode vloeit voort uit de onderzoeksvraag. Afhankelijk van je onderzoeksvraag is je onderzoek beschrijvend, verklarend, onderzoekend, definiërend, evaluerend of ontwerpend van aard. Je geeft aan of er sprake is van een kwantitatief onderzoek (cijfermatig onderzoek) of kwalitatief onderzoek (waarnemend onderzoek). Tevens bespreek je welke onderzoeksinstrumenten je hebt gebruikt, bijvoorbeeld interviews, enquêtes, focusgroepen of observaties.

  • Geef je duidelijk aan welke onderzoeksmethode(n) je hebt gebruikt en welke instrumenten?
  • Gebruik je de juiste methode voor het beantwoorden van je onderzoeksvraag en/of deelvragen?
  • Is het volledig? Ben je bijvoorbeeld niet vergeten de betrouwbaarheid en validiteit te bespreken?
  • Bespreek je hoe je aan je steekproef bent gekomen en kun je dit verantwoorden?
  • Geef je aan hoeveel respondenten/geïnterviewden er deelnamen?
  • Betrek je de bespreking van de methoden in voldoende mate op je eigen onderzoek en verval je niet in algemeenheden?

Resultaten en analyse

In het resultaten-hoofdstuk beschrijf je de resultaten  van je onderzoek, die op basis van de uitgevoerde onderzoeksmethode(n) zijn verkregen. De resultaten moeten objectief worden weergegeven. Dit houdt in dat er nog geen conclusies aan worden verbonden. Er mogen echter wel verwachtingen worden gegeven.

  • Geef je de resultaten op een neutrale/objectieve wijze weer?
  • Hebben de resultaten betrekking op hetgeen je hebt willen onderzoeken?
  • Is het resultatenhoofdstuk in verleden tijd opgeschreven? Meestal wordt het resultatenhoofdstuk in verleden tijd geschreven, het onderzoek heeft namelijk al plaatsgevonden. Uitzonderingen zijn zinnen als ‘uit bovenstaande tabel blijkt dat…’.
  • Is er goed onderscheid te maken tussen resultaten en analyse?
  • Zijn er quotes van geïnterviewden opgenomen in het hoofdstuk?
  • Verwijs je naar bijlagen voor de enquêtevragen of interviewvragen?
  • Zijn de resultaten overzichtelijk weergegeven, bijvoorbeeld aan de hand van tabellen?

In de analyse analyseer je de verkregen resultaten. De resultaten van het onderzoek dienen teruggekoppeld te worden naar de onderzoeksvraag. Soms vindt de analyse enkel in het conclusiehoofdstuk plaats.

  • Trek je de juiste verbanden tussen de resultaten en onderzoeksvraag?
  • Zijn de verbanden die je trekt logisch? Worden ze gerechtvaardigd door de verkregen resultaten?
  • Formuleer je de analyse op een heldere en begrijpelijke wijze?
  • Is je analyse gebaseerd op alle belangrijke vragen van je onderzoek?
  • Zijn er inhoudelijke tegenstrijdigheden?

Conclusie

De conclusie is het sluitstuk van de scriptie. In de conclusie  trek je het verband tussen onderzoeksvraag en resultaten, geef je aan welke bevindingen je hebt gedaan door middel van je onderzoek, en beantwoord je de onderzoeksvragen. De conclusie kan soms ook aanbevelingen voor het oplossen van het probleem bevatten, en een discussiedeel, waarin je kritisch reflecteert op het onderzoek en bespreekt welk vervolgonderzoek met betrekking tot je onderwerp zou kunnen worden uitgevoerd.

  • Geef je in het begin van je conclusie nog eens aan waar je onderzoek over ging, ter verfrissing van het geheugen van de lezer?
  • Heeft de conclusie betrekking op hetgeen je onderzoekt/je onderzoeksvraag?
  • Is het niet te veel een samenvatting of herhaling van de resultaten?
  • Heb je erop gelet dat je geen nieuwe resultaten noch nieuwe theorieën bespreekt en dat alles wat je bespreekt voortvloeit uit de resultaten van je onderzoek?
  • Zijn de verbanden die je trekt logisch en helder geformuleerd?
  • Kun je het antwoord op je hoofdvraag verantwoorden op basis van de informatie in je scriptie?
  • Ben je genuanceerd genoeg in je conclusie?
  • Zijn de aanbevelingen bondig en to the point?
  • Dekken de aanbevelingen het gehele onderzoek?
  • Voegen de aanbevelingen iets toe?
  • Bevat het discussiedeel de vereiste elementen, namelijk reflectie op de wetenschappelijke beperkingen van het onderzoek en vooruitblik op vervolgonderzoek?
  • Sluit je af met een pakkende slotzin?