Click Fraud Protection

Taalkundige & inhoudelijke correctie van scripties en essays

Schrijven van je scriptie
4.9/5    99 stemmen
99 stemmen


Wij hechten waarde aan je mening. Breng je stem uit en laat ons weten wat je van Scriptium vindt.

 

Literatuurlijst: verwijzen naar artikelen

Gepost door om 08:18 in blog | 0 comments

Verwijzen in de literatuurlijst: artikelen

Het APA-format kent verschillende richtlijnen en regels voor het verwijzen naar artikelen in de literatuurlijst. In de basis ziet de bronvermelding er als volgt uit:

          Auteursnaam, voorletter(s). (publicatiejaartal). Titel van het artikel: Met eventuele ondertitel. Naam tijdschrift, jaargang(nummer),

                    Eerste paginanummer-laatste paginanummer.

          Baarda, K. (2008). Semigestructureerde interviews: Kwalitatief onderzoek onderzocht. Academische Interventie, 20(4), 13-48.

  • Naam van het tijdschrift

Bij een verwijzing naar een tijdschrift vermelden we de naam van het tijdschrift cursief. Tevens dien je de belangrijkste woorden in de titel te voorzien van een hoofdletter. Vaak passen tijdschriften in de spelling van de eigen titel hoofdletters toe en kun je die schrijfwijze overnemen. De vuistregel voor een tijdschriftnaam in de literatuurlijst is als volgt: zelfstandige naamwoorden, werkwoorden en bijvoeglijke naamwoorden krijgen wel een hoofdletter, lidwoorden, voorzetsels en voegwoorden niet.

  • Titel van het artikel

Zoals bij de titel van een boek dient de titel van een artikel met een hoofdletter begonnen te worden en met een punt te worden afgesloten. Een eventuele ondertitel wordt tevens begonnen met een hoofdletter en wordt van de hoofdtitel gescheiden door een dubbele punt. Het verschil met de titel van een boek is dat deze bij een artikelverwijzing niet cursief is.

  • Online artikelen

In het tijdperk van internet wordt steeds uitvoeriger gebruik gemaakt van online tijdschriften en artikelpublicaties. In de literatuurlijst dient dus vermeld te worden of een artikel online of in een geprinte vorm geraadpleegd is. Daarnaast dient genoemd te worden wanneer en waar het online artikel gevonden is. De American Psychological Association (APA) heeft hiervoor gekozen omdat het internet zeer ontvankelijk is: er kan niet met zekerheid gezegd worden dat er nooit wijzigingen worden aangebracht in een online publicatie. De datum van raadpleging is dus van belang voor het behoud van de betrouwbaarheid van je onderzoek. Het APA-format vereist dat de datum van raadpleging en de URL vermeld worden en dat het jaargangnummer vervalt:

          Baarda, K. (2008). Semigestructureerde interviews: kwalitatief onderzoek onderzocht.

          Academische Interventie, 20, 13-48. Geraadpleegd op 18 maart 2014, van http://www.academischeinterventie.com/artikelen/baarda/

 

DOI

Online artikelen worden in sommige gevallen voorzien van een DOI (Digital Object Identifier). Een DOI-code is een unieke code waarmee online gemakkelijk artikelen terug te vinden zijn. Als een publicatie een DOI vermeldt (meestel op de beginpagina of op de site van de uitgever), dient de literatuurlijst deze tevens te noemen. De DOI wordt dan in plaats van de datum van raadpleging en de URL genoemd:

          Baarda, K. (2008) Semigestructureerde interviews: Kwalitatief onderzoek onderzocht. Academische Interventie, 20, 13-48. doi:

                    10.1037/rmh0000008

De DOI-code wordt niet met een punt afgesloten. Als je jouw scriptie digitaal inlevert, kun je ervoor kiezen om van de DOI-code een gebruiksvriendelijke URL te maken waar de lezers direct op kunnen klikken. Zet simpelweg https://doi.org/ voor de code. De DOI-code wordt niet toegevoegd aan de verwijzing in de tekst.

 

Krantenartikel

Een verwijzing naar een artikel uit een krant dient aan andere eisen te voldoen dan een verwijzing naar een artikel uit een (academisch) tijdschrift. In de basis ziet een verwijzing naar een krantenartikel op papier er als volgt uit:

          Auteursnaam, voorletter(s). (jaar, dag maand). Titel van het artikel. Naam krant, paginanummer.

          Asmodon, A. (2017, 24 juli). Juwelier radeloos na tweede overval. De Volkskrant, 32.

Als de naam van de auteur ontbreekt, dient de verwijzing in de literatuurlijst te beginnen met de titel van het artikel. Daarnaast kun je ook de naam van de katern waarin het artikel verscheen vermelden na de krantnaam:

          Juwelier radeloos na tweede overval. (2017, 24 juli). De Volkskrant: Carrière, p. 32.

 

Online krantenartikelen

Net als artikelen uit (academische) tijdschriften, worden ook krantenartikelen hedendaags veelvuldig online geraadpleegd. De literatuurlijst dient te vermelden of de informatie in jouw scriptie gewonnen is uit een online of gedrukte versie van de krant. Net als bij een online academisch artikel uit een tijdschrift, worden de datum van raadpleging en de URL genoemd:

          Asmodon, A. (2017, 24 juli). Juwelier radeloos na tweede overval. De Volkskrant, p. 32. Geraadpleegd op 27 juli 2017, van

                    http://volkskrant.nl/opinie/criminaliteit/ juwelier-radeloos-na-tweede-overval/

Vaak zijn de links van websites langer dan een enkele regel. Om de literatuurlijst zo overzichtelijk mogelijk te houden, dient de URL na een slash (/) afgebroken te worden zodat de bronvermelding zo regelvullend mogelijk wordt weergegeven.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

De samenvatting (abstract)

Gepost door om 12:00 in blog | 0 comments

Samenvatting

Als je scriptie af is, rest je nog het schrijven van de samenvatting. In principe is de samenvatting een stuk tekst van ongeveer één A4-tje, na het titelblad en voor het voorwoord, waarin je jouw scriptie als het ware samenvat. Een lezer zou aan de hand van je samenvatting een compleet beeld van jouw onderzoek, theoretisch kader en conclusie moeten krijgen. Het is van belang dat je samenvatting één vloeiend geheel is. Je werkt dus niet puntsgewijs een lijst af met eisen, maar je produceert een lopend verhaal dat de lezer stimuleert om de rest van je scriptie te lezen. Over het algemeen heeft je samenvatting drie functies:

  • De titel uitgelegd

Ten eerste dient je samenvatting de titel van je gehele scriptie te verklaren. Doorgaans is je titel een reflectie van je onderzoek in één zin en dus fungeert het als geschikte kapstok om je samenvatting aan op te hangen.

  • Je scriptie samengevat

De belangrijkste functie van de samenvatting is om de lezer kort en bondig te vertellen wat er in jouw scriptie te vinden is. Ga voor jezelf na wat de belangrijkste punten uit jouw werk zijn. Wat was het onderwerp? Wat heb je gedaan? Wat viel je op? Wat was uiteindelijk de conclusie? Verwerk deze punten in een lopend en aantrekkelijk verhaal.

  • Je scriptie voorbereid

Als laatste dient de samenvatting de lezer voor te bereiden op de aankomende scriptie. Je legt bijvoorbeeld kort gehanteerde vaktaal uit en introduceert bedrijven en namen. Op deze manier is de lezer in meer of mindere mate voorbereid op belangrijke terminologie in jouw werk.

 

Samenvatting formuleren

Het formuleren van je samenvatting is een precies werk en kan daarom soms lastig zijn. Het is aan te bevelen om je samenvatting na te laten kijken door correctoren van Scriptium bij een inhouds- en/of structuurcheck. De scriptiebegeleiders kunnen je eventueel helpen bij het opzetten van de samenvatting. Hieronder volgen enkele tips:

 

  • Schrijf je samenvatting in de verleden tijd.

Als je een samenvatting schrijft is het onderzoek immers al uitgevoerd. Daarnaast is het van belang dat je dezelfde werkwoordsvorm consequent blijft gebruiken. Afwijkende werkwoordsvormen worden aangepast door taalcorrectoren.

 

  • Refereer terug naar de belangrijkste onderdelen uit je scriptie.

Ga na of je samenvatting beknopt de inhoud van je probleemstelling, doelstelling, eventuele hypothese(n), onderzoeksvraag, onderzoeksopzet, conclusie en discussie bevat. Soms kan het schrijven van de samenvatting een confrontatie zijn met afwijkingen of onjuistheden in de structuur van je scriptie. Het is daarom aan te bevelen het schrijven van je samenvatting niet te laten liggen tot vlak voor je deadline. Gebruik het als een laatste checklist om zeker te stellen dat je scriptie alle vereiste onderdelen bevat die in de juiste volgorde verwerkt zijn.

 

  • Leg afkortingen uit of gebruik volledige namen en begrippen.

Het is de bedoeling dat de lezer de samenvatting kan begrijpen zonder de rest van je scriptie door te hoeven bladeren. Een afkorting van een bedrijfsnaam is voor de lezer van de samenvatting nieuw en kan verwarring veroorzaken. Het is overigens sowieso niet aan te bevelen te veel afkortingen in een scriptie te gebruiken. Het sluit niet aan bij een academische en professionele schrijfstijl omdat het getuigt van ‘lui schrijven’.

 

  • Houd als richtlijn voor de lengte maximaal één A4’tje aan.

Als richtlijn voor de lengte van je samenvatting wordt over het algemeen aangehouden dat de samenvatting ongeveer 5% van de totale lengte van je scriptie moet zijn. Toch is het aan te bevelen de samenvatting nooit langer dan een A4’tje te laten zijn omdat de beknoptheid anders in het geding komt. Een lezer moet de samenvatting snel kunnen lezen en een compleet beeld kunnen krijgen van jouw scriptie. Als de samenvatting te lang is, haakt de lezer af.

 

Kernwoorden

Omdat scripties vandaag de dag vaak worden opgenomen in onlinedatabanken, kan een opleiding eisen dat je kernwoorden aanlevert. Deze kernwoorden worden vervolgens bij het invoeren van jouw scriptie in de databank toegevoegd zodat lezers je scriptie gebaseerd op die zoekwoorden kunnen vinden. Mocht jouw opleiding van jou eisen dat je kernwoorden aanlevert, dan kun je die in een enkele regel vermelden onder je samenvatting. Geschikte kernwoorden zijn sleutelwoorden die jouw scriptie samenvatten. Denk bijvoorbeeld aan je onderwerp, onderzoeksmethode of namen van modellen en analyses.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Wat is een scriptie?

Gepost door om 11:47 in blog | 0 comments

Terug naar de basis

Als afsluiting van een bachelor- of masteropleiding aan een universiteit of hogeschool wordt van de studenten geëist dat ze een scriptie produceren en daar een voldoende voor halen. Maar wat is een scriptie nu eigenlijk? Dit artikel van Scriptium zet op een rijtje wat er precies van een scriptie verwacht wordt en wat het doel is van dit grote afsluitende onderzoek.

 

Waarom?

Elke opleiding in het hoger onderwijs heeft als doel de student een academische denkhouding aan te leren en hem of haar klaar te stomen voor het correct uitvoeren van onderzoek. Er bestaan verschillen tussen de doelstellingen van universitaire en hbo-opleidingen, maar in essentie wordt een student opgeleid tot onderzoeker in zijn of haar onderzoeksveld. Gedurende de studiejaren word je blootgesteld aan onderwijsstof gebaseerd op erkend en afgerond onderzoek. Je leest veel artikelen en menig docent eist dat je voor zijn of haar vak een essay of rapport schrijft. Een vast onderdeel van een universitaire studie is het bekritiseren en beoordelen van reeds uitgevoerd onderzoek en de wetenschappelijke artikelen die geschreven worden aan de hand van een dergelijk onderzoek.

          En na drie jaar is het dan zover. De opleiding wil testen of je als student voldoende hebt opgestoken over onderzoek doen. Je gaat dan dus een eigen onderzoek uitvoeren en daar een scriptie over schrijven. Uiteraard gooien opleidingen je niet zomaar in het diepe. Afhankelijk van jouw onderwijsinstelling en opleiding krijg je in meer of mindere mate begeleiding bij het schrijven van je scriptie. Het is in Nederland verplicht om elke scriptieschrijvende student een begeleider vanuit de opleiding aan te bieden. Mocht je toch meer begeleiding willen, dan kun je altijd overwegen om een externe scriptiebegeleider tegen betaling in de armen te nemen.

          Je scriptie is dus een presentatie van alle academische en onderzoeksvaardigheden die je tijdens je studie hebt opgedaan. Het gaat dus in feite niet zozeer om het resultaat van je onderzoek, maar meer om hoe je het onderzoek hebt uitgevoerd. Je hoeft bij wijze van spreken niet het wiel opnieuw uit te vinden of op de proppen te komen met baanbrekende nieuwe kennis of ontdekkingen. Sterker nog, als het onderzoek mislukt en achteraf blijkt dat je het beter niet had kunnen uitvoeren, dan kun je alsnog een goed cijfer voor je scriptie halen: als je onderzoek maar goed is uitgevoerd en je scriptie van hoge kwaliteit is.

 

Hoe?

Een scriptie begint dus bij een onderzoek. Je kiest een onderzoeksonderwerp en bedenkt daar een probleemstelling, doelstelling, eventueel hypothesen, onderzoeksvragen en een methodiek bij. In de inleiding van je scriptie beschrijf je al die onderdelen tot in detail.

          Na de inleiding volgt een uitgebreid literatuuronderzoek naar bestaande literatuur op het gebied van jouw scriptieonderwerp. Je dient je onderzoek immers te baseren op feitelijke kennis en die kennis is enkel te verwerven uit bestaand onderzoek. Je gebruikt het literatuuronderzoek ook om een geschikte onderzoeksmethodiek te onderbouwen en in kaart te brengen waar jouw onderzoeksonderwerp past. Je wil immers niet iets onderzoeken dat al onderzocht is.

          Vervolgens volgt een beschrijving van je onderzoeksmethodiek. Je legt aan de lezer uit hoe je jouw onderzoek hebt uitgevoerd en hoe het precies in de praktijk gelopen is. Je vertelt hoeveel participanten meededen, waar en waarom je die participanten gevonden hebt en wat de omstandigheden waren waarin je jouw enquêtes, interviews en/of experiment hebt uitgevoerd.

          De resultatensectie volgt na de methodiek. Je beschrijft tot in detail welke resultaten je gevonden hebt. Probeer in dit onderdeel nog geen resultaten te analyseren of te interpreteren, dat doe je pas in het volgende onderdeel: de conclusie en discussie. In feite bepaal je daar pas wat jouw onderzoeksresultaten nu eigenlijk betekenen. Je geeft antwoord op je onderzoeksvraag en bediscussieert wat dit antwoord betekent voor het academische veld en de maatschappij.

         Je scriptie sluit je af met een bronvermelding volgens het vereiste verwijzingsformat en alle bijlagen die relevant zijn voor jouw onderzoek.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Objectiviteit onderzoek

Gepost door om 09:22 in blog | 0 comments

Objectiviteit

Academisch werk dient objectief te zijn. Je presenteert immers feiten en de meningen, invloeden en motivaties van onderzoekers en auteurs hebben geen plek in een feitelijke presentatie. Het is dan ook van belang dat je de objectiviteit van jouw onderzoek en scriptie bewaakt. Objectiviteit betekent dat de interpretatie van een uitspraak (feit) onafhankelijk is van de meningen van mensen. Een objectief feit is bijvoorbeeld de volgende uitspraak:

          Water kookt bij 100 graden Celsius.

Je kunt daarvan vinden wat je wil, water zal koken bij 100 graden Celsius. Het tegenovergestelde van objectiviteit is subjectiviteit. Subjectieve uitspraken zijn uitspraken die enkel en alleen bestaan in het licht van de relatieve meningen van mensen. Een voorbeeld van een subjectieve uitspraak is bijvoorbeeld:

          Essent is een goed bedrijf.

Iedereen heeft een andere mening over Essent en daarom mag de bovenstaande uitspraak niet als feit gepresenteerd worden. Essent IS geen goed bedrijf, het wordt als een goed bedrijf bevonden door de schrijver van dit blogartikel.

 

Objectiviteit en betrouwbaarheid

De belangrijkste reden om de objectiviteit in een academische tekst te bewaken is om te zorgen dat de tekst betrouwbaar is. Wetenschappelijk onderzoek moet feitelijk zijn en als feitelijk gepresenteerd worden. Daarom is het niet de bedoeling dat je meningen of subjectieve zaken als feitelijk in je tekst weergeeft.

 

Onafhankelijkheid

Deze betrouwbaarheid en objectiviteit wordt gewaarborgd door je onderzoek onafhankelijk te laten verlopen en te baseren op onafhankelijke bronnen. Onafhankelijkheid controleer je door na te gaan wie een onderzoek of artikel uitgevoerd of gepubliceerd heeft. Als Essent een artikel uitbrengt dat lyrisch is over Essent als bedrijf, mag je de onafhankelijkheid van het onderzoek, en daarmee de objectiviteit en betrouwbaarheid ernstig in twijfel trekken. Essent heeft er namelijk baat bij dat het onderzoek het bedrijf in een positief daglicht stelt en dus kun je er per definitie vanuit gaan dat objectief onderzoek door Essent naar Essent niet langer mogelijk is.

          Een ander voorbeeld van afhankelijk onderzoek is als je als onderzoeker persoonlijk betrokken bent bij je onderzoeksonderwerp. Om de objectiviteit van je onderzoek te bewaren, is het aan te bevelen om geen onderwerp te kiezen waar je emotioneel in geïnvesteerd bent. Je ideeën en gevoelens over het onderwerp zullen je vraagstellingen en onderzoeksopzet kleuren.

          Een veelvoorkomende fout met betrekking tot subjectiviteit in onderzoek is als een onderzoeker een onderzoek doet binnen een bedrijf waar hij/zij ook werkt of stage loopt. In principe is het onderzoek niet fout, maar doorgaans heeft de onderzoeker de neiging om positief te spreken over het bedrijf vanwege enige affiniteit en trouw met en aan het bedrijf. Waak dus voor subjectieve uitspraken in je tekst als je een dergelijke onderzoekende werknemer of stagiair bent. Valkuilen zijn bijvoorbeeld uitspraken als:

  • Bedrijf X biedt kwalitatieve zorg.
  • Bedrijf X is de beste leverancier van wijn in Nederland.
  • Bedrijf X is als een fris briesje op een hete zomerdag in deze industrie.

 

Al deze uitspraken zijn subjectief en niet feitelijk te bewijzen. Het is sowieso af te raden om te beweren dat iets of iemand ‘de beste’ is. Dit is namelijk vrijwel nooit te bewijzen.

 

Objectiviteit bij de presentatie van meningen

Kwalitatief onderzoek is doorgaans gebaseerd op de meningen van mensen. Deze meningen heb je bijvoorbeeld verzameld door middel van enquêtes of interviews. Deze meningen moeten, ondanks dat het subjectieve meningen zijn, objectief in jouw scriptie verwerkt en gepresenteerd worden. Dit doe je op de volgende manier.

Stel je hebt aan klanten van Essent gevraagd wat zij van Essent vinden. De vraag in de enquête was:

         Kunt u vertellen wat u van Essent vindt?

Na het verwerken van de resultaten, bemerk je dat de klanten over het algemeen positief zijn over Essent omdat ze blij zijn met de snelle klantenservice en scherpe prijzen. Toch kun je het volgende niet in je resultatensectie opschrijven:

           Essent heeft een snelle klantenservice en scherpe prijzen en daar zijn de klanten blij mee.

Op deze manier presenteer je de subjectieve meningen van je participanten als een objectief feit en dat is onjuist. De volgende formulering is wel correct:

          De ondervraagde klantengroep van Essent is overwegend van mening dat Essent scherpe prijzen aanbiedt en een snelle klantenservice levert.

          Zij beoordelen Essent daarom als een goed bedrijf.

Ten eerste maak je duidelijk dat het om de mening van de klanten gaat, niet om een objectieve representatie van Essent. Ten tweede geef je met het woord ‘overwegend’ aan dat er ook klanten zijn die met hun mening niet aansluiten bij deze mening. Om nog objectiever en sluitender te zijn, is het aan te bevelen in plaats van ‘overwegend’ een exact percentage te noemen: 78% van de ondervraagde klantengroep is…

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Het voorwoord van je scriptie

Gepost door om 09:22 in blog | 0 comments

Voorwoord

Hoewel het voorwoord doorgaans het eerste onderdeel van je scriptie is dat de lezer leest, is het een van de laatste onderdelen dat je schrijft. Het is tevens het enige onderdeel van je gehele scriptie waar je zonder problemen een persoonlijke noot in kwijt kan. Om die reden is het voorwoord een vreemde eend in de bijt als het gaat om scriptierichtlijnen. Toch worden er ook eisen aan het voorwoord gesteld.

          Het voorwoord is een stuk tekst dat je gebruikt om je lezer te informeren over hoe je het schrijven van je scriptie en het uitvoeren van je onderzoek ervaren hebt. Je spreekt als het ware de lezer even persoonlijk aan, stelt jezelf voor en presenteert jouw werk. Een voorwoord bestaat doorgaans uit de volgende onderdelen:

 

  • Een korte beschrijving van de geschiedenis of achtergrond van jouw scriptieonderwerp;
  • Een korte introductie over jezelf;
  • Een kortere versie van de aanleiding die in je inleiding te vinden is;
  • Een dankwoord;
  • Een beknopte beschrijving van jouw ervaringen tijdens het schrijven en onderzoeken.

 

Het is overigens niet verplicht om deze onderdelen allemaal in je voorwoord te verwerken.

 

Voorwoord: wat wel moet

Hoewel je zelf mag bepalen welke onderdelen je opneemt in het voorwoord, dient het wel te voldoen aan bepaalde eisen. Je moet je voorwoord bijvoorbeeld afsluiten met je naam, de plaats waar je jouw scriptie geschreven hebt en de datum waarop je jouw voorwoord afmaakt. Deze datum geldt dan tevens als de einddatum van je schrijfperiode.

          Daarnaast ben je in principe vrij in je taalgebruik in het voorwoord, maar je dient nog steeds een professionele stijl aan te houden. De vrijheid in taalgebruik komt vooral naar voren in het direct aanspreken van de lezer (Voor u ligt de scriptie…) en in het gebruik van de ik-vorm en wij-vorm (Ik heb het geluk gehad een jaar lang te mogen meelopen met…). Uiteraard dient je voorwoord, net als de rest van je scriptie, vrij te zijn van taal- en spellingfouten. Naar wens kijken correctoren van Scriptium ook je voorwoord na bij een scriptiecorrectie.

          Als je een dankwoord schrijft dien je te zorgen dat je alle personen met voor- en achternaam aanspreekt. Als ze een titel hebben (bijvoorbeeld professor of dokter) is het wel zo netjes om die ook te vermelden. Daarnaast bedank je alle mensen op volgorde van de bijdrage die ze geleverd hebben.

 

Voorwoord: een voorbeeld

Om de richtlijnen en eisen te illustreren volgt er nu een voorbeeld van een voorwoord:

 

Voor u ligt de scriptie ‘Just do it: Engelse vocabulaireoefeningen voor Nederlandse kinderen in het basisonderwijs’. Deze scriptie is geschreven als onderdeel van mijn masteropleiding Language and Communication Coaching aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.

          In september 2011 begon ik met het schrijven van deze scriptie. Als leerling op het tweetalig middelbaar onderwijs heb ik altijd gevonden dat basisscholen niet voldoende Engels aanbieden. Deze discrepantie tussen de basisschool en het tweetalig middelbaar onderwijs wordt snel opgelost door leerlingen onder te dompelen in de Engelse taal. Nadat mijn bachelor- en masterstudie me veel geleerd hebben over tweedetaalverwerving, kon ik het niet laten me af te vragen hoeveel beter mijn Engels geweest zou zijn als we meer vocabulaireoefeningen op de basisschool hadden gehad. Zo was mijn scriptieonderwerp geboren.

          Ik heb gedurende het gehele scriptieproces plezier gehad in het werken met de kinderen uit mijn doelgroep. Ze waren enthousiast en gemotiveerd om mee te werken. Het was soms wel lastig om de aandacht bij het onderzoek te houden, omdat de kinderen zoveel leuke dingen te vertellen hadden.

          Ik wil graag een moment nemen om de vele medewerkers en docenten te bedanken die deze scriptie mede mogelijk gemaakt hebben. Als eerste wil ik dr. Hans Bandrood bedanken voor de consequente en goede begeleiding. Daarnaast wil ik Simone Janssen bedanken voor de onbeperkte en onbewaakte toegang tot basisschool de Vlinderboom in Rotterdam. Ook wil ik alle medewerkers en docenten van basisschool de Vlinderboom bedanken voor hun tolerantie en hulp.

Ik wens u veel leesplezier toe.

 

Lieve Brekelmans, Nijmegen, 21 april 2018

 

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Validiteit scriptie

Gepost door om 09:21 in blog | 0 comments

Validiteit als eis

Een onderzoek moet volgens wetenschappelijke richtlijnen betrouwbaar, relevant en in hoge mate valide zijn. Validiteit is de mate waarin de resultaten van jouw scriptie overeenkomen met de feiten in de realiteit. Als je de validiteit van je scriptie beoordeelt, vraag je jezelf af of jouw onderzoek wel gemeten heeft wat je wilde meten. Je werpt dus een kritische blik op je onderzoeksmethodiek, -instrument, -opzet en de variabelen in je onderzoek.

          Het is overigens niet zo dat een onderzoek wel of niet valide is. In principe is elk onderzoek in bepaalde mate valide, de resultaten weerspiegelen immers altijd wel enigszins de werkelijkheid. Maar het ene onderzoek heeft meer validiteit dan het andere.

 

Validiteit in je scriptie

Als je de validiteit in je scriptie bespreekt, dien je dus te onderbouwen waarom jouw onderzoeksinstrument heeft gemeten wat het moet meten. Je verklaart je keuzes en gaat na waar in jouw onderzoek bias te vinden is. ‘Bias’ is de academische term voor systematische fouten in je onderzoek die zorgen dat je onderzoek in validiteit afneemt.

          Het is van belang om je te realiseren dat ‘volledige validiteit’ vrijwel niet bestaat. Bij volledige validiteit zou jouw onderzoeksinstrument een exacte replica van de situatie in de werkelijkheid moeten zijn, en dat is onmogelijk. Enkel en alleen in het feit dat je de werkelijkheid nabootst ontstaat al bias.

 

Soorten validiteit

Er bestaan verscheidene vormen van validiteit. Niet alle onderwijsinstellingen eisen dat je aandacht besteedt aan alle soorten, dus het is aan te bevelen de validiteit van je onderzoek te bespreken met je scriptiebegeleider voordat je aan je onderzoeksopzet begint. Scriptiebegeleiders van Scriptium kunnen je tevens helpen bij het verminderen van bias in je onderzoek.

 

Soorten validiteit: onderzoeksinstrument

Laten we eerst de verschillende soorten validiteit die van invloed zijn op je onderzoeksinstrument benoemen. Het onderzoeksinstrument is het middel waarmee je jouw onderzoek uitvoert. Dit kunnen bijvoorbeeld interviews of enquêtes zijn.

 

  • Indruksvaliditeit

Indruksvaliditeit wordt ook wel schijnvaliditeit genoemd. Een onderzoeksinstrument heeft indruksvaliditeit als het op het eerste gezicht valide lijkt. Je werpt als het ware snel een blik op de interviewvragen en ziet dan dat de vragen overeen lijken te komen met het onderzoeksonderwerp. Het onderzoeksinstrument wekt dan de schijn op valide te zijn, terwijl dat op wetenschappelijk niveau niet zo hoeft te zijn.

 

  • Inhoudsvaliditeit

Inhoudsvaliditeit houdt zich bezig met de ‘dekking’ van je onderzoek. Als je onderzoeksinstrument een hoge mate van inhoudsvaliditeit heeft, dan komen alle te onderzoeken aspecten van je onderzoeksonderwerp aan bod. Onderzoek je bijvoorbeeld de klanttevredenheid van een nieuwe wasmachine, dan dien je middels beschikbare theorie uit te zoeken welke vragen er in een enquête gesteld moeten worden om klanttevredenheid te onderzoeken. Als al deze vragen en vragen over de wasmachine in je enquête opgenomen zijn, heb je jouw inhoudsvaliditeit gewaarborgd.

 

  • Begripsvaliditeit (constructvaliditeit)

Deze vorm van validiteit is voornamelijk relevant voor kwalitatief onderzoek naar meningen. Een simpel voorbeeld van ontbrekende begripsvaliditeit is als je het gewicht van iets probeert te meten in meters. Het is algemeen wetenschappelijk vastgesteld dat kilogrammen geschikt zijn voor het meten van gewicht en iedereen heeft een universeel idee van wat, bijvoorbeeld, één kilogram is.

          Bij kwalitatief onderzoek zijn er vaak geen eenduidige meeteenheden voor bijvoorbeeld ‘tevredenheid’, ‘uitstraling’ of ‘sfeer’. Om de begripsvaliditeit van je onderzoek te waarborgen, dien je dit soort begrippen dus te definiëren voor je onderzoeksparticipanten.

 

  • Criteriumvaliditeit

Criteriumvaliditeit waarborg je door uitvoerig literatuuronderzoek te doen. Deze mate van validiteit is van toepassing op de mate waarin de resultaten van jouw onderzoek aansluiten op en bij resultaten uit eerder, vergelijkbaar onderzoek.

 

  • Ecologische validiteit

Ecologisch valide onderzoeksinstrumenten worden toegepast op de plek en wanneer de situatie overeenkomt met de werkelijkheid. Als je de reactie van medewerkers wilt meten als ze moeten werken tijdens heet zomerweer, dien je in een ideale situatie de interviews/enquêtes af te nemen in soortgelijk zomerweer.

 

Soorten validiteit: onderzoeksresultaten

De volgende soorten validiteit zijn van invloed op je resultaten in het algemeen:

 

  • Interne validiteit

Een hoge interne validiteit waarborg je door je onderzoeksmethode academisch te onderbouwen, door aan alle vorige vormen van validiteit te voldoen. Een hoge interne validiteit zorgt voor kwalitatief hoge onderzoeksresultaten.

 

  • Externe validiteit

Externe validiteit wordt ook wel generaliseerbaarheid genoemd. Nadat je onderzoek is uitgevoerd, stel je vast hoe generaliseerbaar je onderzoeksresultaten zijn.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Valsheid in geschrifte

Gepost door om 09:21 in blog | 0 comments

Scriptiefraude

Er zijn twee manieren waarop je, bedoeld of onbedoeld, scriptiefraude kunt plegen. De bekendste en frequentste manier is plagiaat. Bij plagiaat presenteer je de ideeën, bevindingen en/of tekst van een ander als eigen werk. Je schendt dan de rechten van de auteur en dat is strafbaar. Voor meer informatie over plagiaat en hoe je plagiaat kan voorkomen, kun je ons blogartikel ‘plagiaat’ raadplegen.

          Ten tweede kun je scriptiefraude plegen als je je schuldig maakt aan valsheid in geschrifte.

 

Valsheid in geschrifte

Volgens het Nederlands wetboek is valsheid in geschrifte het presenteren van valsheden in documenten die een bepaalde mate van geloofwaardigheid genieten. Concreet betekent het dat het strafbaar is om te ‘liegen’ in documenten en teksten die door de maatschappij als betrouwbaar gezien worden. Het betrouwbaar bevinden van een tekst is geen eenduidig proces, maar over het algemeen hebben wetten over valsheid in geschrifte betrekking op officiële documenten zoals overheidsgeschriften, facturen, statuten, regelgevingen en academisch onderzoek. Wetenschappelijke artikelen worden beschouwd als feitelijk en dus is het uit den boze om onwaarheden of valsheden te verwerken in een dergelijke tekst.

 

Valsheden

Onder valsheden verstaan we zaken die gelogen zijn. Het gaat dus niet per se om onwaarheden. De waarheid is namelijk ontvankelijk en onderhevig aan subjectiviteit. Er zijn officiële academische artikelen (weliswaar zeer gedateerd) te vinden die beweren dat de zon om de aarde draait, terwijl we inmiddels weten dat dit onjuist. Toch maken de auteurs van deze artikelen zich niet schuldig aan valsheid in geschrifte: zij hebben nooit de intentie gehad valsheden te presenteren in hun tekst. Het verschil zit dus ook in de intentie. Verwerk je met voorbedachte rade onwaarheden en valsheden in je scriptie, dan maak je je schuldig aan valsheid in geschrifte.

 

Valsheid in geschrifte in de praktijk

Kort gezegd is het dus strafbaar om in je scriptie te liegen. Dat lijkt logisch, maar toch is valsheid in geschrifte in academisch onderzoek niet ongekend. De beruchtste rechtszaak naar valsheid in geschrifte in academisch werk is de zaak van Diederik Stapel in 2011. De gelauwerde hoogleraar psychologie aan de universiteit van Tilburg werd betrapt op het vervalsen van onderzoeksgegevens. Hij had onderzoeksresultaten uit enquêtes zodanig aangepast dat ze beter aansloten op zijn hypothesen. Wat volgde was een keten aan fraudeonderzoek omdat al het wetenschappelijk onderzoek dat op de frauduleuze artikelen van Diederik Stapel was gebaseerd, plots niet langer valide was.

 

Valsheid in geschrifte in jouw scriptie

Het is niet meer dan logisch dat het niet de bedoeling is dat je de uitkomsten van jouw interviews of enquêtes zo aanpast dat ze ‘beter’ in je onderzoek passen. Je schrijft dan niet langer een feitelijk onderzoek,  maar een fictiewerk. Toch kan het vervalsen of aanpassen van onderzoeksresultaten onopgemerkter gebeuren dan aanvankelijk gedacht.

          Je dient de resultaten uit jouw onderzoek te presenteren in je scriptie zoals ze geworven zijn. Toch is dit niet altijd mogelijk. Stel je hebt een aantal enquêtes afgenomen bij jongvolwassenen. Tijdens het verwerken van de antwoorden op open vragen merk je al snel dat er een aantal enquêtes tussen zit met onvolledige of irrelevante antwoorden. Als onderzoeker dien je dan te bepalen of die enquêtes nog wel bijdragen aan het onderzoek en of je ze dus uit het onderzoek mag verwijderen. Maar waar ligt nu precies de grens? Als je enquêtes met sterk afwijkende antwoorden vanwege irrelevantie of komisch gedrag van de participanten mag uitsluiten, mag je dan ook enquêtes uitsluiten als ze wel serieus zijn ingevuld, maar nog steeds afwijkende resultaten laten zien? Hoe bepaal je eigenlijk of iemand een enquête wel of niet serieus heeft ingevuld?

           Er zijn geen duidelijke richtlijnen over hoe er in een dergelijk geval met de resultaten omgesprongen moet worden. Natuurlijk is er op het gebied van statistiek wel het een en ander mogelijk met betrekking tot het uitsluiten en verwerken van afwijkende data. De tip van Scriptium is daarom simpel: wees zorgvuldig en objectief. Als je resultaten niet aansluiten op je hypothese of zelfs je onderzoek ondermijnen, is dat jammer, maar dat is ook de uitkomst van je onderzoek, en daar is niets mis mee.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Plagiaat

Gepost door om 05:13 in blog | 0 comments

Plagiaat

Het is goed mogelijk dat deze term je om de oren vliegt tijdens de colleges bij jouw onderwijsinstelling. Er wordt immers veelvuldig door docenten en professoren gewaarschuwd voor plagiaat. Maar wat is plagiaat nu precies? En hoe voorkom je dat je jezelf er, bedoeld of onbedoeld, schuldig aan maakt?

          Plagiaat is een synoniem voor auteursrechtenschending. Als je plagiaat pleegt, presenteer je de ideeën, bevindingen of tekst van een ander alsof het jouw eigen ideeën, bevindingen of tekst zijn. De auteur van een tekst heeft het recht op de bevindingen en ideeën die in de tekst gepresenteerd worden en op de manier waarop die ideeën en bevindingen gerepresenteerd worden. Dus als je zijn werk presenteert als het jouwe, steel je als het ware eigendom van een ander.

          In de wetenschappelijke wereld heeft plagiaat doorgaans betrekking op het raadplegen en hanteren van bronmateriaal in scripties, proefschriften, en andere academische teksten. Onderzoek moet namelijk gebaseerd zijn op feiten en om aan die feiten te komen, moet je bestaand onderzoek raadplegen en toepassen. Per definitie gebruik je dus in een correcte en academisch verantwoorde scriptie de ideeën van een ander. Om te voorkomen dat er plagiaat gepleegd wordt, hanteren we een uitvoerig en gedetailleerd bronvermeldingssysteem dat ontworpen is om in alle gevallen eer te geven aan hen die eer toekomt.

          Plagiaat is niet enkel van toepassing op academisch onderzoek. Het is bijvoorbeeld ook verboden om op te treden met muzikaal materiaal van een ander zonder de artiest te vermelden, of om beeldfragmenten te presenteren als materiaal dat jij zelf ontwikkeld hebt.

 

Strafbaar?

Plagiaat is in essentie zeer strafbaar. Rechtbanken houden zich veelvuldig bezig met rechtszaken die moeten uitwijzen of een partij zich schuldig heeft gemaakt aan plagiaat. Zo is de artiest Ed Sheeran vaak in het nieuws geweest omdat verschillende artiesten hem ervan beschuldigden elementen uit hun werk toe te passen in zijn eigen hits. In de academische wereld leidt plagiaat zelden tot een rechtszaak. Gevallen van plagiaat worden namelijk doorgaans intern volgens strikte richtlijnen afgehandeld.

          Als houders van een academische titel plagiaat plegen, verliezen ze hun baan en titel. Als je als student plagiaat pleegt, wordt er doorgaans een of meerdere van de volgende maatregelen getroffen:

  • Je werk wordt nietig verklaard;
  • Je wordt uitgeschreven bij het vak en dient het vak het volgende jaar over te doen;
  • Je wordt geweigerd bij tentamens en kunt zo dus niet slagen voor het vak;
  • Je krijgt een aantekening in je algemene dossier;
  • Je wordt van de opleiding en onderwijsinstantie verwijderd (meestal na herhaling).

 

De keuze voor welke maatregelen er getroffen worden, wordt beïnvloed door je intentie. Heb je bedoeld plagiaat gepleegd, dan zijn de gevolgen zwaarder. Toch is onbedoeld plagiaat plegen net zo strafbaar. Het is daarom van belang dat je altijd goed verwijst naar geraadpleegde bronnen en dat je zorgvuldig bent in de manier waarop je verwijst.

 

Plagiaat voorkomen

Zoals eerder werd genoemd is er een uitvoerig bronvermeldingstelsel ontwikkeld om te voorkomen dat er plagiaat wordt gepleegd. De American Psychological Association heeft een handboek uitgebracht waarin de bekende APA-verwijzingsstijl beschreven wordt. Dit handboek dient voor veel onderwijsinstellingen en opleidingen als leidraad. Naast APA zijn er enkele andere stijlen en het is afhankelijk van je studierichting welke stijl gehanteerd wordt. Lees voor meer informatie over verwijzen onze artikelen over APA. Laat je bronvermelding nakijken door de correctoren van Scriptium door een verzoek te sturen via de contactpagina.

 

Plagiaatsoftware

Plagiaat detecteren is niet altijd even gemakkelijk. Voor dit doeleinde is dan ook software beschikbaar voor onderwijsinstellingen. De bekendste software is Ephorus. Dit programma vergelijkt jouw tekst met alle beschikbare teksten op internet om zo te ontdekken of jouw tekst al eerder ergens beschikbaar is gesteld. Na de vergelijking biedt het programma een overeenkomstpercentage. Het is natuurlijk niet te voorkomen dat je tekst in bepaalde mate overeenkomsten vertoont met bestaand materiaal. Om die reden is een overeenkomstpercentage van tussen de 5% en 8% normaal. Boven de 15% starten vrijwel alle onderwijsinstellingen een onderzoek naar waarom jouw tekst sterke overeenkomsten vertoont. Ephorus laat dan de teksten zien die te vergelijken zijn en je docent bepaalt vervolgens of er inderdaad sprake is van plagiaat.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

De inleiding van je scriptie

Gepost door om 05:36 in blog | 0 comments

Inleiding

Na het voorblad, de inhoudsopgave, het voorwoord en de samenvatting, volgt de inleiding, een vast onderdeel van een scriptie. Hoewel het niet het eerste onderdeel is dat de lezers van je scriptie lezen, is het wel het eerste onderdeel van je daadwerkelijke onderzoek. De inleiding is een vast onderdeel van de scriptiestructuur en dient te bestaan uit een aantal standaardonderdelen:

  1. De aanleiding van je onderzoek
  2. De scope van je onderwerp
  3. De relevantie van je onderzoek
  4. Een overzicht van de beschikbare literatuur
  5. De doelstelling
  6. De probleemstelling
  7. De onderzoeksvraag en deelvragen
  8. Het overzicht van onderzoeksopzet
  9. De leeswijzer

 

De aanleiding van je onderzoek

Zie de aanleiding van je onderzoek als de centrale inleidende paragraaf van je gehele scriptie. In feite vertel je aan de lezer waarom je juist voor dit onderwerp en dit onderzoek gekozen hebt. Je motiveert de lezer om jouw scriptie te lezen met je aanleiding, dus het mag best elementen van een anekdote bevatten. Ga eens na hoe je bij het onderwerp van je scriptie kwam en wat je motiveerde om dit onderwerp te kiezen. Misschien zat je in een restaurant de menukaart aan een vriend met een gezichtsbeperking voor te lezen en vond je het vreemd dat restaurants niet vaker menukaarten in braille aanbieden. Een beknopte beschrijving van deze gebeurtenis als aanleiding voor je onderzoek naar de bereidwilligheid van restauranthouders om een menukaart in braille aan te bieden is zeer geschikt als aanleiding.

 

Scope

Het Engelse woord ‘scope’ betekent min of meer ‘afbakening’. De scope van je onderwerp betekent dus eigenlijk de afbakening van je onderwerp. In dit onderdeel introduceer je het onderwerp van je scriptie en baken je het direct af. Tevens dien je jouw afbakeningen te voorzien van een beredenering. Stel we spitsen ons onderzoek naar de bereidwilligheid van restauranthouders om menukaarten in braille aan te bieden toe op restaurants in Amsterdam, dan dien je ook te vermelden waarom je nu juist voor Amsterdam hebt gekozen.

 

Relevantie

Het onderdeel relevantie beschrijft waarom jouw onderzoek nu juist relevant is. Deze relevantie kan verdeeld worden in twee categorieën: wetenschappelijke/theoretische relevantie en maatschappelijke relevantie. Je onderzoek dient minstens in één van deze categorieën relevant te zijn, maar kan ook aan beide relevantievelden bijdragen. Wetenschappelijke/theoretische relevantie heeft betrekking op de huidige hoeveelheid kennis over een bepaald onderwerp en de uitbreiding daarvan. Als jouw onderzoek informatie oplevert op wetenschappelijk niveau die tot nog toe niet bestond, is jouw onderzoek wetenschappelijk relevant.

          De maatschappelijke relevantie wordt bepaald door jouw onderzoek in verband te brengen met de buitenwereld. Vraag jezelf af wie of wat baat heeft bij de resultaten van je onderzoek. In ons voorbeeld is dat de doelgroep van mensen die eten bij restaurants en een gezichtsbeperking hebben. De maatschappelijke relevantie van jouw onderzoek is dan dus dat het ervoor kan zorgen dat restauranthouders aan leden van de doelgroep menukaarten in braille gaan aanbieden.

 

Beschikbare literatuur

Pas in het onderdeel dat je literatuuronderzoek beschrijft, presenteer je een diepgaande analyse van bestaande wetenschappelijke literatuur. In de inleiding is het van belang dat je kort weergeeft welke wetenschappelijke werken de basis hebben gevormd voor jouw onderzoek. Het is uiteraard van belang dat je op correcte wijze naar de vermelde werken verwijst.

 

Doelstelling, probleemstelling en onderzoeksvraag

Het hart van je scriptie is te vinden in de doelstelling, probleemstelling en onderzoeksvraag. Voor meer informatie over deze onderwerpen verwijzen we je door naar de volgende artikelen:

 

Overzicht van de onderzoeksopzet

In de methodesectie van je scriptie ga je dieper in op de onderzoeksopzet. Je beschrijft daar in detail hoe je onderzoek eruit ziet en waarom je gekozen hebt voor je onderzoeksmethode, variabelen en parameters. In de inleiding geef je een kort overzicht van je gekozen methodiek en de manier waarop resultaten zijn geanalyseerd en verwerkt.

 

Leeswijzer

De leeswijzer bevat een kort overzicht van wat de lezer van je scriptie kan verwachten. Per hoofdstuk geef je kort weer wat erin te vinden is. Voor meer informatie over de leeswijzer kun je het volgende artikel raadplegen: een leeswijzer schrijven.

 

Wil je je scriptie of verslag laten nakijken? De correctoren van Scriptium staan 24 uur per dag en 7 dagen per week tot je beschikking.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Een leeswijzer schrijven

Gepost door om 05:27 in blog | 0 comments

Inleiding

Een scriptie is opgebouwd uit standaardonderdelen in vastgestelde volgorde. Je begint je scriptie met de inleiding. De inleiding bestaat uit een aanleidingsbeschrijving, de scope van je onderzoek, de relevantie, een kort literatuuroverzicht, de doelstelling, probleemstelling en onderzoeksvraag, een kort overzicht van de onderzoeksopzet en als laatste de leeswijzer. Dit artikel bevat informatie over dat laatste onderdeel: de leeswijzer.

 

De leeswijzer

De leeswijzer is een stuk tekst dat voor de lezer overzichtelijk maakt waar in je scriptiedocument bepaalde zaken te vinden zijn. Je beschrijft per hoofdstuk wat er besproken wordt. De leeswijzer is dus eigenlijk niet zo ingewikkeld en is ook een onderdeel dat doorgaans in een later stadium van het schrijfproces geschreven wordt. Je dient immers eerst te weten wat er precies in je hoofdstukken komt te staan. Toch is het aan te bevelen om voor jezelf al in een vroeg stadium een leeswijzer te schrijven, zodat je scriptiestructuur duidelijk wordt. Sommige opleidingen eisen tevens dat er een goedgekeurde inleiding overhandigd wordt voordat je daadwerkelijk aan je literatuuronderzoek en/of experimenten begint, en een correcte leeswijzer is daar een onderdeel van.

 

De leeswijzer schrijven

Het probleem met de leeswijzer is dat het doorgaans nogal een saai stukje tekst wordt. Er wordt een opsomming gegeven van wat er in de verschillende hoofdstukken staat en vaak is het moeilijk om variërende taal te gebruiken. Het is dus aan te bevelen om synoniemen te gebruiken en de zinsstructuur per zin te veranderen. Zo wordt je leeswijzer dynamisch en prettiger om te lezen. Algemeen geaccepteerd is de passieve vorm in de leeswijzer:

 

          In hoofdstuk 1 wordt het theoretisch kader van dit onderzoek weergegeven. In hoofdstuk 2 wordt de analyse van de resultaten uitgevoerd.

          Als laatste wordt in hoofdstuk 3 een conclusie getrokken.

 

In principe is er niets mis met deze korte leeswijzer. De passieve werkwoordsvorm is academisch geaccepteerd. Helaas is er ook niets aantrekkelijk aan dit stukje tekst. De formulering is eentonig en herhalend. Het is dus aan te bevelen om de passieve vorm af te wisselen met actieve werkwoordsvormen:

 

          In hoofdstuk 1 wordt het theoretisch kader van dit onderzoek weergegeven. Hoofdstuk 2 bevat de analyse van de resultaten en tot slot

          presenteert hoofdstuk 3 de conclusie.

 

Passief vs. actief

Op het gebied van academisch taalgebruik bestaat een discussie over passief tegenover actief taalgebruik in de leeswijzer. Hoofdstukken, secties, paragrafen of alinea’s zijn namelijk geen handelende entiteiten. Ze kunnen dus niet iets ‘doen’. Als je dus in je leeswijzer schrijft “Hoofdstuk 3 analyseert de resultaten”, zeg je dat ‘hoofdstuk 3’ de analyse heeft uitgevoerd, en dat is simpelweg niet waar. Jij als onderzoeker hebt de analyse uitgevoerd en hoofdstuk 3 bevat enkel de weergave van de resultaten van jouw analyse. Deze werkwoordconstructies zijn dan ook fout en worden door correctoren van Scriptium bij een scriptiecorrectie aangepast.

           Toch hebben we in de vorige alinea vastgesteld dat actieve werkwoordsvormen in de leeswijzer wenselijk zijn om eentonigheid en saaie tekst te voorkomen. Dit probleem wordt opgelost met een IS-AV-constructie. Het is niet relevant om op de taalkunde achter deze constructie in te gaan. Wat van belang is, is dat sommige actieve werkwoorden wel aan een onbezield onderwerp gekoppeld mogen worden. Een IS-AV-constructie ziet er typisch als volgt uit:

 

           Hoofdstuk 3 presenteert de conclusie.

 

Hoewel hoofdstuk 3 niet kan presenteren omdat het geen handelende entiteit is, kun je wel beargumenteren dat het hoofdstuk op een passieve manier iets presenteert. Daarom is een constructie als deze zeer geschikt voor de leeswijzer. Zolang je kiest voor synoniemen van ‘presenteren’ en ‘bespreken’ vorm je vrijwel altijd een IS-V-constructie.

 

Synoniemen

Het kan soms lastig zijn om, vooral als je scriptie veel hoofdstukken bevat, geschikte synoniemen te bedenken voor je IS-AV-constructies. Hieronder volgt een lijst met geschikte werkwoorden:

 

  • Aangeven
  • Aantonen
  • Antwoord geven op
  • Behandelen
  • Beschrijven
  • Bespreken
  • Bieden
  • Definiëren
  • Formuleren
  • Introduceren
  • Onderbouwen
  • Presenteren
  • Samenvatten
  • Schetsen
  • Toelichten
  • Uiteenzetten
  • Uitleggen
  • Vergelijken
  • Weergeven

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Literatuurlijst: verwijzen naar afbeeldingen

Gepost door om 02:15 in blog | 0 comments

Literatuurlijst: verwijzen naar tabellen

Statistieken worden vaak weergegeven in tabellen, diagrammen, bijlagen en grafieken. Het kan soms wenselijk zijn om direct naar een dergelijke tabel te verwijzen. Hiervoor zijn richtlijnen opgesteld door de American Psychological Association. Ook zijn er regels voor hoe een tabel en/of afbeelding die je zelf hebt ontwikkeld verwerkt moet worden in je tekst.

 

Verwijzen naar tabel of afbeelding uit een bron

In principe behandelt de APA een tabel of afbeelding uit een externe bron als een citaat. Dit betekent dat de afbeelding/tabel voorzien moet worden van een verwijzing in de tekst en een regel in de literatuurlijst. Ten eerste krijgt de afbeelding/tabel een nummer (Afbeelding 4, Tabel 2, enz.). In de lopende tekst wordt dan naar het nummer terugverwezen. In principe noem je dus nooit de naam van de bron of de afbeelding/tabel in de tekst.

Ten tweede plaats je direct onder de afbeelding/tabel een bronvermelding. Deze bestaat uit het nummer, een titel en de gegevens van de bron. Als laatste is de bron terug te vinden in de literatuurlijst. Hieronder volgt een voorbeeld van een correcte verwijzing naar een tabel en/of afbeelding:

                     In je tekst

          Er kan dus met enige zekerheid gesteld worden dat 52% van de populatie van mening is dat huishoudgeld collectief beheerd moet worden.

          In Tabel  1 wordt weergegeven hoe de procentuele verdeling onder de onderzoekspopulatie verdeeld is.

                    Onder de afbeelding

           Tabel 1. Verdeling collectief beheer huishoudgeld. Overgenomen uit Economie op microniveau (p. 21) door Y. Mingzhe en P. Peterson, 2008,

           Amsterdam: AcaPublications. Copyright 2008, AcaPublications.

                    In de literatuurlijst

           Mingzhe, Y., & Peterson, P. (2008). Economie op microniveau. Amsterdam: AcaPublications.

Omdat een afbeelding/tabel als een citaat behandeld wordt, dient het paginanummer vermeld te worden in de verwijzing. Soms is het wenselijk om slechts een deel van een tabel over te nemen uit een bron. In dat geval dien je te vermelden dat je de tabel aangepast hebt. Je verandert ‘Overgenomen uit’ naar ‘Aangepast overgenomen uit’. Het is tevens een regel dat de namen van de tabellen/afbeeldingen in de tekst met een hoofdletter gespeld worden (dus: Tabel 4, Afbeelding 4, Figuur 3, enz.).

          Een fout die veelvuldig gemaakt wordt is het verwijzen naar tabellen en/of afbeeldingen op de locatie in de tekst. Hiermee wordt bedoeld dat de tekst uitspraken als ‘zie de onderstaande tabel voor…’ of ‘De tabel op de vorige pagina geeft weer…’ bevat. Deze uitspraken worden onder ‘lui schrijven’ en ‘vaag verwijzen’ geschaard en worden volgens academische schrijfrichtlijnen afgekeurd. Het controleren van je bronnen (APA) is bij Scriptium een aparte service. Neem contact met ons op om je hierover te informeren. 

 

Verwijzen naar een zelfgemaakte tabel of afbeelding

In principe volg je bij een zelfgemaakte tabel of afbeelding dezelfde stappen als bij een tabel uit een externe bron. De afbeelding dient voorzien te worden van een nummer en een titel, maar je hoeft niet langer een bronvermelding toe te voegen of een bron in de literatuurlijst te verwerken. Zorg voor een gepaste titel die naar behoren reflecteert wat de tabel/afbeelding precies weergeeft:

                      In je tekst

          De resultaten van de semigestructureerde interviews zijn verwerkt in Grafiek 1 en de percentages als resultaat van de meerkeuzevragen

          worden weergegeven in Tabel  2.

                     Onder de afbeelding

          Grafiek 1. Exponentiële stijging aantal huishoudens met zelfbeheer over huishoudgeld

Houd in je achterhoofd dat de titel van de tabel/afbeelding specifiek toepasbaar is op die tabel. Een titel als ‘Resultaten interviews met doelgroep’ kan in principe onder veel tabellen geplakt worden aangezien veel tabellen de resultaten van interviews weergeven.

 

Verwijzen naar bijlagen

Een bijlage is een verzameling relevante informatie die je geproduceerd hebt tijdens je onderzoek, maar die niet per definitie in de lopende tekst verwerkt hoeft te worden. Je plakt deze informatie na de literatuurlijst aan je scriptie. Een voorbeeld van een bijlage is een uitgeschreven voorbeeld van de enquête die je opgesteld hebt, of de getranscribeerde versies van interviews die je hebt afgenomen. Voorzie elke bijlage van een titel waarnaar je in de tekst kunt verwijzen. Net als bij de tabel- en afbeeldingnamen krijgt een vermelding van een bijlage een hoofdletter:

           De uitgeschreven interviews zijn te vinden in Bijlage II.

Bij uitvoerig onderzoek kan er veel informatie geproduceerd worden. Denk bijvoorbeeld aan een onderzoek waarbij in kaart gebracht moet worden hoe vaak mensen per week inloggen op Facebook. Een dergelijk onderzoek levert een lange lijst met gegevens op die geen plek heeft in het artikel dat bij het onderzoek geschreven wordt. De uitgewerkte resultaten vervullen echter wel een sleutelrol in het artikel. Het is dan dus de bedoeling dat je de lijst met gegevens verwerkt in een bijlage, maar dat de samengevatte uitkomsten van het inlogonderzoek uitgebreid vermeld worden in de tekst. Op deze manier maak je onderscheid tussen welke informatie in de tekst en in de bijlage thuishoort.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Literatuurlijst: verwijzen naar internetbronnen

Gepost door om 03:38 in blog | 0 comments

Verwijzen naar internetbronnen

Onder internetbronnen wordt een breed scala aan media geschaard. In principe is elke pagina op internet een mogelijke bron zolang deze maar als betrouwbaar en valide wordt bewezen. Internetbronnen kunnen onder andere websites, blogs, social media, databanken en online tekstbestanden zijn. Voor elk medium gelden andere APA-richtlijnen. Voor alle media geldt dat er rekening gehouden moet worden met de ontvankelijkheid van het internet. Als er in jouw bron wijzigingen aangebracht kunnen worden (bijvoorbeeld een actualiteitenwebsite die regelmatig wordt bijgewerkt of een tekstbestand in een databank dat onderhevig is aan updates), dient dat gereflecteerd te worden in de literatuurlijst. In de basis ziet een verwijzing naar een internetbron er als volgt uit:

          Auteursnaam, voorletter(s). (jaar, dag maand). Titel cursief. Geraadpleegd op dag maand jaar, van link van website

          Van den Heuvel, W.Q. (2004, 12 maart). Alles over wolven. Geraadpleegd op 30 april 2017, van http://allesoverwolven.nl/homepage

Net als bij een online kranten- of tijdschriftartikel, wordt bij het ontbreken van de auteursnaam de achterliggende organisatie genoemd. Als er tevens geen organisatie bekend is, dient de titel van de website, databank, blog en/of social media als begin van de verwijzing. De datum waarop de internetbron gecreëerd is, wordt doorgaans onderaan de pagina vermeld. Toch is het vaak zo dat een datum niet te vinden is. In dat geval dien je de bronvermelding z.d. (zonder datum) toe te passen:

          Van den Heuvel, W.Q. (z.d.). Alles over wolven. Geraadpleegd op 30 april 2017, van http://allesoverwolven.nl/homepage

 

Verwijzen naar een onlinenaslagwerk

Als je een bron hebt geraadpleegd die gepubliceerd is in een onlinenaslagwerk, dient dat vermeld te worden in de literatuurlijst. Aan de standaardbronvermelding voor websites zoals hierboven weergegeven staat, wordt toegevoegd in welk naslagwerk de informatie vinden is. Een correcte bronvermelding volgens het APA-format komt er dan als volgt uit te zien:

           Van den Heuvel, W.Q. (2004, 12 maart). Alles over wolven. In DierenencyclopedieGeraadpleegd op 30 april 2017, van

                      http://dierenencyclopedie.nl/allesoverwolven

Let er op dat de titel van de website en/of internetbron niet langer cursief is. De naam van het onlinenaslagwerk wordt wel cursief weergegeven.

 

Verwijzen naar een onlinewoordenboek

Soms is het voordelig voor je scriptie om de definitie van een term rechtstreeks uit een erkend woordenboek te halen. Uiteraard dient er dan wel op correcte wijze naar dat woordenboek en de website waarop je de definitie gevonden hebt, verwezen te worden. Een (online) woordenboek heeft geen auteur en daarom wordt de bronvermelding begonnen met het woord waarvan je de definitie in je scriptie gebruikt:

          Sociale media. (2014). In Nederlands woordenboek. Geraadpleegd op 4 juni 2015, van http://woordenlijst.org/woord/socialemedia

 

Verwijzen naar een databank

Als je een internetbron middels een databank gevonden hebt, kun je ervoor kiezen om dit in de literatuurlijst te vermelden. Dit is niet verplicht, maar vergroot wel de betrouwbaarheid en vindbaarheid van je bronnenlijst. Een verwijzing naar een databank wordt tussen vierkante haakjes geplaatst:

          Hoogeboom, I. (z.d.). Geboortecijfers in Europa door de eeuwen heen [Statista]. Geraadpleegd op 18 mei 2008,

                    van http://statista.com/geboortecijfers/europa/geboortecijfers-in-europa-door-de-eeuwen-heen

Let erop dat de vermelding van de databank achter de websitetitel en voor de punt komt.

 

Verwijzen naar social media

Er zijn nog geen richtlijnen en/of regels opgesteld door de American Psychological Association voor het verwijzen naar materiaal op social media. Zij zijn momenteel bezig met de ontwikkeling van een uitgebreidere APA-handleiding voor verwijzen naar internetbronnen en daar zal het verwijzen naar social media in opgenomen worden. Tot die tijd zijn er wel enkele basisrichtlijnen die gelden voor verwijzen naar social media. Bij gebrek aan titels worden Twitterberichten bijvoorbeeld volledig genoemd in de literatuurlijst. Bij Facebookberichten kopieer je enkel de eerste zin. Het social medium wordt vermeld tussen vierkante haakjes na de berichtindicatie en voor de punt. Een verwijzing naar een Twitterbericht komt er dan als volgt uit te zien:

           De Rooij, J. (2016, 8 september). Weet onze premier wel dat er zat Nederlanders waren die niet op zijn partij gestemd hebben?

                    #luisternaardeoppositiejongeman [Tweet]. Geraadpleegd op 9 september 2016, van http://twitter.com/

                    derooijjannetje#83792009ooo3827hkjnbhb3338/

Hier volgt een voorbeeld van een verwijzing naar een Facebookbericht:

          ActieSport. (2017, 23 februari). Kom binnenkort naar onze filialen in het westen voor gratis advies over hardloop- en atletiekschoenen

          [Facebook]. Geraadpleegd op 27 februari 2017, van http://facebook.com/actiesportpr/post=839292298/

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Voorbereidingen: een goed begin is het halve werk

Gepost door om 00:43 in blog | 0 comments

Een goed begin is het halve werk

De scriptieperiode kan vooral vlak voordat deze begint aanvoelen als een Mount Everest. Het is dan ook van belang dat je deze periode zo goed mogelijk voorbereid en begint. Er is een aantal stappen dat je kunt nemen om het scriptieproces zo prettig mogelijk te laten verlopen.

 

Het onderwerp

Later in het scriptieproces zul je veel voordeel hebben van een uitgebreide voorbereiding tijdens het kiezen van je scriptieonderwerp. Probeer jezelf in te lezen in verschillende onderwerpen, onderzoek of er literatuur beschikbaar is en vraag jezelf eens af of je bereid bent maanden bezig te zijn met het onderwerp van jouw keuze. Je maakt het jezelf niet makkelijk als je een onderwerp kiest waar je bij voorbaat al genoeg van hebt. Lees voor meer informatie over het kiezen van een onderwerp ook ons blogartikel ‘Voorbereidingen: een onderwerp kiezen’.

 

Scriptierichtlijnen

Er zijn universele richtlijnen opgesteld waaraan een master- en/of bachelorscriptie moet voldoen. Elke universiteit en hogeschool in Nederland biedt een document met deze richtlijnen aan de studenten. Bereid jezelf goed voor door deze richtlijnen te lezen. Als het goed is ben je gedurende je studie vaak in aanraking gekomen met wetenschappelijke artikelen die min of meer dezelfde richtlijnen aanhouden als een scriptie, en dus hoef je niet bang te zijn dat je verrast wordt door de eisen die jouw universiteit of hogeschool aan je scriptie stelt. Bij deze richtlijnen hoort ook kennis over verwijzen en bronvermeldingen. 

 

Scriptiebegeleider

Vanuit de opleiding wordt aan iedere student die een master- of bachelorscriptie schrijft een scriptiebegeleider toegewezen. Deze begeleider is een docent of professor met expertise over jouw gekozen onderwerp. De meeste opleidingen geven de student de mogelijkheid op te geven welke begeleiders zij geschikt zouden vinden voor hun onderwerp en scriptie. Als jouw opleiding die mogelijkheid biedt, past het bij een goede voorbereiding om daar zorgvuldig gebruik van te maken. Voer bijvoorbeeld een voorbereidend onderzoekje uit naar welke docenten en professoren op jouw universiteit of hogeschool goed aansluiten bij je interesses en werkwijze. Vraag jezelf af of je juist intensieve of vrijere begeleiding nodig hebt, en welke begeleider daarop aansluit. Het is tevens een optie om scriptiebegeleiding bij een externe partij (tegen betaling) aan te vragen. Scriptium heeft scriptiebegeleiders uit alle vakgebieden en kijkt ook wetenschappelijke verslagen na. 

 

Locatie

Het is verstandig om aandacht te besteden aan de plek waar je jouw scriptie wilt gaan schrijven. Logischerwijs doe je dat thuis, maar vraag jezelf af of dat de slimste keuze is. Ga na of je thuis snel afgeleid raakt of afgeleid wordt. Is het een geschikte plek om rustig, geconcentreerd en langdurig te kunnen werken? Daarnaast dien je jezelf af te vragen of je, als je thuis de scriptie schrijft, nog wel los kunt komen van het proces. Overweeg eens om te gaan schrijven op een andere locatie. De mediatheek of ICT-ruimte van jouw hogeschool of universiteit bieden talloze geschikte plekken. Op grote campussen worden doorgaans meerdere ruimtes met pc’s en internetverbinding aangeboden. Op deze manier haal je het scriptiewerk uit je privéleven en kun je thuis tot rust komen.

 

Opslag

Tijdens het schrijven van je scriptie ga je veel documenten produceren. Er is natuurlijk het scriptiedocument zelf, maar ook alle contactwisseling met je begeleider, de artikelen uit een eventueel literatuuronderzoek, alle voorbereidende werkzaamheden die je uitvoert of de enquêtes en de resultaten die je hebt opgesteld. Schenk voordat je begint met je scriptie wat aandacht aan waar je al deze informatie gaat opslaan. Schaf bijvoorbeeld een USB-stick met veel geheugen aan met scriptieopslag als doel. Je kunt er ook voor kiezen om alle documenten in Dropbox of OneDrive van Microsoft Outlook op te slaan. Je accounts dienen dan wel adequaat beveiligd te zijn. Het is tevens aan te bevelen om te zorgen dat je jouw scriptiedocumenten op meerdere locaties kunt vinden. Mocht er dan onverhoopt iets misgaan, dan zijn er altijd back-ups beschikbaar.

 

Planning

Als het schrijven van je scriptie daadwerkelijk begint, maak je een gedetailleerde planning. Veel universiteiten en hogescholen stellen dit als eis. Het is tevens aan te bevelen om als voorbereiding een ruwe planning op te stellen. Stel jezelf de vraag hoeveel uur je per schrijfdag aan je onderzoek wilt werken en hoeveel dagen je dan nodig hebt om aan het woordenaantal te voldoen. Ga ervan uit dat contact met participanten tijd kost en hou daar rekening mee in je planning. De gouden tip? Zorg dat je scriptie twee weken voor de laatste deadline af is. Zo is er altijd speling om onvoorziene omstandigheden op te vangen.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Voorbereidingen: een onderwerp kiezen

Gepost door om 23:31 in blog | 0 comments

Beginnen bij het begin

Het schrijven van een master- of bachelorscriptie is net als het bouwen van een huis. Je begint bij de fundering en de blauwdruk en daarna volgt pas de daadwerkelijke constructie. Metaforisch gezien is je scriptie het huis, je onderzoek is de fundering en je scriptieonderwerp is de blauwdruk. Het begint dus allemaal bij het onderwerp. Het is dan ook van belang dat je een geschikt onderwerp kiest dat voor jou persoonlijk kan fungeren als blauwdruk, en zo doorwerkt op de latere stadia van het schrijven van je scriptie (zoals het kiezen voor kwalitatief of kwantitatief onderzoek en op welk soort onderzoek je jouw scriptie baseert).

 

Vind ik het leuk?

Het is op z’n minst belangrijk dat je jouw onderwerp leuk vindt. Je gaat jezelf tenslotte maandenlang verdiepen in alles wat met jouw onderwerp te maken heeft. Enige intrinsieke interesse is daarbij zeker gewenst. Uiteraard dient het onderwerp aan te sluiten op je studie, maar dat wil niet zeggen dat je onderwerp uitsluitend gerelateerd aan je studie moet zijn. Vraag jezelf bijvoorbeeld eens af of je jouw hobby’s of buitenschoolse interesses kan combineren met je studie en zo tot een onderwerp voor je scriptie kan komen. Als je bijvoorbeeld pedagogische vaardigheden studeert en in het weekend actief bent bij een theatergroep, is een mogelijk onderwerp het onderzoeken van toegepaste acteeroefeningen in het onderwijs.

 

Is het te onderzoeken?

Een van de beste tips die ik gekregen heb tijdens het schrijven van mijn bachelorscriptie was dat wij als bachelorstudenten niet het wiel opnieuw hoefden uit te vinden. Dat hoef je als masterstudent overigens ook niet, het is juist de bedoeling dat jouw onderzoek en scriptie voortborduren op reeds uitgevoerd onderzoek dat bewezen feiten presenteert. Jouw onderwerp mag dus best gebaseerd zijn op bestaande literatuur. Een fijne bijkomstigheid is dan dat er reeds academisch geverifieerde bronnen bestaan over hetgeen jij wil onderzoeken. Het is namelijk erg moeilijk om een goed onderbouwd onderzoek te presenteren in een bachelor- of masterscriptie als je een onderzoeksveld betreedt waarover weinig tot niets bekend is. De tip is dus: ga na of er al literatuur beschikbaar is over jouw onderwerp. Is jouw onderwerp te onderzoeken?

           Het is overigens niet onmogelijk om een goede scriptie te schrijven over een onderwerp in een nieuw onderzoeksveld. Je dient je scriptie dan niet te baseren op uitgebreid literatuuronderzoek, maar op een vooronderzoek dat je zelf hebt opgezet, uitgevoerd en hebt laten keuren.

 

Is het relevant?

Een vast onderdeel van een scriptie is het bewijzen van de relevantie van jouw onderzoek. Het is aan te raden om al bij het kiezen van je onderwerp rekening te houden met de relevantie. Ga eens na hoe jouw onderwerp staat tegenover de literatuur en de artikelen die al beschikbaar zijn. Hoeveel is al bekend over jouw onderwerp? Is er eigenlijk nog wel een aspect van jouw onderwerp dat nog onderzoek nodig heeft? Als je bijvoorbeeld kiest voor het onderwerp ‘Engelse grammatica’, betreedt je een gebied waarover al veel bekend is. Het is niet relevant om een onderzoek op te zetten naar wat de Engelse grammaticaregels precies zijn, daar weet de academische wereld reeds veel over. Het is wel relevant om bijvoorbeeld te onderzoeken hoe de huidige Engelse grammaticaregels het leren van Engels voor kinderen met een andere moedertaal bemoeilijken of juist vergemakkelijken. Vind als het ware het gat in het onderzoeksveld dat jij met jouw onderzoek kunt dichten.

           Het is tevens een pluspunt als jouw onderzoeksonderwerp actueel is. Als je onderzoek bijvoorbeeld bijdraagt aan de politieke en ethische discussie over vluchtelingenhulp in de Europese Unie, sluit je naadloos aan op de hedendaagse actualiteiten en is de relevantie van je onderzoek eenvoudig aan te duiden.

 

Is het afgebakend?

Een waardevolle tip is om je onderwerp en je scriptie zoveel mogelijk af te bakenen. Dit is een proces dat vooral tijdens het formuleren van de onderzoeksvraag plaatsvindt. Toch is afbakening ook van toepassing op je onderwerpkeuze. Hoe kleiner je onderwerp, hoe gemakkelijker je later in het proces invulling kunt geven aan de onderdelen van je scriptie die na het kiezen van het onderwerp volgen (de hoofdvraag, deelvragen, doelstellingen, enz.).

           Afbakenen doe je in principe gebaseerd op locatie en tijd. Denk bijvoorbeeld aan het onderwerp ‘chocoladeconsumptie’. Dit is een breed onderwerp zonder afbakening. Voeg een tijd toe en je onderwerp wordt direct een stuk grijpbaarder: ‘chocoladeconsumptie in 2018’. Voeg daar dan ook nog een locatie aan toe, ‘chocoladeconsumptie in 2018 in Amsterdam’ en waarschijnlijk krijg je al direct ideeën over hoe je een dergelijk onderwerp kunt onderzoeken.  Het is plotseling helder en ‘onderzoekbaar’ geworden.

Wens je hulp te krijgen gedurende het schrijven van je scriptie? Of wil je je scriptie of verslag laten nakijken? Scriptium staat 24 uur per dag tot je beschikking.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Literatuurlijst: verwijzen naar audiovisuele bronnen

Gepost door om 22:10 in blog | 0 comments

Literatuurlijst: verwijzen naar audiovisuele bronnen

De American Psychological Association heeft richtlijnen en regels opgesteld voor het verwijzen naar verscheidene audiovisuele bronnen. Onder deze bronnen worden video’s, programma’s, tv-series, video’s uit een databank als YouTube, cd-roms en dvd’s, opgenomen interviews en opgenomen colleges verstaan. Een verwijzing naar een multimediaal medium dient conform de volgende basisverwijzing te zijn opgesteld:

          Auteursnaam, voorletter(s). (Functie). (jaar van uitgave of datum van uitzending). Titel van video [Materiaalsoort]. Plaatsnaam: uitgever.

          Lürsen, J. (Regisseur). Alles is Liefde [Dvd]. Amsterdam: A-film.

 

  • Functie

Met de functie wordt de functie van de auteur bedoeld. Neem de film Alles is Liefde als voorbeeld: er hebben uiteraard tientallen mensen meegewerkt en/of een bijdrage geleverd aan het maken van de film. Het is echter onmogelijk om al die mensen te vermelden in de literatuurlijst. Volgens het APA-format wordt de belangrijkste medewerker genoemd. Bij films is dit vaak de regisseur, bij tv-programma’s waarin er veelvuldig een presentator aan het woord is, is dat de presentator. Denk ook aan video’s die op YouTube te vinden zijn. De functie van de auteur is dan bijvoorbeeld ‘vlogger’ afhankelijk van de inhoud van de video.

  • Materiaalsoort

In principe verwijzen alle audiovisuele verwijzingen naar video’s. Tussen vierkante haakjes na de titel en binnen de punt dient weergegeven te worden hoe de betreffende video is bekeken. Een video kan online via YouTube bekeken worden of op dvd in je kast liggen. Zo zijn er talloze manieren waarop audiovisueel materiaal beschikbaar wordt gesteld.

  • Uitgeverij

De uitgeverij is in feite het bedrijf of de organisatie achter de productie van het medium waarmee je het audiovisuele materiaal gezien hebt. Heb je een film op dvd gezien, dan is de uitgeverij de uitgever van de dvd, oftewel de productiemaatschappij achter de film. Heb je dezelfde film op televisie gezien, dan is de uitgeverij de zender die de film uitzond.

 

Verwijzen naar een serie- of tv-uitzending

Een verwijzing naar een aflevering uit een tv-serie of een bepaalde uitzending van een doorlopend programma is ingewikkelder dan een verwijzing naar een film of video. De literatuurlijst dient te vermelden op welke dag het programma is uitgezonden, wat het afleveringsnummer is, hoe het programma en de uitzending die jij gezien hebt heten en wie de producent was. Een verwijzing komt er dan als volgt uit te zien:

          Auteursnaam, voorletter(s). (Functie). (jaartal, dag maand). Aflevering nummer. Titel van aflevering. In voorletter(s), producentnaam

                    (Producent), naam van programma [materiaalsoort]. Plaats: uitgeverij.

          Van Rooijen, D. (Regisseur). (2010, 12 september). Aflevering 1. In het begin. In A. de Levita & Nijenhuis (Producenten), Penoza [tv-uitzending].

                    Amsterdam: NL Film.

Mocht je de aflevering op dvd hebben gezien, dan dient [dvd] te worden vermeld bij de materiaalsoort en wordt de aanduiding van dag en maand achterwege gelaten. Het is tevens mogelijk om te verwijzen naar een fragment in een tv-programma of film. Denk bijvoorbeeld aan een interview in een talkshowprogramma. Zowel het programma als het afzonderlijke fragment moet genoemd worden in de verwijzing:

          Monbiot, G. (Zoöloog). (2018, 15 april). Compassie als oplossing volgens George Monbiot. In van Nieuwenhuizen & M. Schutgens (Producenten),

                    VPRO Tegenlicht [tv-uitzending]. Hilversum: VPRO.

 

Verwijzen naar een video op YouTube

YouTube is een internetbron en dus dient de datum van raadpleging en de link naar de video in de literatuurlijst vermeld te worden. Dit geldt overigens ook voor audiovisueel materiaal dat uit andere internetbronnen gewonnen wordt. Denk hierbij aan databanken als School TV Beeldbank of documentairenet.nl. Een correcte verwijzing naar een video op YouTube of een andere online audiovisuele databank ziet er als volgt uit:

          Naam van plaatser van de video. (jaar, dag maand van plaatsing). Titel van de video [videobestand]. Geraadpleegd op dag maand jaar,

                    van URL

          RTL Late Night. (2018, 13 april). Brigitte Kaandorp zingt lied voor Humberto – RLT LATE NIGHT [videobestand]. Geraadpleegd op

                    16 april 2018, van https://www.youtube.com/watch?v=L_Fdj1KWVGU

Net als bij verwijzingen naar tekstuele internetbronnen is het aan te bevelen om de bronvermelding in de literatuurlijst regelvullend op te stellen. Bij lange links betekent dat dus dat deze na een slash (/) afgebroken mag worden. Houd er tevens rekening mee dat tv-uitzendingen, films of afleveringen uit series die je online geraadpleegd hebt (bijvoorbeeld middels uitzendinggemist.nl of Netflix Online) voorzien moeten worden van een datum van raadpleging en link.

 

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Fieldresearch

Gepost door om 07:06 in blog | 0 comments

Wat is fieldresearch?

Fieldresearch wordt ook wel empirisch onderzoek genoemd. Empirisch betekent ‘kennis verwerven door ondervinding’. In feite is fieldresearch dus kennis die je middels onderzoek in het (onderzoeks)veld verwerft. Je gaat er dus op uit met je probleemstelling en onderzoeksvraag om aan de hand van jouw zelfontworpen onderzoek de conclusie van je scriptie te formuleren. Dit onderzoek ontwerp je op basis van een literatuuronderzoek dat je wel achter je bureau uitvoert.

          Literatuuronderzoek is overigens niet te verwarren met deskresearch. Deskresearch heeft, net als fieldresearch, het doel om een antwoord te formuleren op je onderzoeksvraag, en een literatuuronderzoek voer je uit om een theoretisch kader op te stellen waarop je jouw onderzoek baseert. De parameters en aspecten van jouw onderzoek dienen immers wel als effectief bewezen te zijn. Voor meer informatie over deskresearch kun je het blogartikel deskresearch van Scriptium raadplegen.

 

Hoe ziet fieldresearch eruit?

Fieldresearch leent zich perfect, maar niet uitsluitend, voor kwalitatief onderzoek. Het belangrijkste aspect is dat je erop uit gaat. Je gaat dus naar je doelgroepleden toe. In principe zijn dit de drie bekendste fieldresearchmethodieken:

  • Enquêtes
  • Interviews
  • Observaties

Deze drie vormen van empirisch onderzoek eisen van de onderzoeker dat hij/zij actief op zoek gaat naar participanten en de enquêtes/interviews naar hen toebrengt. Bij interviews en participerende observaties is het zelfs zo dat de onderzoeker actief deelneemt aan het onderzoek.

 

Voordelen en nadelen van fieldresearch

Empirisch onderzoek heeft vele voordelen als je een kwalitatief onderzoek wil uitvoeren. Enquêtes, interviews en observaties bieden de beste uitkomsten als je de meningen en motivaties van doelgroepleden in kaart wil brengen. Je krijgt de mogelijkheid om ter plekke dieper op onderwerpen in te gaan samen met je participanten. Ook krijg je toegang tot alle aspecten van een onderwerp door openlijk met een participant te spreken en kun je dus terwijl je het onderzoek uitvoert, het onderzoek bijsturen, verdiepen of juist vroegtijdig stoppen. Kortom: je staat als onderzoeker middenin je onderzoek en hebt er de volledige controle over.

          Empirisch onderzoek is nadelig omdat het veel tijd kost. Je moet naar participanten toe en bent gemiddeld acht uur per participant kwijt aan het afnemen van een enkel interview. Bij een grote doelgroep kan dit dus al snel een groot deel van de gehele scriptietijd opeisen. Daarnaast ben je sterk afhankelijk van de mate waarin participanten medewerking verlenen. De kwaliteit van een interview of enquête wordt hoger op het moment dat een participant gemotiveerd is mee te werken en als je te maken hebt met een ongemotiveerde of zelfs tegendraadse doelgroep wordt het moeilijk om kwalitatief hoge gegevens te verzamelen.

          De onderzoeker is bij fieldresearch tevens tijd kwijt aan het verkrijgen van toegang tot de doelgroep. Denk hierbij aan observaties die de onderzoeker wil uitvoeren binnen een bedrijf. Er dient contact opgenomen te worden met het bedrijf voor toestemming en afspraken. In de praktijk wordt vaak duidelijk dat er op dagelijkse basis veel factoren zijn die een dergelijke observatie in de weg staan.

 

Variabelen bij fieldresearch

Zoals in de vorige paragraaf al vermeld werd, ben je bij fieldresearch afhankelijk van je doelgroep. Dit uit zich ook in een grote hoeveelheid variabelen die je als onderzoeker niet kan controleren. Bij deskresearch heb je zelf de controle over variabelen. Je verzamelt en verwerkt immers zelf de gegevens volgens een bewezen analysemodel.

          Bij fieldresearch zijn er talloze variabelen waar je geen invloed op kunt uitoefenen. Bij het afnemen van een interview zijn de resultaten in bepaalde mate afhankelijk van variabelen waar je enige controle over hebt, zoals waar en wanneer het interview plaatsvindt, maar ook van variabelen die je niet kunt controleren, zoals de emotionele staat en de vitaliteit van de participant.

          De empirische onderzoeksmethode observatie is ook onderworpen aan oncontroleerbare variabelen. Als je een docent wilt observeren die een nieuwe lesmethode toepast, dien je in je onderzoek tevens rekening te houden met de effecten van andere factoren, zoals de stemming van de docent en van de leerlingen, de vaardigheid van de docent en per definitie jouw aanwezigheid in het klaslokaal.

          Deze oncontroleerbare variabelen maken fieldresearch vaak onnauwkeuriger, subjectiever en lastig uit te voeren. Dit is nu eenmaal niet te voorkomen. Je dient dus bij fieldresearch aandacht te besteden aan alles wat jij niet kunt controleren, en daar dien je in je scriptie tekst aan te wijden. Zo waarborg je de betrouwbaarheid en validiteit van je scriptie.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Deskresearch

Gepost door om 05:26 in blog | 0 comments

Onderzoeksvormen op een rijtje

Onderzoek kun je op talloze manieren uitvoeren. Er zijn kwalitatief en kwantitatief onderzoek waarbij je actief de wereld in gaat om jouw enquêtes, interviews of experiment toe te passen op de doelgroep. De onderzoekssoort bepaalt op welke manier jij onderzoek doet en hoe je onderzoeks- en deelvragen geformuleerd worden. Ten slotte wordt er onderscheid gemaakt tussen deskresearch en fieldresearch. Dit artikel bevat alles wat je moet weten over deskresearch.

 

Wat is deskresearch?

De naam zegt het al: deskresearch is onderzoek dat je uitvoert aan je bureau. Je probeert een antwoord op de onderzoeksvraag te vinden door bestaande (secundaire) en beschikbare informatie door te spitten en te analyseren. Het sleutelwoord in deze definitie is ‘secundaire’. Je hoeft de informatie niet zelf te verzamelen of te creëren door middel van experimenten of fieldresearch en je hoeft voor die handelingen niet de wijde wereld in.

          Deskresearch is overigens niet te verwarren met literatuuronderzoek. Een literatuuronderzoek voer je uit om een beeld te scheppen van de theorie achter jouw scriptieonderwerp. Literatuuronderzoek is dus doorgaans een stap die je voor het ontwerpen en uitvoeren van je onderzoek uitvoert. Het resultaat van je literatuuronderzoek vormt de basis voor de rest van je scriptie; het is de stap tussen de oriëntatie- en de uitvoeringsfase. Deskresearch is een daadwerkelijke onderzoeksmethode die goed past bij, maar niet uitsluitend geschikt is voor, kwantitatief onderzoek.

 

Deskresearch uitvoeren

Doorgaans bestaat deskresearch uit twee stappen: informatie verzamelen en informatie analyseren. De informatie die verzameld wordt kan een samenstelling zijn van alle beschikbare informatie die je vanachter je bureau kunt inzien. Denk hierbij bijvoorbeeld aan theoretische artikelen, bedrijfscijfers, statistische gegevens, en/of vrijgegeven correspondentie. Voordat je begint aan deskresearch dien je te bepalen welke informatie relevant is voor jouw onderzoek. We nemen de volgende onderzoeksvraag als voorbeeld:

 

          Wat is het effect van positieve online bookreviews op Bol.com op de verkoopcijfers van romans in de top 10 van de bestsellerlijst in Nederland in 2018?

 

Deze vergelijkende onderzoeksvraag kan het beste onderzocht worden aan de hand van kwantitatieve deskresearch. Om te beginnen moet de juiste relevante informatie dus verzameld worden. In dit voorbeeld is dat een lijst met alle bestsellers in Nederland van 2018 die in de top 10 stonden, een verzameling aan online bookreviews op Bol.com bij de betreffende romans en de verkoopcijfers van die romans.

          In het theoretisch kader van dit onderzoek dient in kaart te zijn gebracht hoe een review precies als positief getypeerd wordt. Dit theoretisch kader wordt gevormd door middel van een literatuuronderzoek naar bestaande academische literatuur.

         Vanachter je bureau ga je vervolgens alle nodige informatie verzamelen. Na correspondentie met Bol.com en het afstruinen van reviews kun je de analyse beginnen. Zorg dat je systematisch en nauwkeurig te werk gaat. Het is op zijn allerminst van belang om de grote hoeveelheid informatie naar behoren te categoriseren en te verwerken. Uit de berg aan data moet uiteindelijk een overzichtelijk artikel voortvloeien met een conclusie die voor de lezer wordt onderbouwd. Deze conclusie bevat het antwoord op de hoofdvraag en wordt gevolgd door een discussie waarin je uitlegt wat de cijfermatige resultaten uit jouw deskresearch nu precies betekenen.

          Alle verzamelde reviews, verkoopcijfers en bestsellerlijsten voeg je vervolgens in bijlagen toe aan je scriptie. De bijlagen komen na de literatuurlijst. Voor meer informatie over hoe je naar bijlagen dient te verwijzen in je tekst, kun je het volgende blogartikel raadplegen.

 

 Voordelen en nadelen van deskresearch

Deskresearch is voordelig omdat het minder tijd en geld kost. Ook ben je als onderzoeker in mindere mate afhankelijk van participanten en/of externe partijen die jouw onderzoek moeten voorzien van data. Zo hoef je ook geen rekening te houden met steekproeven, representatieve doelgroepgrootten, foutmarges en objectiviteit in het onderzoeksmateriaal dat je zelf maakt. De tijdsbesparing wordt behaald doordat je niet de wijde wereld in hoeft voor het onderzoek, maar ook doordat je geen experiment, interview en/of enquête hoeft te ontwerpen en onderbouwen.

        Toch zitten er ook zeker nadelen aan deskresearch. Zo ben je gelimiteerd in wat je kunt onderzoeken. De nodige informatie moet immers wel beschikbaar zijn. Als Bol.com weigert medewerking te verlenen en de verkoopcijfers niet wil overhandigen, is het onderzoek niet langer uit te voeren. Daarnaast kan deskresearch over het algemeen eentonig en langdurig werk zijn dat je vaak alleen uitvoert.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Doelstelling formuleren

Gepost door om 01:21 in blog | 0 comments

Probleemanalyse

Na het kiezen van je scriptieonderwerp ga je een probleemanalyse uitvoeren. Uit die probleemanalyse vloeien de probleemstelling en de doelstelling voort. In de probleemstelling geef je nauwkeurig weer wat je precies gaat onderzoeken en in de doelstelling formuleer je waarom je precies gaat onderzoeken wat je gaat onderzoeken. In feite beschrijf je dus het doel van je scriptie en onderzoek. De doelstelling is, net als de probleemstelling, een vast onderdeel van je scriptiestructuur en dient opgenomen te worden in de inhoudsopgave.

          Tijdens je probleemanalyse breng je alle aspecten van het probleem in kaart. In de probleemstelling hoort te staan wat het probleem precies is, wie de stakeholders zijn en waar het probleem zich afspeelt. Samen met de probleemstelling leidt je doelstelling uiteindelijk tot de formulering van je onderzoeksvraag.

 

Het doel van de doelstelling

In het kort beschrijft je doelstelling het doel van je onderzoek anders dan simpelweg ‘het probleem oplossen’. Sterker nog, het doel van je onderzoek is helemaal niet om het probleem op te lossen. Het doel is doorgaans om een mogelijke oplossing te formuleren gebaseerd op onderzochte en in kaart gebrachte data en feiten. Het is dan vervolgens aan de stakeholders om die oplossing toe te passen.

          In het kort heeft de doelstelling twee doelen:

 

  • Relevantie

In de doelstelling toon je de relevantie van je onderzoek aan. Je geeft antwoord op de vraag waarom het van belang is dat jouw onderzoek uitgevoerd wordt. We maken onderscheid tussen theoretische relevantie en maatschappelijke relevantie. Onder theoretische relevantie scharen we doelen als het uitbreiden van bestaande kennis over het onderwerp en tot maatschappelijke relevantie rekenen we overige doeleinden zoals het inzichtelijk maken van breinactiviteit bij kleuters met ADHD. Dit is maatschappelijk relevant omdat dat inzicht vervolgens kan helpen bij het ontwikkelen van effectief speciaal onderwijs voor de kleuters in de doelgroep.

 

  • Verwachtingen

In je doelstelling maak je aan de lezers duidelijk wat zij kunnen verwachten van jouw scriptie. Dit aspect van de doelstelling is zeer belangrijk bij een onderzoek dat je uitvoert in opdracht van een bedrijf of instantie. Het bedrijf heeft jou een probleem gegeven dat onderzocht moet worden en het is van belang om voorafgaand aan dat onderzoek zeker te stellen dat jij als onderzoeker en het bedrijf dezelfde verwachtingen van het onderzoek hebben. Op deze manier voorkom je dat er achteraf onenigheid ontstaat over hoe het onderzoek is verlopen en wat het eventueel wel of niet oplevert.

 

Doelstelling formuleren

Een doelstelling bestaat uit vier onderdelen. Correctoren van Scriptium controleren je doelstelling op de volgende vier punten:

  • Een duidelijke kernformulering
  • Het soort onderzoek
  • De relevantie
  • De verwachtingen /wensen van de opdrachtgevende instantie

 

Onder een duidelijke kernformulering verstaan we enkele zinnen over het doel van je scriptie. Een voorbeeld kan zijn:

 

          Het doel van dit onderzoek is om in kaart te brengen hoe de breinactiviteit bij Nederlandse leerlingen in het kleuteronderwijs met een

          leeftijd van vier jaar bij wie ADHD is vastgesteld,  afwijkt van de breinactiviteit bij leerlingen met een leeftijd van vier jaar in het

          kleuteronderwijs zonder een ADHD-diagnose, tijdens het uitvoeren van basale lees- en rekentaken.

 

Dit is een duidelijke kernformulering waarin weinig tot geen ruimte bestaat voor ambiguïteit. In de doelstelling dien je vervolgens te bepalen welk soort onderzoek het meest geschikt is voor het bereiken van jouw doelstelling. In dit voorbeeld is dat vergelijkend onderzoek uitgevoerd door middel van fieldresearch in een experimentele setting.

          De sectie met de relevantie van je onderzoek is ook een onderdeel van je doelstelling. Ga na wat jouw onderzoek zou toevoegen aan de maatschappij als het succesvol voltooid wordt. In dit geval is het inzicht in de afwijkende breinactiviteit nodig bij het ontwikkelen van effectief onderwijs voor leerlingen in de onderzochte doelgroep. Je onderzoek is dan dus relevant voor hen, voor docenten en voor het onderwijs.

          Als we er vanuit gaan dat je dit onderzoek in opdracht van een onderwijsinstantie of onderwijsontwikkelaar uitvoert, dien je tevens te vermelden wat de opdrachtgever verwacht van je onderzoek. Doorgaans ziet een formulering van de wensen van de opdrachtgever er als volgt uit:

 

          De opdrachtgever, basisschool de Vlinderboom in Rotterdam, wenst een rapport te zien van dit onderzoek waarin inzichtelijk gemaakt is hoe de

          breinactiviteit bij kleuters met een ADHD-diagnose afwijkt van de breinactiviteit bij kleuters zonder een ADHD-diagnose. Dit rapport dient te

          bestaan uit een weergave van de gewonnen data, een theoretisch kader waarop de methodiekkeuze en experimentontwikkeling gebaseerd zijn,

          een uitvoerige data-analyse en een conclusie gebaseerd op de data-analyse.

 

Op deze manier heb je voor de opdrachtgever en voor jezelf inzichtelijk gemaakt hoe je scriptie eruit gaat zien.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Probleemstelling formuleren

Gepost door om 20:58 in blog | 0 comments

Wat is een probleemstelling?

Met je probleemstelling breng je in kaart welk probleem je met jouw onderzoek wil onderzoeken of oplossen. Uit de probleemstelling vloeit de onderzoeksvraag van jouw scriptie. Het formuleren van je probleemstelling en doelstelling is dan ook geen onbelangrijke stap. Het bepaalt namelijk de algemene richting van je scriptie, het soort onderzoek dat je gaat uitvoeren en op welke manier je jouw vraagstuk gaat onderzoeken.

 

Probleemstellingen formuleren

Het formuleren van de probleemstelling begint bij het onderwerp van je scriptie. Dat beginpunt vormt de basis van je onderzoek. Als je jouw onderwerpkeuze goed hebt voorbereid, is je onderwerp relevant en redelijk afgebakend. Met je probleemanalyse zoom je verder in op een aspect van je onderwerp en formuleer je uiteindelijk een probleemstelling en doelstelling. Vraag jezelf af wat je nu precies te weten wil komen. Wat is het ‘probleem’ binnen jouw onderzoeksveld dat nog (deels) opgelost moet worden? Laten we als voorbeeld het onderwerp ‘analfabetisme’ nemen.

          Als eerste stap verzamel en lees je reeds beschikbare literatuur over dit onderwerp. Op die manier kun je het ‘gat’ in de informatie vinden. Wat is er nog niet bekend? Stel je ziet dat analfabetisme bij Nederlanders ouder dan 65 jaar nog onvoldoende onderzocht is en je wil daar graag verandering in brengen. Je probleemstelling wordt dan toegespitst op deze doelgroep en het onderwerp analfabetisme.

          Maar er is nog geen sprake van een daadwerkelijk probleem. Dat is dan ook de volgende stap. Vraag jezelf af welke problemen je zou moeten oplossen als je dit onderwerp met deze doelgroep wil onderzoeken. Je dient bijvoorbeeld zeker te stellen dat er voldoende informatie beschikbaar is over 65+’ers met analfabetisme. Als dit niet het geval is, heb je meteen een probleem geïdentificeerd: er is geen zicht op de doelgroep en daarom is er nog weinig tot niets over bekend. Deze probleemstelling formuleer je vervolgens tot onderzoeksvraag:

 

          Hoe groot is de groep 65+’ers met analfabetisme in Nederland?

 

Je probleemstelling en onderzoeksvraag bepalen vervolgens ook hoe je onderzoek eruit gaat zien. In dat geval is een kwantitatief deskresearchonderzoek dat beschrijvend van aard is zeer geschikt.

          De probleemstelling is een vast onderdeel dat opgenomen dient te worden in de structuur van je scriptie. In het onderdeel ‘probleemstelling’ geef je antwoord op de volgende vragen:

  • Wat is nu precies het probleem?
  • Waar speelt dit probleem zich af?
  • Wie zijn er betrokken bij dit probleem?

 

Probleemstelling als rode draad

Je probleemstelling, samen met je doelstelling, geeft niet enkel richting aan je onderzoek, het fungeert ook als rode draad bij het schrijven van je daadwerkelijke scriptie. Alle afzonderlijke onderdelen in je tekst zijn gebaseerd op en refereren terug aan de probleemstelling. Een goede tip is dan ook om tijdens het schrijven per onderdeel te controleren of het verband met je oorspronkelijk geformuleerde probleemstelling duidelijk is. De correctors van Scriptium die de structuur en inhoud van je scriptie controleren, zullen je gehele document aan deze eis toetsen.

          In het conclusiegedeelte van je scriptie wordt er uiteindelijk uitvoerig en nauwkeurig een oplossing geformuleerd bij de probleemstelling. Je geeft dan dus antwoord op de onderzoeksvraag. Vergelijk je probleemstelling met je conclusie en stel vast dat je inderdaad sluitend en duidelijk antwoord geeft op de probleemstelling. Als je dat hebt gedaan, is je scriptie af en je onderzoek voltooid.

 

Externe probleemstellingen

In sommige gevallen wordt je probleemstelling door een externe entiteit aangeleverd. Een goed voorbeeld hiervan is adviserend onderzoek dat uitgevoerd wordt in opdracht van een bedrijf of instantie. De directie van een bedrijf heeft een probleem geïdentificeerd binnen de organisatie en wil dat middels onderzoek oplossen. Een dergelijk probleem kan bijvoorbeeld zijn:

 

          Het ziekteverzuim onder werknemers op de fabrieksvloer is in 2017 verdubbeld ten opzichte van 2016.

 

Hoewel de probleemstelling min of meer wordt aangeleverd, dien je nog steeds een probleemanalyse uit te voeren om tot een afgebakende en goede onderzoeksvraag te komen. Zorg dat de probleemstellingssectie beschrijft wat het probleem precies is, waar het probleem zich precies afspeelt en wie er betrokken zijn bij het probleem.

          Je onderzoeksvraag wordt vervolgens een vraag die bestaat uit één afgebakende en heldere zin. Laten we de probleemstelling voor het voorbeeld formuleren:

  • Wat is nu precies het probleem?
    • Het ziekteverzuim onder werknemers op de fabrieksvloer is in 2017 verdubbeld ten opzicht van 2016.
  • Waar speelt dit probleem zich af?
    • Op de fabrieksvloer van Friesland Campina in Sneek
  • Wie zijn er betrokken bij dit probleem?
    • Stakeholders zijn Friesland Campina directie en fabrieksvloermedewerkers

Let erop dat deze probleemanalyse zeer mager is en bedoeld is als illustratie. De daadwerkelijke probleemstelling in je scriptie dient uitgebreider te zijn.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Literatuurlijst: verwijzen naar boeken

Gepost door om 05:15 in blog | 0 comments

Literatuurlijst

Alle bronvermeldingen in je tekst verzamel je in de literatuurlijst. Deze lijst bevat de geraadpleegde bronnen en alle gegevens over die bronnen. Op deze manier kan de lezer van je scriptie snel en effectief terugvinden op welke informatie jij je onderzoek gebaseerd hebt. Volgens het APA-format dient je literatuurlijst aan een aantal eisen te voldoen:

  • De lijst dient altijd op achternaam alfabetisch opgesteld te worden.
  • De literatuurlijst is te vinden tussen je laatste hoofdstuk en eventuele bijlage(n).
  • De opmaak van je literatuurlijst dient conform de APA-richtlijnen te zijn.
  • Alleen bronnen die middels een bronvermelding in je tekst vernoemd zijn, worden in de literatuurlijst opgenomen

 

Opmaak van je literatuurlijst: algemeen

Volgens het APA-format behandel je de literatuurlijst als een nieuw hoofdstuk. Dat betekent dus dat de lijst op een nieuwe pagina begint, dat de pagina’s, net als de rest van je document, van paginanummers voorzien moeten worden en dat je literatuurlijst opgenomen wordt in de inhoudsopgave.

         Begin het hoofdstuk met de titel ‘literatuurlijst’ gecentreerd bovenaan de eerste pagina van de lijst. Na een witregel begint de lijst met bronvermeldingen. Als een bronvermelding uit twee of meer regels bestaat, worden de regels na de eerste ingesprongen. Hierdoor wordt voor de lezer duidelijk waar de ene bronvermelding ophoudt en een nieuwe begint.

 

Bronvermelding van een boek

Volgens het APA-format is de formulering van een verwijzing in je literatuurlijst afhankelijk van het medium waaruit de informatie is gewonnen. Hieronder volgt een lijst met richtlijnen voor de verwijzing naar een boek. Een correcte verwijzing ziet er als volgt uit:

                    Achternaam auteur, voorletter. (publicatiejaartal tussen haakjes). Cursieve titel van het boekPublicatieplaats: uitgeverijnaam.

                    Luyendijk, J. (2015). Dit kan niet waar zijn: De grootste angsten onder bankiers. Amsterdam: AtlasContact.

De bronvermelding wordt begonnen met de achternaam van de hoofdauteur en de voorletter(s). Vervolgens vermeldt je het publicatiejaartal. Daarna volgt de titel van het boek. Deze titel is cursief omdat zo duidelijk wordt dat het om een boek gaat. De verwijzing wordt afgesloten met de locatie van publicatie en de uitgeverijnaam.

 

  • Auteurs en (eind)redacteurs

In de basis begint de verwijzing met de achternaam en de voorletter van de auteur. Als de achternaam tussenvoegsels bevat, dien je die voor de achternaam en voluit te schrijven:

                    Van den Heuvel, B. (1997). Verwijzen doe je zo. Rotterdam: AtlasContact.

Soms is een boek ontwikkeld door één of meerdere (eind)redacteurs. Dit dient vermeld te worden in de bronvermelding middels een afkorting met hoofdletter in de taal van het boek (bijvoorbeeld: Red. Eindred. of Reds.).

                    Van den Berg, G., Ter Meer, K. & Janssen, K. (Reds.) (2013). Samenwerken in het onderwijsDen Haag: AtlasContact.

Bij publicaties met maximaal zeven auteurs worden alle auteursnamen genoemd in de volgorde die tevens in de publicatie gehanteerd wordt. Bij acht of meer auteurs (of (redacteurs), dienen de eerste zes namen, gescheiden door een komma, genoemd te worden. Daarna volgt het beletselteken (. . .) en wordt er afgesloten met de laatste auteursnaam:

                    Baarda, K., Janssen, L.M., Van den Berg, A., Bergson, W., De Vries, R., Simonen, A., . . . Ketelaar, L. (2008.) De standaardvraag voorbij:

                              narratief tot in het kleinste detail. Groningen: AtlasContact.

Voor informatie over hoe je de verwijzing naar een boek in de tekst verwerkt kun je het blogartikel ‘APA – citeren‘ raadplegen.

  • Organisaties en corporaties

Bij het ontbreken van de auteurs- of redactienamen, wordt de organisatie of corporatie achter de publicatie genoemd in plaats van de auteursnamen. Als de organisatie tevens de uitgeverij is, verwijs je op de plek van de uitgeverij terug naar de organisatie door ‘auteur’ te schrijven:

                    American Psychological Association. (2010). Publication Manual of the American Psychological Association. Washington: author.

Soms kiezen auteurs die samen een boek publiceren ervoor om zichzelf als werkgroep te identificeren. In dat geval dient de bronvermelding dit duidelijk te maken door de naam van de werkgroep zoals de publicatie deze vermeldt, op de plek van de auteur te zetten:

                   Werkgroep ‘Effectieve Inzet Dooimiddelen’. (2012). Zout, kan het iets minder? Richtlijn voor effectievere inzet dooimiddelen. Ede: CROW.

  • Boektitel

De titel van het boek dient te beginnen met een hoofdletter en te eindigen met een punt. De gehele titel wordt cursief geplaatst. Let er tevens op dat de hoofdtitel gevolgd wordt door een dubbele punt en dat de ondertitel opnieuw begonnen wordt met een hoofdletter. Als de hoofdtitel eindigt met een leesteken, komt de dubbele punt te vervallen:

                    Thomassen, T. (1997). Bang voor Honden! Hoe kinderen angst voor dieren ontwikkelenSneek: AcaPublicaties.

  • Druk/editie

Als je een tweede of latere editie of druk van een boek geraadpleegd hebt, dien je dat te vermelden in je bronvermelding. Het druknummer volgt na de titel tussen haakjes binnen de punt. Gebruik altijd een numerieke afkorting als ‘2de druk’ en neem de formulering die gehanteerd wordt in de bron over:

                    Geinen, L. (2003). Getallen in het hoofd: Numerieke patronen bij ICT-medewerkers (6e editie). Nijmegen: Zevensprong.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Onderzoeksvraag en deelvragen

Gepost door om 05:05 in blog | 0 comments

Onderzoeksvraag

Na het kiezen van het scriptieonderwerp, ga je je bezighouden met het opzetten van je onderzoek. In feite vraag je jezelf af wat je graag te weten wil komen binnen het onderzoeksveld van jouw onderwerp. Je gaat een probleemstelling, en aan de hand daarvan, een onderzoeksvraag formuleren en bepalen welk soort onderzoek je gaat uitvoeren. Deze stap noemen we het ontwikkelen van je onderzoeksopzet. Scriptiebegeleiders van externe partijen kunnen je (tegen betaling) helpen bij het opstellen van je onderzoek.

 

Soorten onderzoek

Er zijn verschillende soorten onderzoek en je dient te bepalen welke soort geschikt is voor jouw scriptie. Het soort onderzoek is van invloed op de formulering van je hoofd- en deelvragen en natuurlijk op de validiteit van je conclusie.

 

Onderzoeksvraag opstellen

Je onderzoeksvraag wordt de hoofdvraag van je onderzoek. Deze vraag bepaalt wat je gaat onderzoeken en hoe je dat gaat onderzoeken.  Ook zorg je met de formulering van je hoofdvraag dat je onderzoek is afgebakend. Doorloop de volgende stappen om een goede hoofdvraag te formuleren:

  • Stap 1: van onderwerp naar vraag

Stel je onderwerp is ‘theater in het basisonderwijs’. Je dient te bepalen wat je precies wil weten met betrekking tot dit onderwerp. Wil je theater in het basisonderwijs toepassen? Of wil je simpelweg in kaart brengen hoe theater al verwerkt is in de huidige basisonderwijsmethoden? De eerste vraag leidt tot toetsend onderzoek: hoe zijn theateroefeningen van invloed op het huidige basisonderwijs? De tweede vraag leidt tot beschrijvend onderzoek: Hoe zijn theateroefeningen reeds verwerkt in de huidige basisonderwijsmethoden?

  • Stap 2: afbakenen

We kiezen voor dit voorbeeld voor het beschrijvende onderzoek. Je basisvraag is dus: hoe zijn theateroefeningen reeds verwerkt in basisonderwijsmethoden? Deze vraag is veel te breed. Om een antwoord te formuleren moet je alle theateroefeningen en alle onderwijsmethoden die toegepast worden in Nederland in kaart brengen. Je gaat je vraag, en daarmee je onderzoek, dus afbakenen. Dit gebeurt typisch op basis van locatie en tijd:

          Hoe zijn theateroefeningen reeds verwerkt in de basisonderwijsmethoden die hedendaags worden toegepast door kleuterleidsters

          werkzaam op basisscholen binnen de Randstad?

Je hebt je onderzoek nu beperkt tot kleuteronderwijs in de Randstad en tot de onderwijsmethoden die op het uitvoeringsmoment van jouw onderzoek toegepast worden. Om je onderzoek nog verder af te bakenen kun je inzoomen op de locatie. Kies bijvoorbeeld een school binnen de Randstad of zelfs een klaslokaal binnen een school:

          Hoe zijn theateroefeningen reeds verwerkt in de basisonderwijsmethoden die hedendaags worden toegepast door kleuterleidsters

          werkzaam op basisschool de Vlinderboom in Rotterdam?

Ook ‘theateroefeningen’ is een zeer breed begrip. Aangezien ons onderwerp toegespitst is op basisonderwijs is de volgende afbakening aan te bevelen:

           Hoe zijn theateroefeningen voor kinderen reeds verwerkt in de basisonderwijsmethoden die hedendaags worden toegepast door

          kleuterleidsters werkzaam op basisschool de Vlinderboom in Rotterdam?

  • Stap 3: helderheid

Maak het jezelf zo gemakkelijk mogelijk en zorg dat er geen ruimte voor vrije interpretatie in de formulering van je onderzoeksvraag zit. Vaag termgebruik leidt namelijk tot ambiguïteit en dit komt de validiteit en objectiviteit van je onderzoek in een later stadium niet ten goede. Bij een taalcorrectie van Scriptium wordt uitvoerig aandacht besteed aan het oplossen van vaag taalgebruik. Als we nogmaals terugkijken naar onze afgebakende hoofdvraag, kan gesteld worden dat de term ‘hedendaags’ vaag en relatief is. Voor de ene lezer betekent het ‘dit jaar’ en voor de ander ‘dit decennia’. Daarnaast verandert de betekenis van ‘hedendaags’ afhankelijk van wanneer een lezer je scriptie leest, terwijl je jouw onderzoek specifiek hebt uitgevoerd in 2018. Vervang de vage tijdsbepaling dus voor een duidelijk jaartal:

          Hoe zijn theateroefeningen voor kinderen reeds verwerkt in de basisonderwijsmethoden die in 2018 worden toegepast door kleuterleidsters

          werkzaam op basisschool de Vlinderboom in Rotterdam?

 

Deelvragen

Na het formuleren van je hoofdvraag, ga je verder met je deelvragen. Je trekt je onderzoek als het ware in stukjes uit elkaar. Elk antwoord op een deelvraag geeft een stukje van de puzzel die je nodig hebt om antwoord te kunnen geven op de onderzoeksvraag. Laten we onze onderzoeksvraag eens ontleden:

  • Deel 1: theateroefeningen voor kinderen
  • Deel 2: basisonderwijsmethoden in 2018 in het kleuteronderwijs op basisschool de Vlinderboom in Rotterdam
  • Deel 3: basisschool de Vlinderboom in Rotterdam

Bij elk onderdeel formuleer je vervolgens een afgebakende en duidelijke deelvraag:

  • Welke theateroefeningen voor kinderen zijn er?
  • Welke basisonderwijsmethoden passen de kleuterleidsters van basisschool de Vlinderboom in Rotterdam toe in 2018?
  • Hoe ziet het dagelijkse kleuteronderwijs op basisschool de Vlinderboom in Rotterdam eruit?

De antwoorden op deze drie deelvragen samen geven de mogelijkheid een antwoord op de hoofdvraag te formuleren.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Voorbereiding scriptie: soorten onderzoek

Gepost door om 01:17 in blog | 0 comments

Soorten onderzoek

Bij de voorbereiding van je scriptie is het goed na te denken over welk soort onderzoek je wilt gaan uitvoeren. Er zijn verschillende soorten onderzoek en je dient te bepalen welk onderzoek geschikt is voor jouw scriptie. Het soort onderzoek is van invloed op de formulering van je hoofd- en deelvragen en natuurlijk op de validiteit van je conclusie. Het helpt je goed op weg om het juiste soort onderzoek te kiezen.

 

Beschrijvend onderzoek

Bij beschrijvend onderzoek wordt in kaart gebracht hoe iets werkt of eruit ziet. Het is een onderzoeksvorm die veel voorkomt en bruikbaar is bij zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek. In de simpelste vorm ziet een beschrijvende onderzoeksvraag er bijvoorbeeld als volgt uit: Hoe werkt het klantenservicesysteem van het UMC Radboud in Nijmegen? Het onderzoek dat uit deze vraag vloeit zal beschrijven hoe het klantenservicesysteem er precies uit ziet. Een ingewikkeldere beschrijvende onderzoeksvraag is: Hoe werkt het algemene zorgstelsel in Duitsland? Om een complete beschrijving te genereren van het gehele zorgstelsel in Duitsland dient er uitvoerig onderzoek uitgevoerd te worden en dit is voor een bachelorscriptie te groot. Bij beschrijvend onderzoek is afbakening dus van belang.

 

Vergelijkend onderzoek

Een vergelijkend onderzoek richt zich typisch op de verschillen en overeenkomsten tussen twee of meer entiteiten. Een goed vergelijkend onderzoek bestaat uit beschrijvende onderzoeken over de entiteiten die vergeleken worden en een onderzoeksvraag die de resultaten uit de beschrijvende onderzoeken met elkaar vergelijkt. Een onderzoeksopzet van een vergelijkend onderzoek ziet er typisch als volgt uit:

          Onderzoeksvraag/hoofdvraag:

          Wat zijn de verschillen tussen het Franse en het Nederlandse onderwijssysteem?

          Deelvraag 1:

          Hoe ziet het Franse onderwijssysteem eruit?

          Deelvraag 2:

          Hoe ziet het Nederlandse onderwijssysteem eruit?

 

Definiërend onderzoek

Bij definiërend onderzoek wordt er aandacht besteed aan de plaats van jouw onderwerp in het grotere geheel. Je vraagt je bijvoorbeeld af in welke ontwikkelingsfase een tendens in de politiek zich bevindt of aan welke kunststroming een onlangs gevonden schilderij toebehoort. Een typische onderzoeksvraag is bijvoorbeeld: In welke heterotroofcategorie hoort de asteroidea?

 

Normatief onderzoek

Normatieve onderzoeksvragen worden ook wel ethische onderzoeksvragen genoemd. Je onderzoekt namelijk of iets wenselijk, voordelig of normaal is. De grote valkuil bij normatief onderzoek is dat de objectiviteit onder druk staat. Het is lastig om feitelijk te bepalen of iets wenselijk is omdat het onderzoek voornamelijk, misschien zelfs uitsluitend, berust op meningen. Toch is het niet onmogelijk. Een typische normatieve onderzoeksvraag ziet er als volgt uit: Is het wenselijk om Nederlandse gedetineerden een financiële bijdrage te laten leveren aan de economie binnen de gevangenis? Normatief onderzoek wordt doorgaans uitgevoerd met kwalitatief onderzoek in de vorm van enquêtes en interviews.

 

Explorerend onderzoek

Een explorerend onderzoek tracht te onderzoeken waarom iets is of gebeurt zoals het is of gebeurt. Over het algemeen is de onderzoeksvraag bij explorerend onderzoek een waaromvraag. Je bent op zoek naar de oorzaak bij een gevolg: Waarom is het aantal gesignaleerde haaien aan de kust van Normandië toegenomen?

          Het is overigens niet aan te bevelen om een waaromvraag als hoofdvraag voor je scriptie te nemen. Deze vragen zijn doorgaans niet afgebakend.

 

Voorspellend onderzoek

De naam zegt het al: met voorspellend onderzoek tracht je te voorspellen wat er gebeuren gaat. Je berust je onderzoek dan op vroegere zaken om zo een voorspelling over de toekomst te kunnen doen. Een typische onderzoeksvraag is: Hoe zal de instroom vluchtelingen vanuit Syrië van invloed zijn op het basisschoolsysteem in Nederland? Bij voorspellend onderzoek dien je duidelijk aan te geven dat je een voorspelling maakt op basis van feiten, maar dat je voorspelling zelf geen feit is.

 

Adviserend onderzoek

Vooral in de zakenwereld is adviserend onderzoek populair. Je brengt een situatie in kaart en formuleert gebaseerd op je bevindingen probleemoplossend advies op maat. Adviserend onderzoek gebeurt vaak in opdracht van een instantie of bedrijf. Een dergelijke instantie loopt dan tegen een probleem aan en vraagt een onderzoeker om hulp. Een typische adviserende onderzoeksvraag is: Wat kan er gedaan worden om het ziekteverzuim op de kantoorafdeling terug te dringen? Adviserend onderzoek is vanwege de opdrachtgever vaak goed afgebakend en specifiek toepasbaar op een enkel bedrijf of enkele branche.

 

Toetsend onderzoek

Met toetsend onderzoek breng je invloeden en effecten in kaart. Het antwoord op een toetsende onderzoeksvraag is doorgaans ‘ja’ of ‘nee’ met een uitleg. Een typische onderzoeksvraag is: Zijn medewerkers zonder bijscholing van invloed op de ervaringen van klanten? Voor het uitvoeren van een toetsend onderzoek formuleer je doorgaans meerdere hypothesen.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Kwalitatief onderzoek

Gepost door om 00:11 in blog | 0 comments

Kwalitatief onderzoek

Kwalitatief onderzoek staat haaks op kwantitatief onderzoek. Waar je bij kwantitatief onderzoek op zoek bent naar cijfermatige gegevens en resultaten, zijn meningen en motivaties juist het punt van aandacht bij kwalitatief onderzoek. Dit levert een verschil in vraagstelling en onderzoeksmethodiek op. Het is dus van belang dat je de keuze voor kwantitatief of kwalitatief onderzoek goed onderbouwt. De scriptiebegeleiders van Scriptium kunnen je helpen bij het maken van deze keuze.

Kwalitatief onderzoek wordt gekenmerkt door de volgende karakteristieken:

  • Kwalitatief onderzoek richt zich op meningen en motieven;
  • Kwalitatieve onderzoeksvragen beginnen doorgaans met ‘hoe’ of ‘waarom’;
  • Kwalitatief onderzoek is tijdrovend;
  • De participantengroep is klein, maar wel hoogst representatief;
  • De onderzoeker neemt vaak actief deel aan de onderzoeksmethode.

Kwalitatieve methodiek: interviews

De bekendste methode van kwalitatief onderzoek is het interview. Een diepte-interview, gestructureerd, semigestructureerd of ongestructureerd, biedt veel ruimte voor vrije interpretatie en meningen van de participant. Interviews zijn echter wel tijdrovend. Per participant is er gemiddeld acht uur nodig voor het afnemen, verwerken en analyseren van de interviewresultaten.

          Bij een interview wordt de invloedrijke rol van de onderzoeker direct duidelijk. De vragen worden immers gesteld en geformuleerd door de onderzoeker en zo is het onvermijdelijk dat hij/zij invloed uitoefent op de resultaten. Om subjectiviteit in een interviewopstelling zoveel mogelijk te voorkomen, verwijzen we je naar onze blogartikel ‘interviews opstellen’.

 

Kwalitatieve methodiek: enquêtes

Naast diepte-interviews zijn enquêtes met open vragen geschikte middelen voor kwalitatief onderzoek. In feite neem je een interview af op papier. Op deze manier kunnen meerdere participanten tegelijkertijd benaderd worden en wordt er bespaard op tijd en kosten. In ruil daarvoor levert de onderzoeker een kans om te reageren op de antwoorden van een participant in. Waar bij een semigestructureerd of ongestructureerd interview ruimte is voor interactie met de participant, is die er bij enquêtes niet.

 

Kwalitatieve methodiek: observaties

Bij beschrijvend onderzoek kan een (participerende) observatie geschikt zijn. De onderzoeker kiest er dan voor om de leden van de doelgroep te observeren tijdens het uitvoeren van de onderzoekshandelingen. Concreet kan dit bijvoorbeeld betekenen dat een onderzoeker een paar lessen een docent observeert die een nieuwe onderwijstechniek toepast. Bij een participerende observatie neemt de onderzoeker zelf deel aan de onderzoekshandeling. De onderzoeker is dan bijvoorbeeld zelf een leerling in de les. Observatie als onderzoeksmethode is overigens zeer geschikt voor beschrijvend onderzoek.

 

Kwalitatieve methodiek: etnografisch onderzoek

Etnografisch onderzoek is met name populair in de gedragsstudies. De onderzoeker observeert vanaf een afstand het gedrag van een lid van de doelgroep. Er wordt bijvoorbeeld een analyse gemaakt van de hoe een klant zich gedraagt na het consumeren van een product om zo in kaart te kunnen brengen of een product de klant tevreden stelt of niet. Op microniveau wordt etnografisch onderzoek op basis van lichaamstaal bijvoorbeeld toegepast op cliënten in de psychologie en psychiatrie om zo de behandeling te kunnen optimaliseren.

 

Kwalitatieve methodiek: (groeps)discussies

Een onderzoeker kan ervoor kiezen om een discussie aan te gaan met een participant of meerdere participanten. In dat laatste geval spreken we van een groepsdiscussie. Tijdens een dergelijke discussie wordt de onderzoekskwestie openlijk besproken met experts en ervaringsdeskundigen. Bij een discussie geldt doorgaans dat expertise en kennis van de onderzoeker en de participanten de kwaliteit van de discussie vergroot. Een discussie is een goed alternatief voor diepte-interviews omdat er meerdere participanten tegelijk aan het woord zijn. In ruil voor deze tijdsbesparing levert de onderzoeker enige diepte op persoonlijk niveau in; de participanten worden immers niet langer één op één gesproken. Daarnaast dient er rekening gehouden te worden met de privacy van de participanten. Zij zijn mogelijk geneigd niet openlijk te spreken over gevoelige informatie in een groepsdiscussie.

 

Voorbeeld van kwalitatief onderzoek

Laten we alle kennis over kwalitatief onderzoek illustreren met een fictief voorbeeld. Stel we willen onderzoeken waarom het aantal klanten dat in de winter van 2017 een Toyota kocht deze auto plotseling wil inruilen voor een ander model. We formuleren de volgende onderzoeksvraag:

          Wat motiveert klanten om hun nieuwe Toyota Yaris aangeschaft in de maanden november en december van 2017 bij autodealer Schraven in te ruilen voor een ander model voor mei 2018?

Deze onderzoeksvraag is duidelijk en afgebakend. Een passende methodiek zou een diepte-interview zijn met alle klanten die in de doelgroep vallen. Afhankelijk van hoe groot die doelgroep is, kan er ook gekozen worden voor enquêtes. Een groepsdiscussie is in dit geval ongeschikt, omdat het terugbrengen van een onlangs aangeschafte auto persoonlijke redenen kan hebben.

          De volgende stap is het opstellen van een semigestructureerd interview met vragen die de onderzoeker wil stellen. De vraagstelling dient zo objectief mogelijk te zijn.

          Na het afnemen van de interviews voert de onderzoeker een analyse van de resultaten uit en op basis van die analyse wordt een conclusie getrokken en antwoord gegeven op de hoofdvraag. 

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Kwantitatief onderzoek

Gepost door om 00:06 in blog | 0 comments

Kwalitatief of kwantitatief onderzoek

Je kunt je onderzoek kwalitatief of kwantitatief benaderen. Afhankelijk van wat je precies te weten wil komen, is kwalitatief of juist kwantitatief onderzoek geschikt voor jouw scriptie. Waar de onderzoekssoorten van invloed waren op de formulering van je hoofdvraag, maak je de keuze voor kwantitatief of kwalitatief onderzoek juist gebaseerd op de onderzoeksvraag en is de keuze met name van invloed op je methodiek en resultaten. De scriptiebegeleiders van Scriptium kunnen je helpen bij het kiezen tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek. Laten we eerst aandacht besteden aan kwantitatief onderzoek.

 

Kwantitatief onderzoek

Kwantitatief onderzoek wordt toegepast bij het verzamelen van cijfermatige gegevens. De resultaten worden dan ook doorgaans verwerkt in tabellen, grafieken en diagrammen. Een goede kennis en vaardigheid met betrekking tot het programma SPSS is aan te bevelen bij het uitvoeren van kwantitatief onderzoek. Onderzoeks- of deelvragen die te beantwoorden zijn middels een kwantitatieve onderzoeksmethode beginnen doorgaans met ‘hoeveel’:

  • Hoeveel procent van de klanten van Starbucks komt terug na het eerste bezoek?
  • Hoeveel vrijwilligers op de lijst van Amnesty International hebben interesse in een werkreis naar Ghana?

Kwantitatief onderzoek voldoet typisch aan de volgende kenmerken:

  • De resultaten van het onderzoek zijn uiterst nauwkeurig en betrouwbaar;
  • De resultaten van het onderzoek bieden geen ruimte voor vrije interpretatie;
  • Het onderzoek berust op cijfermatige feiten, niet op meningen;
  • Metingen worden uitgevoerd op basis van representatieve steekproeven;
  • Resultaten worden weergegeven in tabellen, grafieken en/of diagrammen.

In een ideale wereld zou je alle vrijwilligers van Amnesty International een mail sturen en vervolgens een lijst maken van wie ‘ja’ en ‘nee’ zeggen tegen de reis. Helaas is het zo dat het doorgaans onmogelijk is om alle leden van een bepaalde doelgroep te spreken. Om die reden is het maken van een steekproef een aan te bevelen stap bij het uitvoeren van kwantitatief onderzoek.

 

Steekproef

Bij een steekproef voer je jouw onderzoek uit op een deel van de onderzoekspopulatie. Dat deel dient wel representatief te zijn voor de gehele groep. Houd er rekening mee dat één respondent veel meer invloed heeft op de resultaten als je steekproefgroep klein is. Om die reden geldt in principe altijd de regel: ‘hoe groter de steekproef, hoe beter’.

          Als je gebruik wil maken van een steekproef, dien je te bewijzen dat jouw steekproefgroep representatief is voor de gehele doelgroep. De beste manier om dat te doen is om een berekening van je steekproefgrootte uit te voeren. Op internet zijn allerlei calculators beschikbaar die dit voor je doen. Het is echter niet toegestaan om in je scriptie je steekproefgrootte te verdedigen door te verwijzen naar een online calculator. Je dient de berekening dan te herhalen in je scriptie.

 

Methodiek bij kwantitatief onderzoek

Dat je kiest voor kwantitatief onderzoek is wellicht het meest van invloed op je onderzoeksmethodiek. De methodiek bepaalt namelijk hoeveel ruimte voor vrije interpretatie je onderzoek toelaat. Hoe minder ruimte, hoe kwantitatiever je onderzoek. Het afnemen van enquêtes met gesloten vragen bij je steekproefpopulatie is de populairste kwantitatieve onderzoeksmethode. Op deze manier ontstaat er snel en nauwkeurig een overzicht van hoeveel participanten wel of niet geïnteresseerd zijn in iets, iets wel of niet voordelig vinden of wel of niet tevreden zijn. Laten we een voorbeeld opstellen van hoe de keuze voor kwantitatief onderzoek van invloed kan zijn op de conclusie van je scriptie.

 

Voorbeeld van kwantitatief onderzoek

Stel we willen weten of een nieuwe koffie van Starbucks Oss lekker is. Na het afbakenen van dit onderwerp wordt de volgende onderzoeksvraag geformuleerd:

          Hoeveel procent van de klanten die een latte macchiato deluxe venti van Starbucks filiaal Oss centrum geconsumeerd hebben, is tevreden over dit product?

Dit is een kwantitatieve onderzoeksvraag. Om de populariteit  van de koffie te meten is ervoor gekozen om te onderzoeken hoeveel klanten tevreden zijn. Klanttevredenheid is hier dus gerelateerd aan de populariteit van het drankje. Een geschikte onderzoeksmethode zou een korte enquête met gesloten vragen zijn over of de klant tevreden is.

          Een andere kwantitatieve benadering zou kunnen zijn dat er onderzocht wordt hoe vaak deze nieuwe koffie wordt verkocht ten opzichte van andere populaire producten. In dat geval bepaal je dat de verkoopcijfers gerelateerd zijn aan de populariteit van een drankje. De methodiek zou bestaan uit een analyse van de verkoopcijfers van verschillende drankjes binnen een vastgesteld tijdsbestek.

          Deze kwestie kan ook kwalitatief benaderd worden. In dat geval wordt er niet uitgegaan van een verband tussen of een drankje lekker is en verkoopcijfers of klanttevredenheid. De onderzoeksvraag zou zijn:

          Hoe wordt de latte macchiato deluxe venti van Starbucks filiaal Oss centrum ontvangen door klanten die dit product geconsumeerd hebben?

Een geschikte onderzoeksmethode is in dit geval het afnemen van (semigestructureerde) interviews of enquêtes met objectieve open vragen over het drankje.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

APA parafraseren

Gepost door om 02:23 in blog | 0 comments

 

Parafrase of citaat?

Als je informatie uit een geraadpleegde bron in je onderzoek wilt verwerken, kun je ervoor kiezen om die informatie direct te citeren of te parafraseren. Een citaat vermeldt de informatie uit de bron precies zoals die er staat tussen aanhalingstekens en wordt voorzien van een bronvermelding met de auteursnaam, het publicatiejaartal en de paginanummer(s). Een citaat onderbreekt je tekst op het gebied van stijl en structuur. Een parafrase is een korte samenvatting van de relevante informatie uit je geraadpleegde bron zonder aanhalingstekens. Op deze manier kun je de informatie eenvoudiger verwerken in je tekst en precies zo formuleren als je wilt, en zo maak je van je paragrafen doorlopende gehelen. Het is tevens niet verplicht om de paginanummers te vermelden in de bronvermelding bij een parafrase.

          Het grootste voordeel van parafraseren boven citeren is dat je relevante informatie kort en bondig in je tekst kunt verwerken. Op die manier hoeft je geen lange citaten aan de lezer te presenteren en maak je jouw onderzoek overzichtelijker en doeltreffender. Je kunt zelfs naar de hoofdgedachte van een gehele tekst of onderzoek verwijzen met een enkele geparafraseerde zin.

 

Parafraseren

Het maken van een parafrase noemt men parafraseren. Er zijn volgens het APA-format geen duidelijke regels over hoe je moet parafraseren. Wel zijn er enkele richtlijnen waarmee je rekening dient te houden:

          1. Een parafrase dient samen te vatten, niet te kopiëren. Deze richtlijn spreekt voor zich. Als je de informatie uit je bron kopieert en het een parafrase noemt, heb je in feite een citaat zonder aanhalingstekens en een onjuiste bronvermelding in je tekst staan. Op die manier voldoe je niet langer aan de APA-richtlijnen en pleeg je plagiaat.

          2. Parafraseer enkel de informatie in de bron. Hiermee wordt bedoeld dat het niet de bedoeling is dat je de informatie in de bron zodanig vrij interpreteert dat er nieuwe informatie ontstaat. Je parafrase dient hetzelfde te zeggen als de geraadpleegde bron, niet meer en niet minder. Eventuele conclusies die je trekt op basis van een parafrase of verbanden die je legt met een parafrase dien je te maken buiten de daadwerkelijke parafrase om. Je voorkomt dat de lezer jouw verbanden en conclusies opvat als deel van de parafrase door je bronvermelding op de juiste plek te plaatsen. Zie het volgende voorbeeld:

           Correct is: Het EVP-model wordt aangehaald als een geschikte methode voor taalonderzoek (Baarda et al., 2012) en daarom is dit model in dit onderzoek gehanteerd.

          Incorrect is: Baarda et al. (2012) stelt dat het EVP-model wordt aangehaald als een geschikte methode voor taalonderzoek en dit model is voor dit onderzoek gehanteerd.

          Incorrect is ook: Het EVP-model wordt aangehaald als een geschikte methode voor taalonderzoek en daarom is dit model in dit onderzoek gehanteerd (Baarda et al, 2012).

          3. Baken je parafrase duidelijk af. Het is door het gebrek aan aanhalingstekens niet altijd duidelijk wanneer een parafrase begint en eindigt. Je kunt wel door middel van de formulering van je paragraaf aan de lezer duidelijk maken hoe de parafrase afgebakend is. Zo is het bijvoorbeeld aan te bevelen om een parafrase te beginnen met de bronvermelding in plaats van deze aan het eind te vermelden.

 

Bronvermelding bij parafrases

Een parafrase dient, net als een citaat, voorzien te worden van een bronvermelding. Je kunt de bronvermelding aan het begin of achteraan de parafrase plaatsen. In sommige gevallen parafraseer je een gedachte die in meerdere teksten gepresenteerd wordt. Denk bijvoorbeeld aan meerdere onderzoeken die allemaal hetzelfde bewijzen of bijvoorbeeld opereren vanuit dezelfde bewezen methode. Jij hoeft dan in jouw onderzoek niet opnieuw te bewijzen dat die methode geschikt is. Indien je een dergelijke gedachte uit meerde teksten in jouw onderzoek wil verwerken, dien je op de volgende manier de bronvermelding weer te geven:

          Het EVP-model wordt door verschillende bronnen (Baarda et al., 2012; Janssen, 20011; Kentenaar, 2008; Migchelbrink, 2006) aangehaald als

          een geschikte methode voor taalonderzoek.

De verschillende onderzoeken worden dan door een puntkomma van elkaar gescheiden. Let er ook op dat er geen &-teken (ampersund) volgt voor het laatste onderzoek in de reeks. Ook dien je de onderzoeken in alfabetische volgorde op auteursnaam te vermelden. Als je een gedachte uit meerdere bronnen van dezelfde auteur gebruikt, dien je de jaartallen van elkaar te scheiden met een puntkomma:

          Kentenaar (2008; 2009; 2013) voegt daaraan toe dat een SWOT-analyse in combinatie met een EVP-model het onderzoek van een

          onderbouwde reflectiefase voorziet.

In dit geval dien je de onderzoeken in chronologische tijdsvolgorde te noemen.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

APA lange citaten inkorten

Gepost door om 02:23 in blog | 0 comments

Lang citaat

Een citaat van 40 woorden of meer dient anders in je tekst verwerkt te worden dan een korter citaat. Je onderbreekt je tekst met een witregel, en geeft het citaat weer in een ingesprongen blok. De regels met betrekking tot de bronvermelding in de tekst veranderen ook. Als je de naam van de auteur in je tekst opneemt, is er nog niet zo veel aan de hand. Enkel de aanhalingstekens die het citaat inluiden en afsluiten dien je achterwege te laten. Je citaat en bronvermelding zien er dan als volgt uit:

             Luyendijk (2015, p. 18) stelt over de Britse bankwereld:

 

             Ik ging wandelen en merkte direct dat ‘de City’ geen goede term meer is. In de financiële sector in Londen werken tussen de

             250.000 en 350.000 mensen. Dat zijn een heleboel banen, en die zijn op meer dan één plek gaan samenklonteren. 

 

             Dit onderzoek gaat tevens niet langer uit van een centrale locatie waar vanuit het hart van de bankierswereld opereert.

 

Je kunt er ook voor kiezen om de naam van de auteur niet in je lopende tekst te verwerken. In dat geval citeer je volgens het APA-format op de volgende manier:

             In het boek ‘Dit kan niet waar zijn’ staat het volgende:

 

             Ik ging wandelen en merkte direct dat ‘de City’ geen goede term meer is. In de financiële sector in Londen werken tussen de

             250.000 en 350.000 mensen. Dat zijn een heleboel banen, en die zijn op meer dan één plek gaan samenklonteren

             (Luyendijk, 2015, p. 18)

 

             Dit onderzoek gaat tevens niet langer uit van een centrale locatie waar vanuit het hart van de bankierswereld opereert.

 

In dit geval worden tevens de aanhalingstekens achterwege gelaten. Daarnaast staat je bronvermelding direct na het citaatblok en plaats je deze buiten de punt.

 

Citaten inkorten

Hoewel het niet is toegestaan om de inhoud van een citaat te wijzigen, erkent de APA wel dat het vermelden van irrelevante informatie je onderzoek in de weg zit. Soms is slechts een deel van een citaat relevant voor je onderzoek en in dat geval mag je enkel dat deel noemen. Het is dan wel van belang dat je aangeeft dat je de keuze hebt gemaakt om een deel van het citaat weg te laten. Dit doen we door middel van het beletselteken (drie puntjes met een spatie tussen de puntjes). Een correct citaat met de juiste bronvermelding ziet er dan als volgt uit:

         “De eerste stap die je neemt, is in feite een probleem- en situatieanalyse . . . Om inzicht te krijgen in het probleem en de

           probleemcontext is het handig om te werken met de 5xW+H-formule” (Migchelbrink, 2006, p. 68).

Of je een citaat nu inkort of niet, je dient ook te vermelden of een citaat meerdere pagina’s beslaat. Dit doen we door de paginavermelding te vervangen voor een dubbele paginavermelding. Dit ziet er als volgt uit:

             (Migchelbrink, 2006, pp. 68-69)

 

Fouten in een citaat

Het kan zijn dat er fouten zitten in een citaat dat je toch graag wilt gebruiken. Het kan dan gaan om taal-, spellings- of typfouten, maar ook om feitelijke fouten of stilistisch taalgebruik dat geen plek heeft in een academische tekst. Volgens een correcte APA-bronvermelding dien je een citaat letterlijk over te nemen, dus ook de fouten. Het is dan wel de bedoeling dat je aan de lezer aangeeft dat je gezien hebt dat de citaat een fout bevat. Dit doen we om duidelijk te maken dat de fout in het citaat geen resultaat is van slordigheid of nalatigheid van jouw als onderzoeker. Deze foutaanduiding doen we door middel van het [sic]-teken. Sic is Latijn voor ‘zo’ en verschijnt als eerste woord in het gezegde sic erat scriptum dat ‘zo was het geschreven’ betekent. Je zegt dus eigenlijk na een fout: ‘Ik weet dat dit een fout is, maar ja, zo was het geschreven.’

             Je dient het [sic]-teken cursief na een fout in een citaat te plaatsen:

             “Het aantal banen in de bankierswereld zijn [sic] in 2001 explosief toegenomen” (Luyendijk, 2015, p. 22).

Als een fout veelvuldig in hetzelfde citaat of in verschillende citaten in je tekst terugkomt, dien je elke keer opnieuw het [sic]-teken te gebruiken.

 

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

APA introductie

Gepost door om 02:22 in blog | 0 comments

Waarom verwijzen we?

Voor het schrijven van een scriptie of andere academische tekst – dissertaties, artikelen, proefschriften, verslagen en/of een boek – voert men doorgaans onderzoek uit. Keuzes, uitingen en implementaties van een dergelijk onderzoek dienen onderbouwd te worden met academisch geverifieerde bronnen. Het kan dus zo zijn dat je veel bronnen raadpleegt en de gevonden informatie verwerkt in je eigen tekst. Het is zeer wenselijk om je werk te baseren op erkend onderzoek dat reeds is uitgevoerd. Zo zorg je ervoor dat jouw werk zo valide mogelijk is. Alle geraadpleegde en verwerkte informatie in je tekst dient voorzien te worden van een juiste verwijzing en de bronnen dienen verwerkt te worden in een bronvermelding. Dit doen we om drie redenen.

 

Erkenning

Als onderzoek A heeft bewezen dat methode X effectief is, kun jij met een gerust hart methode X gebruiken om een soortgelijk onderzoek tot een succesvol einde te brengen. Je dient dan wel correct te verwijzen middels bronvermelding naar methode X en onderzoek A in je eigen werk. De onderzoeker die methode X ontwikkeld heeft, verdient immers erkenning voor zijn werk. Zie je verwijzing dus als een uiting van bescheidenheid: de schrijver van de bron die jij gebruikt hebt in jouw scriptie, krijgt de eer die hem of haar toekomt.

 

Vindbaarheid

Aangezien academisch onderzoek wordt gebaseerd op eerder onderzoek, kun je wetenschappelijke artikelen en bronnen zien als een lange aaneenschakeling van informatie. Met elk nieuw onderzoek wordt de bestaande bron van kennis uitgebreid. Het is niet de bedoeling dat een onderzoeker met volstrekt nieuwe informatie op de proppen komt die niet te herleiden is op reeds bewezen onderzoek. Daarom is het van belang dat je verwijzingen zorgen dat de uitingen in je scriptie duidelijk terug te vinden zijn in een zee van beschikbare literatuur. De lezer van jouw werk moet middels de bronvermelding snel en effectief kunnen terugvinden waar je jouw informatie vandaan hebt. Vanwege de vindbaarheid noemen we, naast de titel en auteursnaam, het medium van je geraadpleegde bron in je verwijzing. De lezer weet dan welke versie van een bron ten grondslag ligt aan jouw onderzoek.

 

Controleerbaarheid

Ten slotte is het van belang dat de informatie die weergegeven wordt in een scriptie juist is. Door middel van een bronvermelding kan een lezer controleren of je de uitingen in een geraadpleegde bron begrepen en correct verwerkt hebt. Elk citaat of geparafraseerde uiting ontleent zijn betekenis aan de oorspronkelijke context. Je kunt deze context nou eenmaal niet in zijn geheel kopiëren naar je tekst en dus biedt je de lezer de kans om deze zelf op te zoeken in de bron. Tevens kan de lezer controleren of je de informatie waarmee jouw onderzoek onderbouwd is uit bronnen die valide en betrouwbaar zijn hebt verkregen. Simpel gezegd dient je taalonderzoek gebaseerd te zijn op informatie uit eerdere taalonderzoeken. Zo garandeer je dat de context van je gebruikte informatie ook toepasbaar is op jouw tekst. Methode X kan immers effectief bewezen zijn voor bijvoorbeeld onderzoek op het gebied van gedragspsychologie, maar dat wil niet automatisch zeggen dat methode X geschikt is voor jouw taalonderzoek.

De betrouwbaarheid van je geraadpleegde bronnen is minstens zo belangrijk als de validiteit. We zijn het er inmiddels allemaal over eens dat Wikipedia geen academisch betrouwbare bron is, maar ook bronnen die op het eerste oog betrouwbaar lijken, kunnen ongeschikt zijn voor jouw scriptie. Het is niet toegestaan om je tekst te baseren op informatie uit bronnen die niet valide en betrouwbaar zijn. Controleer dus voordat je een bron verwerkt in je tekst of deze wel betrouwbaar is. Je kunt controleren of je te maken hebt met een betrouwbare bron door middel van de volgende checklist:

– Wordt de titel en de naam van de auteur vermeld? – Heeft de auteur een betrouwbare achtergrond? – Maakt de tekst gebruik van een bronvermelding en wordt er correct verwezen? – Wordt de tekst ondersteund of gepubliceerd door een erkende instantie en/of organisatie?

Als een bron voldoet aan alle punten in de checklist, is de tekst betrouwbaar en kun je de informatie verwerken in je onderzoek. Let er wel op dat een bron tevens recent dient te zijn. Vooral internetbronnen zijn vergankelijk. Om die reden vermelden we de datum waarop je de internetbron hebt geraadpleegd in je verwijzing. Verwijzingen vervullen dus ook een controlefunctie voor de lezer.

 

Plagiaat

Als de informatie in je tekst niet op de juiste wijze voorzien is van een bronvermelding, pleeg je plagiaat. Plagiaat is het, bedoeld of onbedoeld, presenteren van werk van een ander als eigen werk. Je schendt zo de intellectuele eigendomsrechten van een ander en dat is strafbaar. Onderwijsinstanties in Nederland voeren een sanctiebeleid tegen plagiaat. In de onderwijsstatuten van jouw hogeschool of universiteit kun je terugvinden welke maatregelen getroffen worden bij eigendomsrechtenschending. Bij plagiaat kan je werk bestempeld worden met een onvoldoende en kun je zelfs van je opleiding weggestuurd worden.

 

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

APA format basisregels

Gepost door om 02:21 in blog | 0 comments

Verwijzen met stijl: APA

Uniforme richtlijnen zorgen dat teksten, en met name bronvermeldingen, overal ter wereld herkenbaar zijn. Door de jaren heen zijn verschillende formats/stijlen ontwikkeld voor het verwijzen in wetenschappelijk onderzoek. De bekendste stijl is het APA-format. Daarnaast wordt er veel verwezen aan de hand van MLA, Harvard, Vancouver en Chicago. In Nederland hanteren de meeste universiteiten en hogescholen de APA-richtlijnen. Afhankelijk van je studierichting kan de gehanteerde verwijzingsstijl afwijken. In 1929 publiceerde de American Psychological Association, oftewel APA, een artikel met informatie over het belang van conformiteit in wetenschappelijke teksten. De association was van mening dat het de validiteit en betrouwbaarheid van wetenschappelijke artikelen ten goede zou komen als er standaarden voor het verwerken van bronnen zouden worden opgesteld. In 1952 werd de Publication manual of the American Psychological Association gepubliceerd en die handleiding (de zesde editie inmiddels) wordt vandaag de dag nog steeds toegepast als de basis voor de APA-richtlijnen.

 

APA per taal

Hoewel het APA-format internationaal als leidraad functioneert, wijkt de daadwerkelijke toepassing van de richtlijnen per voertaal af. Sommige regels die voor het Engels werken, zijn niet geschikt voor het Nederlands. Je kunt er vanuit gaan dat officiële bronnen over APA-richtlijnen het aangeven als er een dergelijke afwijking voor het Nederlands van toepassing is.

 

Richtlijnen

De APA-richtlijnen noemen we ‘richtlijnen’ met een reden. Het APA-format is een mengeling van regels en afspraken die niet allemaal even strikt zijn. Hier en daar is er voor de onderzoeker ruimte voor eigen interpretatie. Denk bijvoorbeeld aan parafraseren. Bij een parafrase formuleert de onderzoeker in eigen woorden informatie uit een geraadpleegde bron en daarbij is er dus ruimte voor persoonlijke keuzes. Een strikte afspraak is dat het paginanummer genoemd moet worden als je informatie uit een bron citeert, maar bij een parafrase mag de onderzoeker zelf kiezen of hij of zij het paginanummer vermeldt. De ontwikkelaars van het APA-format zijn namelijk van mening dat het geen zin heeft om paginanummers te vermelden als tien pagina’s bijvoorbeeld in een enkele paragraaf worden samengevat. Het vermelden van het paginanummer bij parafrasen is dus een richtlijn en geen regel: paginanummers mogen, maar zijn niet verplicht.

 

APA in Nederland

Vrij recent (in 2016) is er in Nederland gehoor gegeven aan de behoefte aan een nationale standaard van het APA-format. Hogeschool Windesheim heeft de werkgroep APA opgesteld. Deze werkgroep bestaat uit negen experts op het gebied van informatieverwerking en zij hebben als taak het opstellen van een Nederlandse vorm van de APA-richtlijnen. Voornamelijk hoofdstuk 6 “Crediting Sources” en hoofdstuk 7 “Reference Examples” uit de Publication manual of the American Psychological Association fungeren als leidraad voor het ontwikkelen van de Nederlandse richtlijnen en zijn dus ook aan te bevelen als informatiebron voor Nederlandse studenten die hun scriptie schrijven. Hogeschool Arnhem en Nijmegen is sinds 2010 actief bezig geweest met het beantwoorden van studentvragen over het APA-format in Nederland. De Hogeschool heeft deze vragen en antwoorden verzameld en gepubliceerd op de website www.theapateam.blogspot.nl. Dit is dus tevens een bron van informatie over de Nederlandse toepassing van de APA-richtlijnen.

 

Hoe strikt is strikt?

Het nadeel van de ruimte voor vrije interpretatie van de APA-richtlijnen is dat er verwarring heerst over hoe strikt het APA-format eigenlijk toegepast dient te worden. Als een paginanummer bij een parafrase niet verplicht is, mag je dan de vele punten en komma’s in je bronvermelding ook hier en daar achterwege laten? Het zou het ontwikkelen van een bronvermelding zeker gemakkelijker maken en sneller laten verlopen. Of pleeg je dan plagiaat vanwege incorrect verwijzen? De huidige leden van de American Psychological Association houden een blog bij met informatie over de striktheid van de richtlijnen. Dit APA style blog (http://blog.apastyle.org/) geeft regelmatig nieuwe toelichtingen bij de gepubliceerde Publication manual of the American Psychological Association. In 2014 vergeleek Jeff Hume-Pratuch de APA-richtlijnen met een bosbessenpannenkoek. Je kunt de bosbessen op allerlei verschillende manieren in je pannenkoek verwerken, het blijft een bosbessenpannenkoek. Dit symboliseert de toepassingsruimte die ook binnen de richtlijnen bestaat. Zodra je de bosbessen vervangt voor bananen, wordt de pannenkoek misschien wel lekkerder, maar dan is het geen bosbessenpannenkoek meer. Met andere woorden: de toepassingsruimte binnen de richtlijnen is beperkt en dient niet om het eindresultaat makkelijker of ‘lekkerder’ te maken.

 

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

APA – citeren

Gepost door om 02:20 in blog | 0 comments

Citeren

Een citaat is een stuk tekst of een zin dat je letterlijk kopieert uit een bron. Je zet de tekst dan tussen dubbele aanhalingstekens en na het citaat volgt een bronvermelding tussen haakjes. Er zijn duidelijke regels opgesteld voor citeren volgens het APA-format. Zo mag je geen wijzigingen aanbrengen in de tekst, dient de bronvermelding buiten de aanhalingstekens maar binnen de punt te staan en dien je het paginanummer te vermelden (behalve bij een citaat van een website). Correct citeren doe je dus zo:

          “Correct citeren doe je dus zo” (Scriptium, 2018, p. 1).

 

Citeren uit een bron met…

Nu is het vaak zo dat een bron door meerdere auteurs geschreven is. Je dient alle auteurs van een bron de erkenning te geven die hen toekomt.

 

  •           Twee auteurs

Beide namen worden vermeld in je bronvermelding. Dit doe je in de volgorde die de bron hanteert. Let er dus op dat dit niet per definitie een alfabetische volgorde hoeft te zijn. Je dient de twee achternamen van elkaar te scheiden met een &-teken (ampersand). Een citaat uit een bron met twee auteurs wordt volgens het APA-format als volgt weergegeven:

          “De uitspraken die in het onderzoek gedaan worden moeten aan de hand van de resultaten controleerbaar zijn” (Fischer & Julsing, 2014, p. 25).

In je bronnenlijst dien je beide namen te noemen met voorletters:

          Fischer, J.G. & Julsing, K. (2014). …

 

  •           Drie, vier of vijf auteurs

Net als bij een bron met twee auteurs, dien je de drie, vier of vijf auteurs in de volgorde te vermelden die de geraadpleegde bron zelf hanteert. De auteursnamen worden van elkaar gescheiden door een komma en, net als bij een citaat uit een bron met twee auteurs, volgt er voor de laatste naam een &-teken.

          “Focusgroeponderzoek is inzetbaar voor thema’s of onderwerpen waarover nog weinig bekend is” (Ketelaar, Hentenaar & Kooter, 2011, p. 19).

Bij een tweede of verdere verwijzing naar dezelfde bron, dien je de tweede, derde en vierde naam te vervangen door ‘et al.’. Dit is de afkorting voor het Latijnse ‘et alli’ dat ‘en anderen’ betekent. Correct citeren doe je in dat geval zo:

          “Focusgroeponderzoek is inzetbaar voor thema’s of onderwerpen waarover nog weinig bekend is” (Ketelaar et al., 2011, p. 19)

In de bronnenlijst dien je alle namen te vermelden. Je scheidt ze van elkaar met een komma en voor de laatste naam plaats je een &-teken:

          Ketelaar, J., Hentenaar E. & Kooter, Z. (2011)…

 

  •           Zes of meer auteurs

Bij het citeren uit een bron met zes of meer auteurs, vermeld je enkel de eerste naam en ‘et al.’:

          “Er is een aantal redenen om vroeg in de onderzoeksfase te beginnen met literatuuronderzoek” (Baarda et al., 2012, p. 21).

In de bronnenlijst dien je wel alle achternamen uit te schrijven en van elkaar te scheiden met een komma. Let ook hier weer op het &-teken voor de laatste naam:

          Baarda, J.E., Janssen, K., Bakker, C., Visser, E., Meijer, A. & Koothuizen, A. (2012)…

 

Auteursnamen in de tekst

Soms kan het wenselijk zijn om de auteursnamen te gebruiken in je lopende tekst. Zo verwerk je een citaat op een logische wijze in de structuur van je paragraaf. Een citaat dient namelijk ingeleid en verklaard te worden. Vraag jezelf af waarom je precies het citaat in jouw onderzoek gebruikt en controleer of je reden ook duidelijk is voor de lezer. Het volgende citaat is op een onsamenhangende manier verwerkt in de paragraaf:

          Het volgende hoofdstuk beschrijft de resultaten van het literatuuronderzoek. “Er is een aantal redenen om vroeg in de onderzoeksfase te

          beginnen met literatuuronderzoek” (Baarda et al., 2012. P.21). Dit onderzoek begint met literatuuronderzoek want een theoretische

          basis is voordelig voor het onderbouwen van de methode.

Hoewel het verband tussen het citaat en de paragraaf duidelijk is (literatuuronderzoek als beginpunt van je onderzoek), wordt niet duidelijk wat nu precies het verband is tussen de informatie die je geraadpleegd hebt in de bron van Baarda et al. (2012) en jouw onderzoek. Met andere woorden: je paragraaf bevat geen context. Een correcte verwerking van het citaat zou zijn:

          Het volgende hoofdstuk beschrijft de resultaten van het literatuuronderzoek. Baarde et al. (2012, p. 21) stelt: “Er is een aantal

          redenen om vroeg in de onderzoeksfase te beginnen met literatuuronderzoek.” Het was essentieel om aan een van die redenen,

          het theoretisch onderbouwen van de onderzoeksmethode, te voldoen.

De bovenstaande paragraaf verwerkt de naam van de auteurs in de tekst. Je bronvermelding neemt dan een grammaticale functie aan en daarom zetten we de naam niet langer tussen haakjes. Let er wel op dat het &-teken in het Nederlands vervangen wordt door ‘en’ als je twee of meerdere namen in je tekst vermeldt buiten de haakjes van een bronvermelding.

 

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

APA – verwijzen in je tekst

Gepost door om 02:19 in blog | 0 comments

 

Van tekstverwijzing naar bronnenlijst

Correct verwijzen begint met verwijzingen in je tekst. Natuurlijk verwerk je jouw geraadpleegde bronnen in de bronnenlijst achteraan je onderzoek, maar ook de informatie in je tekst dient voorzien te worden van een bronvermelding. Eigenlijk vertel je met de verwijzing in je tekst aan de lezers waar ze de bron van jouw specifieke informatie die ze net gelezen hebben kunnen terugvinden in je bronnenlijst, die op zijn beurt alle gegevens over de gehanteerde bron presenteert. Dit doen we om te voorkomen dat je tekst onderbroken wordt door regels met informatie over bronnen. Je verwijzing in de tekst dient dus kort, duidelijk en conform de richtlijnen te zijn.

Verwijzing in je tekst

Je kunt informatie uit een externe bron op twee manieren verwerken. Je kunt de informatie direct overnemen en verwerken als citaat of je vat de geraadpleegde informatie samen in een parafrase. Zowel citaten als parafrasen dienen voorzien te worden van een tekstverwijzing. Een dergelijke tekstverwijzing ziet er als volgt uit:

          (Janssen, 2008, p. 35)

De achternaam van de auteur, het jaartal van publicatie en de paginanummers dienen in die volgorde vermeld te worden. Paginanummers zijn bij verwijzingen bij parafrasen optioneel, maar bij citaten verplicht. De achternaam schrijf je met een hoofdletter en wordt gevolgd door een komma. Als de achternaam van de auteur een voorvoegsel heeft, dien je het eerste voorvoegsel ook met een hoofdletter te schrijven:

          (De Vries, 2001)          (Van der Zandt, 2011)           (Van den Schouwen, 2004)

Bij het ontbreken van een auteursnaam dien je de organisatie achter de geraadpleegde bron te vermelden. Indien er geen organisatie bekend is, dien je de titel van de bron te noemen. Een correcte bronvermelding ziet er dan als volgt uit:

          (Verwijzen doe je zo, 2007)

We beginnen een tekstverwijzing na een citaat of parafrase met de achternaam van de auteur omdat de bronnenlijst op alfabetische volgorde per auteursnaam wordt opgesteld. Een lezer kan bij een correcte bronvermelding in een oogopslag zien welke bron je geraadpleegd hebt.

 

Plaats in de tekst

Een bronvermelding kan overal geplaatst worden. Het maakt niet uit of de auteur kiest voor het begin of het eind van een paragraaf of dat de vermelding midden in een zin geplaatst wordt. Als enige regel geldt dat het duidelijk moet zijn welke informatie uit welke bron gewonnen is. In principe plaats je een bronvermelding dus direct na een citaat. Een correcte citaatverwerking ziet er als volgt uit:

          “Onjuist verwijzen kan opgevat worden als plagiaat” (Janssen, 2008, p. 35).

Bij een parafrase is het aan te raden om de vermelding juist aan het begin van de parafrase te plaatsen. Het is namelijk niet altijd duidelijk wanneer een parafrase begint bij gebrek aan aanhalingstekens:

          Janssen (2008) stelt dat onjuist verwijzen kan leiden tot het onbedoeld plegen van plagiaat.

Of

          In Verwijzen doe je zo (Janssen, 2008) wordt vermeld dat onjuist verwijzen kan leiden tot het onbedoeld plegen van plagiaat.

In deze voorbeelden gebruik je de bron als onderdeel van je tekst en om die reden wordt bij het eerste voorbeeld de auteursnaam buiten de haakjes geplaatst. Je tekst dient zonder de tekstverwijzingen grammaticaal en logisch te zijn. ‘Janssen’ fungeert in de eerste parafrase als onderwerp van de zin en wordt dus buiten de haakjes geplaatst. Het is overigens niet verboden om een bronvermelding bij een parafrase na de informatie te plaatsen. Ook de bronvermelding bij een citaat kan voor de informatie verschijnen. De vermelding ziet er dan als volgt uit:

          Janssen (2008, p.35) stelt: “Onjuist verwijzen kan opgevat worden als plagiaat.”

Let op dat de tekstverwijzing aan het eind van een zin altijd binnen de punt valt. De punt signaleert namelijk het einde van de informatie waarop je bronvermelding van toepassing is. Correct is dus:

          “Onjuist verwijzen kan opgevat worden als plagiaat” (Janssen, 2008, p. 35).

En

          Er wordt vermeld dat onjuist verwijzen kan leiden tot het onbedoeld plegen van plagiaat (Janssen, 2008, p. 35).

 

Bronvermeldingen herhalen

Het is voor de lezer onprettig als dezelfde bronvermelding veelvuldig in een relatief kort stuk tekst genoemd wordt. Dit probleem kun je oplossen door aan het begin van een lange parafrase te vermelden welke bron je geraadpleegd hebt. Vervolgens kun je naar wens enkel nog het paginanummer vermelden als je informatie van verschillende pagina’s gewonnen hebt. Een correct voorbeeld ziet er als volgt uit:

          Deze paragraaf is gebaseerd op hoofdstuk 4 “Plagiaat” uit Verwijzen doe je zo van Janssen (2008), waarin de heer Janssen ingaat

          op de gevolgen van incorrect verwijzen. Onbedoeld of bedoeld kan het ontbreken van een correcte bronvermelding tot een

          beschuldiging van plagiaat leiden (p. 35). Een schrijver presenteert werk van een ander als eigen werk en dat is in strijd

          met Nederlandse auteursrechten. Schending van deze rechten is in Nederland strafbaar (p. 36-37).

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

Studiestress en scriptiestress: tips

Gepost door om 19:40 in blog | 0 comments

In deze blog wordt door nakijkservice Scriptium besproken hoe je kunt omgaan met scriptiestress en wat je ertegen kunt doen.

Laten we eerst bespreken wat scriptiestress precies inhoudt. Stress is een natuurlijke reactie van het lichaam op gevaar of dreigend gevaar. In die zin speelt stress dus een belangrijke rol, het waarschuwt iemand voor (naderend) gevaar. Op basis van die lichamelijke waarschuwing kun je maatregelen nemen om dit gevaar te vermijden en zo de natuurlijke balans te herstellen en de stress weg te nemen.

Eén van de meest stressvolle periodes betreft de periode waarin je je scriptie moet schrijven. Bij Scriptium hebben we vaak te maken met gestreste studenten, die voor een bepaalde deadline een volwaardige hbo- of masterscriptie moeten inleveren. Soms bellen de ouders van de studenten Scriptium op, die meestal zelfs nog meer in zak en as zitten dan hun eigen kind dat de scriptie moet schrijven. Emoties spelen daarbij een grote rol. Het zijn normale reacties op de grote druk die er is.

Toch is het van belang om op een goede manier met deze scriptiestress om te gaan. Daarom proberen we je met deze adviezen te helpen om het schrijven van je scriptie zo aangenaam mogelijk te maken en naar een goed einde te brengen.

Accepteer dat dit een stressvolle situatie of periode is. Door de stress blijf je extra waakzaam en zul je trachten het beste uit jezelf te halen. De stress is dus functioneel.

De wetenschap dat andere mensen dezelfde scriptiestress ervaren, of misschien nog wel meer, kan je een beetje geruststellen. Besef dat je niet de enige bent en dat vele studenten voor jou en gelijktijdig met jou met dezelfde druk te maken hebben. Communiceer daarom, als dat kan, met andere studenten die in hetzelfde proces zitten of hetzelfde meemaken.

Bij Scriptium krijgen we veel reflectieverslagen ter controle binnen. Een vaak genoemd verbeterpunt van studenten is dat ze zich slecht of helemaal niet aan hun eigen planning hebben gehouden. Het opstellen en volgen van een realistische planning, creëert echter een zekere rust. Het leven zit boordevol verleidingen, en soms is het moeilijk om die verleidingen te weerstaan. Hou echter in je achterhoofd dat je vaak meer van zaken kunt genieten als je eerst de minder leuke verplichtingen nakomt. Bovendien neem je hiermee een stuk van je scriptiestress weg. Twee vliegen in één klap dus. Het is daarnaast handig om een prioriteitenlijst op te stellen, waarbij je een rangorde maakt van de activiteiten en het lijstje vervolgens van boven naar beneden afwerkt, door eerst de zaken uit te voeren die je als eerst moet doen. Het plannen van het schrijfproces zorgt ervoor dat je voldoende tijd overhoudt om te anticiperen op onverwachte zaken. De tijdsdruk is een extra factor die leidt tot verhoogde scriptiestress.

Beschouw het schrijven van je scriptie als een uitdaging. Het is iets wat jou als persoon en jouw kwaliteiten op de proef stelt: je doorzettingsvermogen, je vasthoudendheid, je creativiteit, je logisch redeneren. Het is ook één van de hobbels die je in het leven moet nemen om je eigen identiteit op te bouwen. Tot hoever kun je gaan en ben je bereid te gaan om iets te bereiken? Wanneer je een doel tracht te bereiken, kun je helaas vaak niet om stress heen, zeker niet wanneer dat doel een (zeer) belangrijk doel is en wanneer het niet makkelijk is om dat doel te bereiken.

Soms spelen er tijdens het schrijven van je scriptie andere problemen in je leven. Je hebt bijvoorbeeld werkstress, je hebt net een kind gekregen, of het is net uit met je relatie. Hoewel het menselijk is om je dan overspoeld te voelen door allerlei zaken en te denken ‘dit wordt me te veel’, dien je toch te proberen de problemen afzonderlijk van elkaar te beschouwen. Ieder probleem vergt een andere aanpak en oplossing. Zie daarom het schrijven van een scriptie als een op zichzelf staande horde die genomen dient te worden.

Soms is het nuttig om de boel even opzij te leggen. Wanneer je te lang met iets bezig bent, dreig je er volledig door in beslag te raken en lukt het je vaak niet meer om helder na te denken en de zaken op een rijtje te zetten. Het gevolg daarvan kan zijn dat je nog verder verstrikt raakt in het schrijfproces, waardoor de studiestress en scriptiestress weer toenemen. Knijp er daarom als het kan soms even tussenuit om je hoofd ‘leeg’ te maken. Ga iets anders doen, een wandeltocht maken bijvoorbeeld, of ga met je vrienden ‘socializen’. Blijf hier echter niet te lang in hangen, want het verschuiven van verplichtingen leidt weer tot extra scriptiestress.

Een bekend gezegde luidt: kennis is macht. Dat geldt ook voor het schrijven van je scriptie. Wanneer je weet hoe je iets moet aanpakken, als je voldoende kennis hebt over een onderwerp of een methode, dan heb je er een zekere controle over, waardoor je minder stress ervaart. Lees daarom gerust de blog over het opzetten van scriptieonderzoek, met artikelen die door de correctoren van Scriptium zijn geschreven.

Laat je door anderen helpen gedurende het schrijven van je scriptie. Hoewel je zelf uiteindelijk de grootste arbeid zult moeten leveren bij het schrijven van je scriptie, is het niet altijd een individuele bezigheid. Roep zoveel mogelijk hulp aan tijdens en na het schrijven ervan, als je denkt dat je het niet alleen af kunt. Tracht hulp te krijgen van mensen die verstand hebben van wetenschappelijke teksten en waardevolle input kunnen leveren. De wetenschap dat er andere, gekwalificeerde personen zijn die je gedurende het scriptieproces kunnen bijstaan, zal de scriptiestress deels verminderen. Je staat er dan niet alleen voor.

Bij Scriptium helpen we jaarlijks duizenden studenten door hun scriptie te redigeren op taal, op de structuur en op de inhoud ervan. Scriptium is één van de meest bekende scriptiebureaus van Nederland en Vlaanderen en voor veel studenten is het een onmisbare dienst. Het feit dat studenten weten dat er professionals zijn die hun werk kunnen nakijken, vermindert vaak hun scriptiestress.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels
 

De titel van jouw scriptie

Gepost door om 20:29 in blog | 0 comments

Een onderdeel van het schrijven van je scriptie waar vaak geniepig veel tijd in gaat zitten, is het bedenken van een passende en dekkende titel. De titel is de eerste kans die je hebt om de lezer te informeren over je onderwerp, de context, je methodes en je resultaten. In deze blog van Scriptium wordt toegelicht wat het belang is van een goede titel, aan welke eisen deze moet voldoen, welke fouten je beter niet kunt maken en wanneer je een titel bedenkt. Daarna wordt iets verteld over de titelpagina en de titel van het digitale document dat je inlevert. Tot slot worden voorbeelden gegeven van verbeteringen van titels van scripties.

Belang van de titel van je scriptie of onderzoeksverslag

Afhankelijk van je vakgebied en je ambities, kan de titel van je scriptie een belangrijke rol spelen in je verdere carrière. Sommige studenten publiceren hun scriptie, waarbij andere eisen gesteld worden dan wanneer de scriptie alleen voor afstudeerdoeleinden gebruikt wordt. Als het artikel gepubliceerd wordt, kijk dan naar de eisen van het blad om te bepalen of jouw voorlopige titel geschikt is. Veel bladen stellen eisen aan de lengte van de titel, aan het hoofdlettergebruik en aan de trefwoorden. De titel van je scriptie is bij publicatie tevens belangrijker omdat je lezerspubliek groter en diverser is. Als je doorgaat in de academische wereld is deze titel bovendien je eerste grote werk, waarop hopelijk meer volgt, waardoor het echt prettig is als je helemaal achter de titel kunt staan. Soms wordt de scriptie niet gepubliceerd, maar vormt het onderdeel van de sollicitatieprocedure voor een vervolgopleiding, bijvoorbeeld bij onderzoeksmasters aan de universiteit. Het is dan belangrijk dat de commissie die jouw aanmelding in overweging neemt, ziet dat je goed kunt schrijven en dat je interesses uit de bachelorfase aansluiten bij die van de vervolgopleiding. Zelfs als je de scriptie alleen schrijft om je studie af te ronden en er verder geen plannen mee hebt, is het belangrijk dat de titel goed geschreven is en goed in elkaar zit. Hier zijn twee redenen voor. Ten eerste laat het aan de begeleider(s) van je scriptie zien dat je ook over de details goed hebt nagedacht. Ten tweede is het gebruikelijk om, bij het afronden van de scriptie met een goed cijfer, de titel en het cijfer van je scriptie op je curriculum vitae te zetten, of, moderner.

Eisen aan de titel van je scriptie of onderzoeksverslag

Een titel moet aansprekend zijn, informatief, niet te lang, niet te kort en niet te vaag zijn, geen jargon bevatten, actief geformuleerd zijn, geen (dubbele) negatieven bevatten en moet de lezer van je thesis bovenal aansporen tot verder lezen. Nogal wat eisen voor één zin! Ten eerste moet de titel aansprekend zijn. De lezer moet zin krijgen om verder te lezen en nieuwsgierig worden naar het onderwerp of naar het antwoord op de gestelde vraag. Daarnaast moet de titel informatief zijn, de lezer moet namelijk kunnen bepalen of het onderwerp van de te lezen scriptie voor hem of haar wel relevant en interessant is. Probeer in de titel ook weer niet te grappig of te hip te zijn, je wilt serieus genomen worden door de eventuele lezers. Ten derde is de lengte van je titel belangrijk. Probeer alle niet-noodzakelijke woorden weg te laten. “Een onderzoek naar”, “een verslag van”, “de beantwoording op”, zijn allemaal woordgroepen die weggelaten kunnen worden uit een titel. Gebruik in de titel geen werkwoorden of lidwoorden. Een goede vuistregel is dat een titel uit niet meer dan acht woorden bestaat. Gebruik ten vierde geen vage begrippen, jargon of afkortingen in je titel. Woorden zoals “ongeveer”, “algemeen”, “bespreking van”, “overige” zijn te vaag. De lezer hoeft niet bekend te zijn met of verstand te hebben van jouw onderwerp, dus vermijd jargon in de titel. Als je er niet omheen kunt, zorg dan dat je zo snel mogelijk in je verslag de gebruikte jargonterm uitlegt, of dat je een makkelijk vindbare begrippenlijst aan je scriptie toevoegt. Let er bij het schrijven in het Engels op dat je de juiste term op de juiste manier vertaalt. “Homosexuality” is bijvoorbeeld een woord met een zeer negatieve klank in grote delen van (academisch) Amerika, daar kun je beter “same-sex attraction” gebruiken. Afkortingen zijn daarnaast erg gekleurd door het werkveld en kunnen in verschillende werk- of vakgebieden totaal iets anders betekenen. Wees actief en positief in je benaming en gebruik neutrale termen. Schrijf in de titel bijvoorbeeld niet over “het slechte beleid”, maar over “het beleid”. Gebruik actieve tijdsvormen en geen passieve. Gebruik geen dubbele negatieven. “Het niet ongewone beleid” is bijvoorbeeld een zeer vage beschrijving met een dubbele ontkenning. Als je een goede titel bedacht hebt, zoek dan in een zoekmachine, bijvoorbeeld Google, naar precies die titel tussen aanhalingstekens. Zo kun je controleren of de titel al niet door iemand anders gebruikt is. Leg de titel ook voor aan je begeleider en laat er een paar vrienden of studiegenoten naar kijken, zodat je zeker weet dat de titel aan alle eisen voldoet. De eisen aan de lay-out van een titel verschillen per opleiding, maar een punt achter een titel is zelden toegestaan. Let ook op hoofdlettergebruik. Wanneer bedenk je de titel voor je scriptie? Het is goed om vanaf het begin af aan al een soort van werktitel te hebben. Dit kan prima de vraag of het onderwerp van je scriptie of onderzoek zijn. De officiële, uiteindelijke, definitieve titel maak je pas helemaal aan het einde van de periode. Het kan namelijk zijn dat er tijdens je onderzoek nog dingen gebeuren waardoor je titel aangepast moet worden. Soms moet je echter de titel al bekend maken, voor je scriptie af is. Denk daarbij aan opleidingen waarbij een presentatieronde gehouden wordt door iedereen die afstudeert. Probeer dan de titel van je scriptie zo open mogelijk te houden, of een speciale titel voor je praatje te maken die afwijkt van de uiteindelijke scriptietitel. Doe dit alleen in overleg met je begeleider.

Titelpagina

Op de titelpagina van je scriptie moeten een aantal elementen sowieso verschijnen. Ten eerste moet de titel en eventuele ondertitel duidelijk zichtbaar in beeld zijn. De aandacht van de lezer moet daar echt naartoe getrokken worden. Ten tweede moet de datum van publicatie en het soort document (bachelorscriptie, masterscriptie, onderzoeksverslag, stageverslag) duidelijk en kort benoemd staan. Ten derde moeten de gegevens over de auteur en opleiding genoemd worden. Noem in ieder geval je eigen naam met alleen voorletter(s) en achternaam, je studentnummer, de opleiding en onderwijsinstelling en de namen van je begeleiders. Eventueel kun je de vakcode vermelden. Vergeet bij de namen van de auteur en de begeleiders niet de juiste titels te vermelden. Bij sommige opleidingen is het toegestaan om de titelpagina op te fleuren met een afbeelding of met een woordenwolk. Zorg ervoor dat een eventuele afbeelding een hoge resolutie kent en print ‘m op de juiste wijze af, zodat het papier niet te nat wordt en gaat bobbelen. Zorg er ook voor dat er geen copyright berust op de afbeelding en dat je de bron van de afbeelding heel duidelijk vermeldt. Woordenwolken kun je onder andere gratis maken op Tagxedo.nl of Woordwolk.nl of Tagcrowd.com.

Titel van het document

Het gebeurt zeer regelmatig dat studenten hun scriptie inleveren in digitaal formaat. Controleer of je begeleider hetzelfde versienummer van de tekstverwerker, bijvoorbeeld Word, heeft, zodat de lay-out van je scriptie niet verloren gaat bij het openen op een andere computer. Lever het document liever in in pdf-formaat om problemen met verschoven figuren en tabellen te voorkomen. Belangrijk is tevens dat de titel van je document wordt aangepast naar iets zinnigs. Vaak leveren studenten documenten in zoals “Scriptie DEFINITIEVE VERSIE 15.docx” of iets anders met veel hoofdletters en cijfers. Vermijd dit. Vermeld in de documenttitel de titel van je scriptie en je naam.

Voorbeelden van verbeteringen

Hieronder volgt een aantal voorbeelden van titels en hun mogelijke verbeteringen. Kijk ze gerust eens door.

“Een onderzoek naar de mogelijke gevolgen van roken op de longen van jonge kinderen” = “Gevolgen roken voor longen jonge kinderen”

Deze titel gebruikt onnodig veel woorden.

“Verslag van een stageonderzoek bij Philips naar VR-brillen voor pubers” = “Virtual Reality-brillen van Philips voor adolescenten”

Deze titel gebruikt een afkorting, populair taalgebruik en teveel woorden.

“Het enorme verschil tussen de verkoop van de algemene en overige categorieën” = “Verschil tussen fruitverkoop en groenteverkoop bij Groenteman de Jong”

Deze titel was te vaag en gebruikt weinig neutrale termen.

“Een korte behandeling van de theorieën van C. Darwin op het gebied van evolutie” = “Evolutietheorieën van Darwin”

Deze titel gebruikt teveel woorden en bevat een initiaal.

“De verschrikkelijke gevolgen van de overstroming in 1953” = “Gevolgen van overstroming 1953”

Deze titel was niet neutraal genoeg.

“Realisme” = “Realisme in 19e eeuws Amsterdam”

Deze titel was té kort en te algemeen, waardoor het niet duidelijk was waar het over ging.

 

iris-scriptium-scriptiehulpIris van Meer is als corrector werkzaam bij Scriptium. Ze is expert op het gebied van het redigeren van scripties en verslagen op taal, structuur en inhoud, en heeft jarenlange ervaring met het geven van scriptiehulp aan studenten.

 

Scriptium is één van de bekendste en gerenommeerde scriptienakijkdiensten van Nederland en Vlaanderen. Onze scriptiehulp bestaat uit het nakijken van proefschriften, scripties, PvA’s, reflectieverslagen, portfolio’s en andere onderwijsgerelateerde teksten op taal, structuur en inhoud.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels
 

Het gemiddelde, de modus en de mediaan (in SPSS)

Gepost door om 02:06 in blog | 0 comments

Er bestaat een aantal verschillende veelgebruikte frequentiematen. In deze scriptieblog van Scriptium wordt uitgelegd wat het verschil is tussen het gemiddelde, de modus en de mediaan. Daarnaast wordt toegelicht hoe je deze kunt berekenen in SPSS. Voor de frequentiematen, en alle andere analyses, geldt altijd dat je eerst zelf na moet denken over wat de uitkomst van een analyse je eigenlijk vertelt: SPSS kan de correlatie tussen de temperatuur buiten en je oogkleur berekenen, maar of dat écht zinnig is, dat laat ik aan jou over. Idealiter bepaal je al tijdens het schrijven van je hoofdstuk methode welke maten je voor welke variabelen te weten wilt komen. Op die manier heb je dan een mooie checklist als je gaat beginnen met het schrijven van het gedeelte resultaten . Als je slim bent, sla je tijdens het werken met SPSS altijd de syntax en de output op die je gebruikt hebt, zodat je later terug kunt vinden wat je precies gedaan hebt en in welke volgorde.

Voor het bepalen van de frequentiematen is het eerst van belang dat je weet op welk meetniveau de variabelen zijn afgenomen. Er bestaan vier verschillende meetniveaus: nominaal, ordinaal, interval en ratio. Kort gezegd bestaat het nominaal niveau alleen uit labels of categorieën, zoals bijvoorbeeld plantensoort of geslacht. Ordinale variabelen bestaan ook uit labels of categorieën, maar er zit daar een bepaalde volgorde in, zoals basisschoolgroepen of rangen in het leger. Bij het interval meetniveau zijn er gelijke afstanden tussen de eigenschappen, zoals bijvoorbeeld bij tijd of temperatuur. Tot slot is er het ratio meetniveau, waarbij lengte en gewicht goede voorbeelden zijn. Bepaal van elke variabele welk meetniveau het is en pas dit ook aan in je dataset. Dit kan onder de optie “Measure” in het tabblad “Variable view”.

Figuur 1 Variable View SPSS

confrontatie

Op deze manier “weet” SPSS hoe om te gaan met de variabelen en kun je beginnen met het berekenen van de passende frequentiematen.

Gemiddelde

Het gemiddelde is de meest gebruikte frequentiemaat voor studenten. Het gemiddelde bereken je door alle waarnemingen te delen door het aantal waarnemingen. Bepaal allereerst voor welke variabelen het gemiddelde een interessant statistiek is om te hebben. Het gemiddelde kun je het beste berekenen voor interval en ratio meetniveaus. Voor ordinale en nominale schalen is het gemiddelde geen goede frequentiemaat. Is je variabele bijvoorbeeld man (0), vrouw (1), wil niet zeggen (2), dan heb je niet veel aan het gemiddelde. Is je variabele lengte in millimeter, gewicht in grammen, of een Likertschaal, dan is het gemiddelde mogelijk wél een interessante maat. Een voorbeeld van het berekenen van het gemiddelde wordt gegeven door de volgende cijferreeks van 17 getallen: 3, 3, 4, 5, 6, 6, 6, 6, 7, 7, 7, 7, 7, 7, 8, 8, 9. De som van deze getallen is 106. 106 gedeeld door 17 is 6,24. Om het gemiddelde in SPSS te berekenen open je allereerst de dataset. Vervolgens kun je of via de knoppen, of via de syntax het gemiddelde berekenen. Via de knoppen ga je naar Analyze -> Descriptive Statistics-> Frequencies.

Figuur 2 Knoppenmenu SPSS – Frequentiematen

SWOT model

Je kiest de variabelen die je wilt en verplaatst die naar de rechterkolom. Daarna kies je voor het knopje Statistics, waar je onder “Central Tendency” de “Mean” aanvinkt.

Figuur 3 Knoppenmenu SPSS – Frequencies: Statistics

confrontatie

Via de syntax typ je: FREQUENCIES VARIABLES = (jouw variabelen, gescheiden met een spatie) /STATISTICS=MEAN /ORDER=ANALYSIS

In de output staan dan twee tabellen. In de bovenste tabel staat de grootte van je sample en staat het gemiddelde, de mean, vermeld. In de tweede tabel staat hoe vaak welke antwoordmogelijkheid voorkwam.

Modus

Het antwoord dat het meeste voorkomt in een dataset is de modus. Wanneer er meer dan één antwoord precies even vaak het meest voorkomen, is er geen modus. De modus is bijvoorbeeld handig om te gebruiken bij nominale of ordinale variabelen. Ook voor interval variabelen is de modus geschikt, al ligt het dan aan de hoeveelheid categorieën die je gecreëerd hebt. Voor het ratio meetniveau is de modus het minst geschikt als frequentiemaat.

De klasse die het meeste voorkomt is de modale klasse. Bij een symmetrische of normale verdeling ligt de modus dichtbij het gemiddelde en de mediaan. We geven twee voorbeelden ter illustratie. In het eerste voorbeeld is er een cijferreeks van studenten op hun eerste statistiektentamen. De cijfers zijn voor het gemak alvast gesorteerd: 3, 3, 4, 5, 6, 6, 6, 6, 7, 7, 7, 7, 7, 7, 8, 8, 9. De modus is hier de 7, die komt het meeste voor. Het gemiddelde van deze cijferreeks was een 6,24. In het tweede voorbeeld zijn tien respondenten naar hun religieuze afkomst gevraagd: atheïst, atheïst, atheïst, Protestant-Christelijk, Protestand-Christelijk, Katholiek, Katholiek, Katholiek, Islamitisch, Islamitisch. In dit voorbeeld is er geen modus, er zijn twee klassen met evenveel respondenten.

Voor sommige variabelen is het niet onhandig of niet logisch om een modus te berekenen. Als je bijvoorbeeld iemands lengte in millimeter gemeten hebt en je hebt maar 10 metingen gedaan, dan is de kans groot dat je geen modus vindt, of dat die modus je eigenlijk geen goede informatie geeft. Bedenk altijd eerst zelf welke gegevens je nodig hebt om je scriptieverhaal sterker te maken, zonder zomaar van alles te berekenen.

Om de modus in SPSS te berekenen open je allereerst de dataset. Vervolgens kun je of via de knoppen, of via de syntax de modus berekenen. Via de knoppen ga je naar Analyze -> Descriptive Statistics-> Frequencies (Figuur 2). Je kiest de variabelen die je wilt. Daarna kies je voor het knopje Statistics, waar je onder Central Tendency de “Mode” aanvinkt (Figuur 3). Via de syntax typ je: FREQUENCIES VARIABLES = (jouw variabelen, gescheiden met een spatie) /STATISTICS=MODE /ORDER=ANALYSIS

In de output staan dan twee tabellen. In de bovenste tabel staat de grootte van je sample en staat de modus vermeld. In de tweede tabel staat hoe vaak welke antwoordmogelijkheid voorkwam.

Mediaan

De mediaan is de minst gebruikte maat voor studenten en is vaak ook niet erg zinvol om te rapporteren. De mediaan kan gebruikt worden bij ordinale, interval en ratio meetniveaus. De mediaan is het middelste getal van de reeks waarnemingen mits die reeks op volgorde is gezet. Bij een oneven aantal waarnemingen is het het middelste getal, bij een even aantal waarnemingen is de mediaan het gemiddelde van de middelste twee waarnemingen.

De mediaan kun je berekenen door eerst alle waarnemingen op volgorde te zetten. Daarna neem je het totaal aantal waarnemingen + 1 en deel je dit getal door 2. Je hebt dan het nummer van het getal dat de mediaan is. Ter illustratie nemen we opnieuw dezelfde reeks getallen, die al op volgorde staat: 3, 3, 4, 5, 6, 6, 6, 6, 7, 7, 7, 7, 7, 7, 8, 8, 9. Dit zijn 17 getallen, een oneven getal. 17 + 1 = 18 / 2 = 9. De mediaan is dus het 9e getal, in dit geval het getal 7. De mediaan is in dit voorbeeld dus hetzelfde als de modus. Bij een perfecte normale verdeling is de mediaan ook gelijk aan het gemiddelde.

Om de mediaan in SPSS te berekenen open je allereerst de dataset. Vervolgens kun je of via de knoppen, of via de syntax de mediaan berekenen. Via de knoppen ga je naar Analyze -> Descriptive Statistics-> Frequencies (Figuur 2). Je kiest de variabelen die je wilt. Daarna kies je voor het knopje Statistics (Figuur 3), waar je onder Central Tendency de “Median” aanvinkt. Via de syntax typ je: FREQUENCIES VARIABLES = (jouw variabelen, gescheiden met een spatie) /STATISTICS=MEDIAN /ORDER=ANALYSIS

In de output staan dan twee tabellen. In de bovenste tabel staat de grootte van je sample en staat de modus vermeld. In de tweede tabel staat hoe vaak welke antwoordmogelijkheid voorkwam.

Conclusie

Bij het berekenen van frequentiematen is het allereerst van groot belang dat je bedenkt welke maat voor welke variabele handig is (ordinaal, nominaal, interval, ratio). Wanneer je bedacht hebt welke maat van toepassing is voor jouw variabele, kun je via de knoppen of via de syntax de juiste maat berekenen. Ben je nieuwsgierig naar de verschillen tussen de verschillende maten? Vink dan eens alle opties tegelijkertijd aan. Je krijgt dan alsnog twee tabellen, waarvan de bovenste alle drie de maten bevat. Via de syntax ziet dat er als volgt uit: FREQUENCIES VARIABLES = (jouw variabelen, gescheiden met een spatie) /STATISTICS=MEAN MODE MEDIAN /ORDER=ANALYSIS

Meer weten over het gemiddelde, de modus en de mediaan? Lees meer. Heb je je scriptie of verslag af en wil je hem laten corrigeren? Bekijk ons correctieschema om te zien welke scriptiehulp Scriptium biedt.

 

iris-scriptium-scriptiehulpIris van Meer is als corrector werkzaam bij Scriptium. Ze is expert op het gebied van het nakijken van scripties en verslagen op taal, structuur en inhoud, en heeft jarenlange ervaring met het geven van scriptiehulp aan studenten.


Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels
 
 

Planning scriptie

Gepost door om 01:12 in blog | 0 comments

Elk scriptieschrijfproces verloopt anders, maar in grote lijnen zijn tips te geven die het proces vergemakkelijken. Het plannen van je scriptie is niet één moment, maar iets waarbij je voortdurend moet kijken of je bij moet sturen of dingen aan moet passen. In deze blog vertellen we je iets over het belang van afspraken maken met je begeleider, over het initiële maken van een planning, over de schrijffases die daarop volgen en over de laatste weken van het proces van het schrijven van je scriptie.

Eerste afspraak begeleider

Maak een afspraak met je begeleider in het prille begin van de periode waarin je je scriptie gaat schrijven. Bij deze afspraak maak je een aantal zeer belangrijke afspraken. Ten eerste moet je achterhalen hoelang de begeleider er ongeveer over doet om feedback te geven. Dit is voor je planning een zeer belangrijke factor. Ten tweede moet je achterhalen wanneer de begeleider vakantie heeft of een zeer drukke periode verwacht. Daarmee kun jij dan in je planning rekening houden.

Vervolgens is het aan te raden om alvast voor de gehele scriptieperiode afspraken in te plannen met je begeleider. Op die manier heb je zelf een stok achter de deur om bezig te blijven, botsen jullie overvolle agenda’s later niet met elkaar en kan de begeleider niet ineens afwezig zijn tijdens belangrijke fases in jouw proces. Bekijk samen hoeveel afspraken nodig zijn, maar laat er nooit langer dan een maand tussen zitten. Bespreek ook of je vóór of tijdens de afspraak vragen stelt: sommige begeleiders willen zich kunnen voorbereiden op een gesprek, anderen zijn te druk daarvoor en beantwoorden liever ad hoc. Als jouw begeleider in de laatste categorie valt, kan het raadzaam zijn om ná een afspraak even een herinneringsmailtje te sturen met de punten die aan bod zijn gekomen in het gesprek, zodat de begeleider er nog eens aan herinnerd wordt.

Maken van een planning

Open een leeg Word-document. Maak daarin een snelle indeling van de hoofdstukken van je scriptie, een voorpagina en een automatische inhoudsopgave. Maak één van de hoofdstukken “Planning” en een andere “Reflectie”, ergens aan het eind, maar bij voorkeur vóór de literatuurlijst. Dit moet je later nog aanpassen, maar het is prettig als je altijd meteen naar de literatuurlijst kunt springen tijdens het schrijven van je scriptie/thesis.

In het hoofdstuk “Planning” maak je een opzet voor wanneer je wat af wilt hebben. Wees daarin zo specifiek mogelijk en houdt rekening met uitloop. Zet alle afspraken met je begeleider in de planning en zet er ook duidelijk in wanneer je je stukken op moet sturen voor feedback naar je begeleider en wanneer je die feedback terug verwacht. Veel studenten maken gebruik van een tabel om deze planning in te maken, met kolommen voor “week”, “wat te doen”, “aantal uur werk” en “deadline” of iets dergelijks. Ook de planning in je Plan van Aanpak is daarvoor een goede leidraad.

In het hoofdstuk “Reflectie” kun je vervolgens beknopt bijhouden hoe de planning uiteindelijk verlopen is. Zeker als zaken langer duren dan gepland, is het prettig om daar een overzicht van bij te houden, zodat je tijdig kunt ingrijpen als je deadlines niet dreigt te halen. Deze beknopte weergave van je uiteindelijke proces ten opzichte van je planning is later meteen een goede leidraad voor het schrijven van een reflectiehoofdstuk, mits je opleiding daarom vraagt, omdat je nu goed puntsgewijs kunt zien waar het “mis” ging met betrekking tot de planning.

Beginnen aan je scriptie

Wanneer de planningopzet is gemaakt, kun je gaan beginnen met schrijven. Een goede manier om te beginnen is om per hoofdstuk te schrijven wat je al weet. Zet een timer op 10 minuten en typ in die 10 minuten alles wat je per hoofdstuk weet uit. Vaak weet je over de inleiding, aanleiding en methode al best een boel, maar kun je bij de resultaten en conclusies nog niets vermelden. Dat is prima. Typ wat er in je opkomt, zonder je druk te maken over lay-out of spelfouten. Het is écht gemakkelijker om tekst later goed aan te passen, dan om meteen overal perfecte academische volzinnen te willen maken. Bovendien hebben de meeste studenten minder last van een writers-block als er eenmaal iets op papier staat.

Vervolgens maak je een tijdelijke hoofdvraag en bijpassende deelvragen. Deze moet je baseren op het onderwerp dat je overeen gekomen bent met je begeleider of met je stageplaats. Als je alles wat je al weet hebt opgeschreven, kun je beginnen met het zoeken en lezen van bronnen. Hier gaat ontzettend veel tijd in zitten, dus begin er absoluut niet te laat mee. Zorg ervoor dat je voornamelijk put uit artikelen en boeken: de meeste begeleiders zijn geen fan van websites als bronnen. Wees meteen precies in het bijhouden van je bronnenlijst en zorg ervoor dat je, als je zinnen (letterlijk) overneemt, je ook meteen de goede wijze van citeren hanteert. Hou ook bij hoe je de bronnen gezocht hebt: in welke databases, met welke zoektermen, welke artikelen vielen af en waarom en in welke periode. Deze informatie is van vitaal belang voor de methodesectie van je literatuuronderzoek.

Formuleren deelvragen en hoofdvragen

Na een tijd, vaak een hele lange tijd, treedt er verzadiging op in de informatie die je vindt. Dit is een goed moment om heel precieze hoofdvragen en deelvragen te formuleren en het is ook een belangrijk moment om een afspraak met je begeleider te maken. Uit de literatuur komen bepaalde kernwoorden naar voren die je kunt gebruiken in je vragen. Het lukt slechts zeer zelden om de vragen al precies te formuleren vóórdat je veel gelezen hebt. Zorg ervoor dat je begeleider een geschreven go of no-go geeft op je deelvragen en hoofdvraag! Dat voorkomt gedoe achteraf.

Schrijven theoretisch kader en methodesectie

Nu je je deelvragen precies hebt geformuleerd, weet je ook wat er in je theoretisch kader naar voren moet komen. Zorg ervoor dat alle begrippen uit je deelvragen en hoofdvraag duidelijk toegelicht worden in je theoretisch kader. Zoek indien nodig nog meer bronnen en zorg ervoor dat je alle bruikbare bronnen op een goede manier vermeldt en gebruikt.

Schrijf zo precies en concreet mogelijk op in de methodesectie wat je wilt gaan doen. Hierbij vermeld je niet alleen de algemene onderzoeksmethode, je verwijst daarbij ook naar een methodeboek waarin deze methode beschreven wordt. Je beargumenteert in de methodesectie waarom je bepaalde methodes wel of niet verkiest en gebruikt daarbij inhoudelijke argumenten. Het argument “want er is niet meer tijd” is een heel slecht argument, gebruik dat nooit.

Uitvoeren onderzoek

Theoretisch gezien zou je nu een streep kunnen zetten onder je werk en pas over een aantal maanden weer verder kunnen schrijven. Nu komt namelijk het praktische gedeelte van de scriptie aan bod. Je houdt je enquêtes of je interviews, je loopt stage, je zoekt documenten voor een documentanalyse, of je doet nog iets anders wat uiteindelijk in jouw resultatensectie komt te staan. In de ideale, perfecte wereld, zou je niets meer aan de inleiding, het theoretisch kader en de methode hoeven te veranderen, omdat alles wat erin staat klopt. Helaas is onderzoek doen (vaak) een iteratief proces en kan het zijn dat je er tijdens de eerste enquête of het eerste interview achter komt dat je belangrijke vragen mist, of dat mensen je begrippen niet snappen. Overleg met je begeleider wat daar aan te doen is. Hou in je planning rekening met dit soort tegenvallers en doe altijd één of meerdere tests van je onderzoeksmethode om te kijken of je niets over het hoofd gezien hebt. Dit gedeelte van je onderzoek neemt wederom vaak veel tijd in beslag, welke methode je ook kiest.

Uitwerken resultaten

Afhankelijk van je onderzoeksmethode moet je nu diverse stappen doorlopen om van alle data die je verzameld hebt, een duidelijk overzicht te maken. Volg hierbij de stappen die je hebt beschreven in de analysesectie van je methode. Verander je dingen in je analyse? Pas dan ook de methodesectie aan en schrijf in je reflectiehoofdstuk wat je waarom hebt aangepast. Zorg ervoor dat je tabellen meteen aan de eisen van je opleiding voldoen. Verwijs daarnaast altijd met nummers naar je figuren en tabellen en geven deze duidelijke, inhoudelijke titels. Ook hier kan het weer nuttig zijn om een timer te gebruiken die je op 10 minuten zet, om per deelvraag alvast uit te werken wat je al weet. Als je resultatenhoofdstuk af is, kun je aan je conclusies beginnen. Koppel daarin de elementen uit de inleiding, het theoretisch kader en de resultaten aan elkaar.

Laatste weken

In de laatste weken van je scriptieperiode doe je nog een aantal dingen. Je schrijft een voorwoord en/of dankwoord, je laat je scriptie controlerendoor ten minste één jaargenoot en bij voorkeur ook door een taalkundige, je loopt de literatuurlijst na en je controleert de nummering van je paragrafen, hoofdstukken, afbeeldingen en tabellen. Geef jezelf in de planning altijd een paar weken uitloop om deze zaken allemaal te veranderen en zorg er daarnaast voor dat je nog tijd over houdt om alle feedback te verwerken die je van je begeleider krijgt, een meelezende jaargenoot en een corrector van bijvoorbeeld Scriptium. Meer informatie over een goede planning vind je hier .

 

iris-scriptium-scriptiehulpIris van Meer is als corrector werkzaam bij Scriptium. Ze is expert op het gebied van het nakijken van scripties en verslagen op taal, structuur en inhoud.


Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels
 
 

Literatuurlijst scriptie

Gepost door om 00:52 in blog | 0 comments

In deze blogpost leggen we je uit hoe je een literatuurlijst maakt bij het schrijven van je scriptie. Er zijn verschillende digitale tools die je daarbij kunnen helpen, maar voordat je leert wat een tool kan doen, is het belangrijk om te weten wat je zelf zou moeten doen. Alleen op die manier kun je controleren of de tool ook daadwerkelijk correct verwijst. We richten ons daarom nu vooral op een uitleg wat er in de literatuurlijst moet staan, hoe je handig bij kunt houden welke bronnen je gebruikt en hoe je de literatuurlijst kunt controleren alvorens je je scriptie of thesis inlevert.

Belang literatuurlijst

Een literatuurlijst dient ten minste twee belangrijke doelen. Ten eerste geeft het de beoordelaar een goede indruk van waarop jij jouw werk baseert. Het geeft een indruk over hoeveel moeite je gedaan hebt voor het schrijven van je scriptie en in hoeverre je op de hoogte bent van dat wat er over jouw onderwerp geschreven is. Het is daarom belangrijk om de bronnenlijst een mooie afspiegeling te laten zijn van diverse soorten bronnen: gebruik artikelen, boeken en websites. Probeer niet te veel op één (soort) bron te leunen en probeer vooral om niet alleen maar websites te gebruiken. Sommige scripties hebben een bronnenlijst met alleen maar internetpagina’s die in de afgelopen drie weken geraadpleegd zijn, wat gehaast en onprofessioneel overkomt. Sommige beoordelaars lezen het werk niet eens (zorgvuldig) door, als voor hen noodzakelijke bronnen ontbreken in je lijst. Let daarom dus ook goed op als je beoordelaar een keer een hint geeft voor een goede bron en gebruik deze ook, grote kans dat hij positief verrast is wanneer de bron in de lijst staat.

Een tweede doel van de bronnenlijst is om de lezer in de gelegenheid te stellen om de bronnen zelf ook te lezen. Daarnaast kan de lezer controleren of wat jij zegt over een bron, ook daadwerkelijk klopt. De lezer moet aan de hand van jouw bronnenlijst de precieze artikelen of boeken kunnen vinden die je gebruikt hebt, inclusief de specifieke druk of uitgeverij voor boeken. Het is daarbij van groot belang dat je consequent, zorgvuldig en compleet verwijst, volgens de specifieke richtlijn van jouw opleiding of vakgebied.

Verschillende richtlijnen

Er bestaan grofweg vier verschillende verwijssystemen: het notensysteem, het numerieke systeem, het auteur-datumsysteem en het auteur-paginasysteem. Bij het notensysteem verwijs je in één voetnoot per bron per pagina naar de specifieke bron en maak je vaak nog een bronnenlijst waarin alle bronnen (uitgebreider) aan bod komen. Bij het numerieke systeem krijgen de bronnen allemaal een nummer en verwijs je in de tekst alleen met dat nummer tussen haakjes, eventueel aangevuld met het paginanummer waar de informatie te vinden is. Het minst gebruikte verwijssysteem in Nederland is het auteur-paginasysteem, waarbij de achternamen van de auteur(s) gevolgd worden door het paginanummer waarop de informatie staat waarnaar verwezen wordt. Tot slot is het meest gebruikte systeem in Nederland het auteur-datumsysteem, waarbij de achternamen van de auteur(s) en het jaartal van de publicatie vermeld worden in de tekst. In de bronnenlijst staan dan ook nog de titel, de uitgeverij of het tijdschrift en de editie of druk vermeld.

Er bestaan naast deze systemen, ook verschillende richtlijnen voor verwijzen in je thesis. De eerste stap die je moet zetten is dan ook het achterhalen van de vereiste richtlijn voor jouw opleiding. Voorbeelden van richtlijnen voor verwijzingen zijn die van de American Anthropological Association (AAA) voor antropologen; American Chemical Society (ACS) voor scheikundigen; Vancouver, American Medical Association (AMA) en National Library of Medicin (NLM) voor het medische vakgebied; American Psychologist Association (APA) voor psychologen of andere (sociale) wetenschappers; American Political Science Association (APSA) voor politicologen; Chicago voor de Geesteswetenschappen; Institute of Electrical and Electronics Engineers (IEEE) voor technische vakgebieden; Modern Language Association (MLA) en Turabian voor taalkundigen; The Oxford University Standard for Citation of Legal Authorities (OSCOLA) en de leidraad voor juridisch verwijzen voor juristen en tot slot Harvard voor economische wetenschappen.

Op Nederlandse hogescholen en universiteiten wordt vooral gebruik gemaakt van de APA-richtlijnen voor verwijzingen, een auteur-datumsysteem. Als je opleiding geen specifieke eisen stelt, kun je het beste voor de APA-stijl kiezen: daar bestaan bepaalde tools voor en er is veel Nederlandstalige informatie over te vinden.

Stappenplan literatuurlijst

Wanneer je besloten hebt welke verwijzingsmethode je hanteert, doe je er goed aan om je in te lezen over de eisen voor de literatuurlijst. Vaak komt het heel nauw hoe je verwijst: elke komma en punt staan voorgeschreven. Elk systeem moet in ieder geval heel consequent worden toegepast en volledig zijn. Tijdens het lezen van de literatuur, ter voorbereiding op het schrijven van je uiteindelijke scriptie, doe je er goed aan om alvast een lijst aan te leggen van al je bronnen en van hoe je deze gevonden hebt. Dit laatste is vooral van belang voor de methodesectie van je scriptie en wordt hier verder niet besproken. De lijst van bronnen hoeft er nog niet gelikt uit te zien, maar moet wel compleet zijn. Lees in de richtlijnen van jouw opleiding wat “compleet” precies inhoudt voor een literatuurlijst. Zorg er in ieder geval voor dat de auteurs, de titel en het jaartal van publicatie opgeschreven staan. Plaats eventueel een link naar de plek die je gevonden hebt in de kladversie van je literatuurlijst.

Als je gaat beginnen met schrijven en je bronnen ook daadwerkelijk gebruikt, zorg er dan voor dat je er meteen in de lopende tekst én in de literatuurlijst goed naar verwijst. Het lijkt misschien sneller om dat niet te doen en door te gaan met schrijven, maar vaak kun je dan achteraf niet meer precies de juiste pagina voor een citaat vinden, of ben je überhaupt het juiste artikel bij je argument kwijt. Maak er dus een goede gewoonte van om direct tijdens het schrijven in de tekst én in de bronnenlijst de volledige verwijzing te plaatsen. Soms kun je in het ene artikel dat je gebruikt een bronverwijzing vinden naar een ander artikel dat je gebruikt, waardoor je de verwijzing eenvoudig kunt overnemen. Ook als je Google gebruikt kun je vaak goede en volledige bronverwijzingen vinden. Let er dan wel op dat deze in dezelfde stijl zijn als jij gebruikt, wees immers altijd consequent. De literatuurlijst van een bruikbaar artikel is trouwens sowieso een goede plek om door te zoeken naar meer artikelen over jouw onderwerp. Kom je er tijdens de controle bijvoorbeeld achter dat je te weinig bronnen hebt, dan is de literatuurlijst van je meest gebruikte bron een goede plek om te beginnen met zoeken naar nieuwe literatuur.

De literatuurlijst staat meestal op alfabetische en chronologische volgorde. Gebruik je meerdere artikelen van één auteur? Dan komt het oudste artikel doorgaans eerst. Sommige opleidingen willen graag dat de bronnenlijst opgedeeld wordt per soort bron: een aparte lijst voor artikelen, een lijst voor boeken en een overzicht van de gebruikte websites. Lees hiervoor goed de eisen van de opleiding door of kijk in de (digitale) bibliotheek van je opleiding naar een goedgekeurde scriptie met een hoog cijfer en neem daar voorbeeld aan.

Controle literatuurlijst

Als je literatuurlijst af is, print je de pagina’s uit waar deze op staat. Daarna lees je je hele scriptie vluchtig door en zet je een kruisje of streepje bij de bron wanneer je deze in de tekst tegenkomt. Krijgt één bron wel érg veel streepjes? Dan leun je te zwaar op die ene bron en doe je er goed aan om nog wat bronnen erbij te zoeken. Krijgt één bron helemaal geen streepjes? Dan heb je het stuk wellicht wel gelezen, maar je mag alleen iets in de bronnenlijst zetten als je er in de tekst ook naar verwijst. Mis je een bron in de lijst? Voeg deze dan meteen correct toe. Neem de moeite van het controleren echt even, het is een prima klusje om te doen terwijl je bijvoorbeeld wacht tot iemand taaltechnisch naar je scriptie gekeken heeft. Een nette bronnenlijst maakt een goede indruk op je correctoren.

Samenvatting

Er zijn verschillende verwijssystemen en verwijsstijlen. Zorg ervoor dat de stijl in jouw scriptie overeenkomt met de eisen van jouw opleiding. Stelt de opleiding geen specifieke eis? Gebruik dan de APA-stijl. Daar is de meeste informatie over te vinden in het Nederlands en daar bestaan verschillende tools voor die geïntegreerd zijn met Microsoft Office Word. Wees tijdens het maken van je literatuurlijst vooral heel consequent en precies. Een goed opgemaakte bronnenlijst is een visitekaartje voor je overige werk. Vaak kijken beoordelaars eerst naar de literatuurlijst om te kijken of je de moeite hebt genomen om veel te lezen en dan pas naar de rest van je werk.

Wil je precies weten hoe je je bronnenlijst moet opstellen? Kijk dan op deze pagina. Wens je je bronnenlijst na te laten kijken? Kijk dan wat Scriptium voor je kan betekenen of neem contact met ons op.

 

iris-scriptium-scriptiehulpIris van Meer is als corrector werkzaam bij Scriptium. Ze is expert op het gebied van het nakijken van scripties en verslagen op taal, structuur en inhoud.


Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels
 
 

Voorwoord scriptie schrijven

Gepost door om 15:54 in blog | 0 comments

Het voorwoord van een scriptie of onderzoek komt tussen de titelpagina en de inhoudsopgave in. In het voorwoord heb je de ruimte om kort te reflecteren op de verrichte werkzaamheden en om mensen die je geholpen hebben te bedanken. Het is in de regel niet langer dan één A4-tje en niet korter dan drie alinea’s. Een voorwoord schrijf je meestal als laatste onderdeel van de scriptie, omdat je pas aan het einde van het traject weet wie je allemaal geholpen hebben. In tegenstelling tot de rest van je scriptie, mag je het voorwoord wél in de ik-vorm schrijven. Zorg ervoor dat het voorwoord niet té informeel wordt.

Inhoudsopgave

In deze scriptieblog van Scriptium wordt gesproken over de structuur van het voorwoord. Je schrijft een inleidende alinea, een reflectiealinea, een bedankstuk en een afsluitende alinea. Per alinea wordt beschreven welke onderdelen zeker niet mogen ontbreken. Vervolgens wordt een stappenplan gegeven voor het schrijven van een voorwoord. Deze blog sluit af met een voorbeeld van een goed voorwoord. Heb je na het lezen van deze informatie nog vragen? Stel ze gerust aan Scriptium!

Structuur voorwoord

Het voorwoord bestaat uit een inleidende alinea, een reflectiealinea, een bedankstuk en een afsluitende alinea.

• Inleidende alinea

In de inleidende alinea benoem je kort het onderwerp van de scriptie. Het voorwoord is immers na de voorpagina en de inhoudsopgave het eerste wat de lezer ziet en deze heeft dan nog niet echt een idee over wat er komen gaat. In de inleidende alinea kun je wel al mensen benoemen, maar beter nog niet bedanken. Schrijf dus liever: “Dit onderzoek richtte zich op de motieven van Belgische toeristen om in Amsterdam te overnachten, in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Vreemdelingenverkeer (VVV), onder leiding van dhr. Simonis.” dan dat je schrijft: “Mijn onderzoek gaat over Belgen in Nederland en ik wil graag dhr. Simonis bedanken.” Een gebruikelijke tweede zin luidt: “Deze scriptie is geschreven in het kader van mijn afstuderen aan de opleiding Bedrijfskunde aan de Hogeschool van Amsterdam.” Noem in de inleidende alinea ook nog de afstudeerperiode.

• Reflectiealinea

In deze alinea beschrijf je beknopt wat je ervaring is geweest. Viel het mee, viel het tegen, had je leuke collega’s, is je onderwerp misschien vier keer veranderd? Schrijf er iets optimistisch over. Soms zien we dat mensen een vervelende stageperiode hebben gehad en klinkt dit erg duidelijk door in het voorwoord. Hoe fijn het misschien ook voelt om flink te klagen, je scriptie kan later nog dienen als onderdeel van een sollicitatieprocedure, dus het is belangrijk dat je beleefd blijft. Bovendien is het voor de lezer niet erg bemoedigend om je gehele scriptie te gaan lezen als in het voorwoord een negatieve toon gezet wordt. Als je toch je negatieve ervaring graag kwijt wilt in je scriptie, bijvoorbeeld omdat het verklaart waarom je erg weinig participanten hebt of maar weinig bronnen, probeer dan vooral over je eigen ervaring en emoties te praten in plaats van verwijten richting een ander te uiten. Zeg liever: “Door problemen in de planning is het niet gelukt om meer participanten te interviewen”, dan dat je zegt: “Mijn begeleider was steeds te laat met reageren, waardoor ik geen tijd meer had om mensen te interviewen.” Het argument “geen tijd meer hebben” is in je hele scriptie overigens erg zwak. Voor de lezer, en zeker voor je eventuele potentiële toekomstige werkgever, is het voorwoord één van de weinig plekken waar een deel van jouw karakter overkomt. Zorg er dus voor dat het een goed visitekaartje is. Als je van mening bent dat jouw scriptie echt véél beter had gekund als je niet zoveel pech had gehad, schrijf dan een reflectiehoofdstuk. Houd je voorwoord optimistisch en beknopt.

• Bedankstuk

In het bedankstuk bedank je één voor één de diverse mensen die een bijdrage hebben geleverd aan jouw eindproduct. Maak dit stuk persoonlijk. Zeg dus niet alleen: “Ik bedank hierbij mijn begeleider voor zijn begeleiding.”, maar zeg liever: “Ik bedank hierbij dhr. Simonis voor zijn begeleiding, omdat hij mij altijd een luisterend oor bood.” Probeer de bedankjes écht een complimentje te laten zijn aan degene die zijn medewerking heeft verleend. Daar mag je overigens best wat humor in verwerken, als het voor de lezer maar duidelijk blijft dat het geen stiekeme steken onderwater zijn. In je voorwoord bedank je iedereen die een persoonlijke bijdrage heeft geleverd aan jouw eindproduct. Let erop dat het hier om persoonlijke bijdragen gaat, je hoeft bijvoorbeeld de auteur van een theorie die je veel gebruikt niet te bedanken in je voorwoord, tenzij je hem of haar persoonlijk hebt gesproken. Vergeet niet de begeleiders van je opleiding en/of stageplaats te bedanken, zelfs als je het gevoel heb dat zij niet veel hebben bijgedragen. Zij beoordelen je scriptie en vinden het fijn om gewaardeerd te worden. Er zijn twee manieren om de volgorde te bepalen van wie je wanneer bedankt. De eerste manier is om de mensen die de grootste bijdrage geleverd hebben als eerste te noemen. De tweede, meer gebruikelijke, manier is om van formeel naar informeel te gaan bij het bedanken: eerst je begeleiders, dan je participanten, dan pas je familie en vrienden. Schrijf het voorwoord in één consistente toon en benoem mensen ook op een consequente manier: óf iedereen met voor- en achternaam, óf iedereen met voorletter en achternaam, óf iedereen alleen bij achternaam. Een uitzondering hierop zijn bijvoorbeeld je ouders of je partner. Participanten benoem je, vanwege privacyredenen, doorgaans helemaal níet bij naam. Wil je ze toch bedanken? Gebruik dan alleen een voorletter.

• Afsluitende alinea

In de afsluitende alinea wens je de lezer veel leesplezier toe. Daarnaast sluit je af met je naam en de datum en plaats waar je het voorwoord hebt geschreven. Zorg ervoor dat de datum recent is, het staat vreemd als je nu iets inlevert waar je drie maanden geleden al een voorwoord voor schreef.

Stappenplan

• Stap 0: hou tijdens het werk aan je scriptie steeds een lijstje bij van mensen die je hebben geholpen. Zeker als je wat langer over je eindproduct doet, is het aan het eind van het traject wellicht moeilijk te achterhalen wie je aan het begin bijstonden. Een lijstje op de plek waar je voorwoord straks moet komen is een handig handvat om straks te hebben als je het voorwoord gaat schrijven.

• Stap 1: zet de mensen op je lijstje in een goede volgorde. Kies daarvoor uit één van de twee methoden: personen op volgorde van belangrijkheid van de bijdrage, of personen op volgorde van de formele functie die zij hadden in jouw traject.

• Stap 2: schrijf een goede inleidende alinea, waarin je heel kort het thema van de scriptie benoemt. Hierin bedank je nog niemand, maar kun je al wel een onderzoeksgroep of stageplek benoemen.

• Stap 3: schrijf een positieve reflectiealinea, waarin je de eer aan jezelf houdt en geen verwijten uit. Dit is een visitekaartje voor wat voor geweldig, enthousiast, optimistisch persoon jij bent, maak er dus geen klachtenregen van.

• Stap 4: schrijf een bedankstuk van één of meerdere alinea’s, waarin je alle personen noemt die een persoonlijke bijdrage hebben geleverd aan jouw eindproduct. Probeer de bedankjes een persoonlijk compliment te maken.

• Stap 5: schrijf een afsluitende alinea, waarin je de lezer veel leesplezier toewenst. Sluit af met een recente datum en de plaats waar je je voorwoord schreef. Vergeet hier niet je eigen naam volledig te vermelden.

Voorbeeld voorwoord

Deze scriptie richt zich op de motieven van Belgische toeristen om in Amsterdam te overnachten. Deze scriptie is geschreven in het kader van mijn afstudeerscriptie voor de opleiding Toerisme aan de Hogeschool Inholland te Rotterdam. Het onderzoek is uitgevoerd tijdens een stageperiode van december 2015 tot augustus 2016 bij de Nederlandse Vereniging voor Vreemdelingenverkeer (VVV) te Rotterdam. Tijdens het onderzoek heb ik verrassend veel geleerd over toerisme, de Belgische en Nederlandse cultuur, Amsterdamse accommodaties en motieven van mensen om ergens te overnachten. Daarnaast heb ik goed kunnen oefenen met het interviewen van participanten en ben ik daar in de loop van de tijd ook echt beter in geworden. Het begin van de stage verliep wat stroef, maar door een aantal goede gesprekken is het echt een fantastische periode geworden waar ik met plezier op terug kijk. Voor deze fantastische periode wil ik ten eerste mijn stagebegeleider meneer Simonis bedanken. Hij heeft met zijn humor ervoor gezorgd dat het elke dag een feestje was om naar kantoor te komen. Daarnaast wil ik graag mijn begeleider van de opleiding, mevrouw Smits, bedanken voor haar kritische houding over mijn werk. Door de kritiek ben ik telkens gemotiveerd geraakt om weer nieuwe oplossingen te bedenken en mijn werk te verbeteren. Zonder alle participerende toeristen was dit eindproduct nooit tot stand gekomen en ik wil onze zuiderburen dan ook hartelijk bedanken voor de openheid en duidelijkheid waarmee ze mij geholpen hebben. Allé zeg, ge weet over wie ik het heb! Tot slot wil ik graag mijn vriend bedanken, die met kopjes thee, stukjes chocolade, fijne muziekjes en goed getimede knuffels ervoor gezorgd heeft dat ik ook het allerlaatste stukje schrijven nog leuk vond. Dankjewel lieverd! Ik wens u net zoveel leesplezier toe met deze scriptie als dat ik plezier heb gehad tijdens het schrijven! Iris van Meer Culemborg, 14 november 2016

 

iris-scriptium-scriptiehulpIris van Meer is als corrector werkzaam bij Scriptium. Ze is expert op het gebied van het nakijken van scripties en verslagen op taal, structuur en inhoud.

Wil je je voorwoord of gehele scriptie of verslag laten nakijken? Neem dan vrijblijvend contact met Scriptium op. We zijn je graag van dienst!


Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels
 
 

Veelvoorkomende taalfouten scriptie

Gepost door om 00:03 in blog | 0 comments

Hieronder wordt een lijst gegeven van enkele veelvoorkomende taalfouten in scripties. Wil je weten welke andere fouten er worden gemaakt in scripties en verslagen? Bekijk dan de Scriptium top-100 lijst van scriptiefouten.

Soms is de volgorde van de woorden of woordgroepen binnen een zin verkeerd. Dit is niet altijd een zuivere taalfout, maar soms wel. Een voorbeeld waarbij de volgorde van woorden verkeerd is, is deze zin:

‘’Om processen continu te verbeteren zijn in de literatuur verschillende verbetermethodes te vinden’’

Deze zin loopt niet en hoort op deze manier geschreven te worden:

‘’In de literatuur zijn verschillende verbetermethodes te vinden om processen continu te verbeteren’’

Een ander voorbeeld:

‘’Op de volgende manieren is de externe validiteit van dit onderzoek bewaakt’’

In deze zin kan het onderwerp beter vooraan de zin geplaatst worden, ter bevordering van de leesbaarheid: ‘’De externe validiteit van dit onderzoek is op de volgende manieren bewaakt.’’

In sommige scripties spreekt de auteur de lezer rechtstreeks toe door het gebruik van ‘je’, ‘we’ of ‘u’. Bijvoorbeeld: ‘’De resultaten van deze test kunt u zien in Bijlage X’’. De lezer mag in onderzoek niet aangesproken worden, omdat je daarmee je ’stem’ als onderzoeker en verteller laat horen, terwijl het de bedoeling is om afstand te nemen van het onderzoek, jezelf er niet bij te betrekken als auteur of onderzoeker, ten behoeve van de objectiviteit. Slechts in uitzonderlijke gevallen is het gepast om ‘je’ te gebruiken in een scriptie, verslag of onderzoek.

Er staan aan elkaar geplakte woorden of zinnen in de scriptie. Beoordelaars zijn allergisch voor slordigheden in een scriptie. Als er grote taalfouten in een scriptie zitten of aan elkaar geplakte zinnen, loop je kans dat je scriptie wordt afgekeurd. Neem de scriptie daarom een paar keer goed door om te zien of er geen aan elkaar geplakte zinnen of woorden in zitten. Dit kun je het best doen door de markeringen in Word uit te zetten.

De zinnen zijn te omslachtig geformuleerd. Kijk naar deze zin: ‘’Wat in hoofdstuk 5 aangegeven is, is dat de concepten nog niet getest zijn.’’

Deze zin kan veel compacter, met minder woordverspilling geschreven worden, op deze manier: ‘’In hoofdstuk 5 is aangegeven dat de concepten nog niet getest zijn’’. Het is in een scriptie de bedoeling dat je zinnen zo simpel en compact mogelijk formuleert (zonder in spreektaal te vervallen), ten behoeve van de begrijpelijkheid en soepelheid van de tekst. Door gebruik te maken van compacte zinnen verbeter je ook de stijl.

Het gebruik van passieve zinnen. Passieve zinnen worden gekenmerkt door de hulpwerkwoorden ’zijn’ en ’worden’. In tegenstelling tot de gangbare notie zijn passieve zinnen wel degelijk toegestaan in scripties. Soms zijn ze zelfs nodig. In de leeswijzer kun je haast niet om passieve zinnen heen, bijvoorbeeld in een zin als: ‘’In hoofdstuk 4 worden de resultaten gepresenteerd’’. Vaak zijn passieve zinnen echter onnodig en maken ze een zin te formeel.

Het onnodig gebruik van het woordje ’er’ in zinnen. In de meeste gevallen kan het woord ’er’ weggelaten worden. Er zijn vijf legitieme redenen om dit woord wel te gebruiken. In andere gevallen dient het woord geschrapt te worden. ’Er’ kan gebruikt worden:

• Als plaatsaanduiding, bijvoorbeeld: ‘’Ik ben in Canada geboren’’/’’Ik ben er geboren’’

• In combinatie met een voorzetsel. Dan wordt ‘’er’’ aan het voorzetsel geschreven en niet los, bijvoorbeeld: ‘’Ik heb op die fiets gezeten’’/’’Ik heb erop gezeten’’. ‘’Ik ben met de koffer weggegaan’’/’’Ik ben ermee weggegaan’’

• In combinatie met een telwoord. ‘’Ik heb drie huizen’’/’’Ik heb er tien’’

• Als onderwerp van een passieve zin. Zoals gezegd wordt in passieve zinnen gebruikgemaakt van het hulpwerkwoord ’zijn’ of ’worden’. ’Er’ wordt gebruikt in passieve zinnen zonder onderwerp, bijvoorbeeld ‘’er is aangebeld’’ of ‘’er zijn tassen uitgedeeld’’

• Als voorlopig onderwerp. Bij dit soort zinnen staat wel een onderwerp in de zin, bijvoorbeeld: ‘’Er staat een koelkast in de keuken’’ (onderwerp = koelkast). ’Er’ staat dan meestal voorop in de zin.

In sommige gevallen is het dus wel nodig om het woord ’er’ te gebruiken, bijvoorbeeld in deze zin: ‘’Op het gebied van mobiliteit zijn er nog veel verbeterpunten’’. Als het woord ’er’ hier weggehaald wordt, klopt de zin niet meer.

Zinnen die beginnen met voegwoorden als ‘en’ of ‘maar’ of ‘want’ of ‘omdat’. Voegwoorden zijn woorden die deelzinnen met elkaar verbinden. Volgens een ongeschreven regel mogen zinnen niet met een voegwoord beginnen. Voegwoorden verbinden gewoonlijk een hoofdzin met een voorafgaande hoofdzin en deze zinnen dienen dan idealiter een samengestelde zin te vormen. Een zin mag wel met een voegwoord beginnen, het is dus geen taalfout, maar het geniet niet de voorkeur. De stijl wordt dan informeel en het past niet bij zakelijke of wetenschappelijke teksten.

Het onnodig gebruikmaken van het woord ‘om’. In een zinsconstructie waarbij er staat ‘’om…te’’ kan het woord ’om’ veelal weggelaten worden.

Een voorbeeld van een dergelijke zin:

‘’Het is voor het management team lastig (om) te controleren.’’

Omdat in wetenschappelijke teksten formeel taalgebruik wordt gehanteerd, kan ’om’ vaak worden weggelaten. Schrap daarom waar nodig het woord ’om’. ’Om’ mag in formele teksten enkel worden gebruikt als er een doel, bestemming of strekking mee wordt aangeduid, namelijk als het kan worden vervangen door het woord ’teneinde’, bijvoorbeeld in de zin ‘’ik ga naar de slager om drie ons vlees te halen’’.

Onnodig gebruik van bijwoorden. Goede teksten hebben vaak een minimaal aantal bijwoorden. Bijwoorden staan ‘lelijk’ in de tekst en zijn veelal onnodig. Een voorbeeldzin:

‘’Veel studenten volgen vaak de lessen, ook omdat ze heel erg leerzaam zijn’’.

In deze zin zitten overbodige bijwoorden, namelijk ’vaak’, ’ook’, ’heel’ en ’erg’. ’Veel’ is een overbodig bijvoeglijk naamwoord.

Een zin zonder al deze overbodige woorden zou er als volgt uit kunnen zien:

‘’Studenten volgen lessen omdat de lessen leerzaam zijn’’.

Het woord ’ook’ wordt vaak onnodig gebruikt, bijvoorbeeld in deze zin: ‘’Maar mensen doen dan ook de meest vreemde dingen’’. Het woord ’ook’ heeft in deze zin geen enkele functie en dient geschrapt te worden. Het komt in scripties vaak voor dat er te veel onnodige woorden worden gebruikt, waardoor de tekst stroef leest en langdradig is. Schrap dan ook woorden als ’wel’, ’weer’, ’ook’, ’toch’ et cetera wanneer de zin dat toelaat. Een voorbeeld van een zin waarin het overbodige woord ‘wel’ is gebruikt: ”Respondent X gaf aan het wel interessant te vinden meer informatie te kunnen zien van de voeding die hij eet en de waardes ervan.’’ Het woord ‘wel’ heeft hier geen functie en kan geschrapt worden.

Het gebruik van het woord ’belangrijk’. Dit woord dient meestal veranderd te worden in ’van belang’, bijvoorbeeld:

‘’Het is belangrijk dat het management rekening houdt met de ontevredenheid op de werkvloer’’. Deze zin kan beter zo geschreven worden: ‘’Het is van belang dat het management rekening houdt met ontevredenheid op de werkvloer’’. Een dergelijke zin staat beter en formeler.

Een taalfout die in scripties vaak wordt gemaakt is het verkeerd gebruik van de woorden ’die’ en ’dat’. Een voorbeeldzin:

‘’Deze sleutel moet overeenkomen met dat van de subscribers’’. In deze zin is het woord ’dat’ gebruikt, terwijl het ’die’ had moeten zijn: ‘’Deze sleutel moet overeenkomen met die van de subscribers’’.

Soms wordt er in meervoud verwezen naar bedrijven. Bijvoorbeeld in de zin: ‘’Het fonds moet dus op zoek naar manieren om hun potentiële klanten zo effectief mogelijk te bereiken, zodat ze donateurs aan zich kunnen binden”.

Er wordt hier overgeschakeld op meervoud, terwijl ’Het fonds’ enkelvoud is. Deze zin dient dus zo te worden geschreven:

‘’Het fonds moet dus op zoek naar manieren om potentiële klanten zo effectief mogelijk te bereiken, zodat het donateurs aan zich kan binden.

Ben je op zoek naar taalprofessionals die ervoor kunnen zorgen dat jouw scriptie, verslag of onderzoeksopzet wél aan het vereiste (taal)niveau voldoet? Scriptium heeft taalprofessionals in dienst met zeer veel ervaring op het gebied van het nakijken van scripties en corrigeren van taalfouten. Jaarlijks roepen duizenden studenten onze hulp aan, tot grote tevredenheid van velen.


Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels
 
 

Scriptie: missie en visie van bedrijf

Gepost door om 15:34 in blog | 0 comments

Een bedrijf dat zichzelf serieus neemt heeft een visie, een missie en strategie. Daarin wordt het bestaansrecht van de onderneming verantwoord. Ze zijn de leidraad bij alles wat het bedrijf onderneemt.

Er heerst nogal wat verwarring over de termen missie, visie en strategie. In dit artikel wordt uitgelegd wat het verschil is tussen deze drie begrippen. Wat is een missie, wat is een visie en wat is de strategie?

Wat is een missie?

In een missie of mission statement wordt het bestaansrecht (‘raison d’être’ of ‘organizational purpose’) van een organisatie beschreven, op basis van de waarden en de identiteit van de organisatie. De vraag die beantwoord moet worden in de missie is: waar staat het bedrijf voor? Een missie dient als basis van de organisatie en krijgt in de loop der jaren vorm. In de missie wordt vaak de visie van de oprichter of founder van de organisatie beschreven, en het is vaak terug te vinden in het ondernemingsplan. De oprichter had een doel of ambitie en wilde de organisatie vestigen op die ambitie. Wanneer een bedrijf groeit, is het de bedoeling dat de missie gedragen wordt door het management en het personeel. Het dient geïncorporeerd te worden in de manier waarop het bedrijf naar buiten toe uitgedragen wordt en in de handelswijze van de medewerkers. Een missie is niet iets dat telkens op basis van nieuwe doelen wordt bijgesteld, het behoort tot de kern van een organisatie en is gericht op de lange termijn.

Een missie kan worden beschouwd als de wortels van een onderneming. Als het bedrijf met tegenslagen te kampen heeft, dan staat het bedrijf door de missie stevig en weet iedereen wat het doel is. De missie heeft uiteindelijk betrekking op de kernactiviteiten. Bijvoorbeeld: wat is de kernactiviteit van bedrijf X? Gloeilampen verkopen.

Enkele vragen die beantwoord worden bij het opstellen van een missie:

• Waar staat de onderneming voor?

• Wat doet de onderneming?

• Wie zijn de klanten?

• In welke behoeften van de klanten wordt voorzien met de aangeboden producten?

• Welke normen en waarden worden nagestreefd of gehanteerd?

• Door welke overtuigingen wordt het bedrijf gemotiveerd?

Wat is een visie?

De onderliggende vraag bij het begrip visie of corporate vision is: waar gaat de organisatie voor? De visie is het verlengstuk van een missie. In een visiestuk wordt neergelegd hoe de missie in de praktijk wordt vormgegeven. Welke bijdrage wil de onderneming leveren in de maatschappij en welke toegevoegde waarde wil het hebben op de markt? Het is van belang dat de organisatie naar buiten toe uitdraagt waar het voor staat en waar het naartoe wil gaan. Aan de hand van een visie onderscheidt een organisatie zich en draagt het zichzelf uit. In tegenstelling tot een missie wordt de visie voor een bepaald periode geschreven. Het wordt bijgesteld wanneer de situatie en ontwikkelingen daar om vragen. Het is belangrijk dat de visie van de teamleiders en het management afgestemd is op de visie van de organisatie als geheel en dat de visie wordt gedragen door alle betrokkenen (stakeholders).

Enkele vragen die voor het opstellen van een visie gesteld kunnen worden:

• Wat wil de onderneming bereiken?

• Wat zijn de kernwaarden van de onderneming?

• Waarom wil het een visie formuleren?

Een organisatie die een duidelijke missie heeft, weet welke richting het op moet gaan en wat het betekent voor het personeelsbeleid en de klant.

Missie en visie zijn nauw met elkaar verbonden. Het zijn twee invalshoeken van waaruit je als bedrijf je statement schrijft. Het een kan niet zonder het ander. De missie is het fundament, de identiteit van de organisatie, en de visie is de manier waarop deze wordt vormgegeven, wordt uitgedragen. Veel organisaties hebben hun visie in een document neergelegd. Dat geldt ook voor organisaties waar studenten stages lopen.

Wat is een strategie?

Nadat de missie en visie zijn geformuleerd en schriftelijk zijn neergelegd, dient bedacht te worden welke strategie wordt ingezet om de visie in de praktijk te brengen. In een actieplan kan op een heldere wijze neergezet worden wat er ondernomen moet worden. In een strategie wordt de visie dus concreet uitgewerkt. Wat moet er gedaan worden en waarom? Welke acties dienen niet ondernomen te worden en waarom niet? In een stappenplan worden de concrete acties beschreven. Daarnaast wordt beschreven wie wat gaat doen (taakverdeling).

Bij een scriptie of onderzoek is het soms de bedoeling om na te gaan of de visie en missie nog wel aansluiten bij de gevolgde koers van een onderneming. Soms dienen ze bijgesteld te worden om ze af te stemmen op de (nieuwe) behoeften van klanten. Bij sommige bedrijven zijn de missie en visie te vaag of onduidelijk geformuleerd. Het is dan de taak van de onderzoeker om een betere of duidelijkere missie en visie voor te stellen. Sommige organisaties hebben helemaal geen visie of missie. In die gevallen zou er een missie en of visie kunnen worden opgesteld.

De missie en visie van de onderneming kunnen in een scriptie op twee manieren geformuleerd worden: in eigen bewoordingen of middels quotes van het bedrijf. Wanneer je quotes gebruikt, dien je er aanhalingstekens bij te zetten en een (interne) bron daarachter. Wanneer je de missie en visie in eigen bewoordingen formuleert, dien je ervoor te waken dat het geen promotiepraatje wordt. Gebruik dan dus geen zinnen als: ”Bedrijf X levert een geweldige kwaliteit” of ”Onderneming X heeft hart voor de klant en is het beste wat de klant zich kan wensen”. Hou het bij een neutrale beschrijving van de missie en visie. Sowieso dien je de scriptie op een afstandelijke, objectieve toon te schrijven. Eén van de punten waarop een scriptie kan worden afgekeurd is wanneer er te veel subjectiviteit in zit.

Meestal worden de missie en visie opgenomen in het hoofdstuk waarin de organisatie wordt beschreven of in de interne analyse.

Hieronder volgt een voorbeeld van een missie van Scriptium

De langstudeerboete, de hoge collegegelden en andere studiekosten, alsmede de krappe arbeidsmarkt, hebben tot gevolg gehad dat studenten minder risico’s kunnen nemen tijdens hun studie en bij het schrijven van hun scriptie. Doordat de begeleiding van scriptiebegeleiders op scholen soms tekortschiet, ziet een deel van de studenten zich genoodzaakt een beroep te doen op buitenschoolse scriptiehulp. Scriptium ondersteunt studenten bij het verbeteren en aanscherpen van hun eindwerk. We helpen studenten hun eigen ideeën zo logisch en presentabel mogelijk bij de beoordelaar in te leveren, zodat ze met meer vertrouwen hun scriptie of eindwerk kunnen verdedigen. Scriptium richt zich voornamelijk op het corrigeren van scripties. Klanten kunnen bij ons echter ook terecht voor het laten verbeteren van stageverslagen, papers, proefschriften, bedrijfsrapporten, sollicitatiebrieven of manuscripten. Scriptium wil de klanten daarbij een zo hoog mogelijke kwaliteit bieden tegen een betaalbare prijs. Kwaliteit staat bij ons hoog in het vaandel en dit communiceren we telkens naar de klant toe.

Voorbeeld visie van Scriptium

Scriptium wil zowel een betaalbare quickservice leveren als een diepgaande en kwalitatief sterke controle op scripties bieden. Het voordeel van Scriptium is dat studenten bij ons terecht kunnen voor zowel een taalkundige correctie als inhoudelijke controle en feedback voor of tijdens het schrijven van de scriptie (is de opzet goed? Zijn de onderzoeksvragen duidelijk, etc.) Onze visie is gebaseerd op de volgende kernpunten:

• Servicegerichte communicatie naar de klant. We willen de studenten adequaat helpen met hun hulpvraag en op een klantvriendelijke en begripvolle wijze mails met vragen over de scriptiecorrectie beantwoorden. We geven de juiste (prijs)informatie en bieden eventuele ‘nazorg’. In de communicatie naar de klant toe laten we zien dat we deskundig zijn zonder de indruk te wekken louter vanuit commerciële belangen te handelen. Het helpen van de student is ons hoofddoel. Studenten dienen de juiste en complete informatie te krijgen over de (lage) prijs en de inhoud van de correcties. We hebben een sterk, helder en uniek concept dat duidelijk naar de klanten wordt gecommuniceerd. We geven persoonlijke aandacht, voorzorg en nazorg en zijn tevens goed per mail en telefonisch bereikbaar.

• Profileren als ‘merk’. De naam van het bedrijf (Scriptium) bestaat uit één woord en is makkelijk te onthouden. De kleur en layout van onze website dienen dezelfde te zijn als die van onze posters, folders en social media uitingen. De kleuren zijn een deel van ons ‘merk’. We profileren ons als een deskundig bedrijf met een uniek concept, dat zorg draagt voor de klant en hem de juiste en volledige informatie geeft.

• Professionaliteit in de correcties. Onze professionaliteit willen we ook waarborgen door goede correctoren in dienst te nemen, die zich aan onze bedrijfsvisie en gedragscode houden. De correctoren hebben een opleiding Nederlands of Engels op bachelor- of universitair niveau. Voordat ze aangenomen worden leggen zij meerdere taaltesten af. Om een hoge kwaliteit te garanderen nemen wij enkel de beste correctoren aan. Wanneer het nodig is zullen zij extra training krijgen. Zij worden zoveel mogelijk ondersteund en voorzien van correcte en bruikbare informatie.

• Professionele en gebruiksvriendelijke site. De site van Scriptium is zowel professioneel als uitnodigend. Het is een overzichtelijke, duidelijke en gebruiksvriendelijke site, waarbij de bezoekers soepel van de ene naar de andere pagina kunnen gaan. De pagina’s staan goed met elkaar in verbinding en de site straalt vertrouwen en uniformiteit uit.

Wil je dat Scriptium jouw missie, visie en strategie, of gehele interne analyse, inhoudelijk kritisch onder de loep neemt? Laat je scriptie of onderzoek dan nakijken door onze professionals.


Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels
 
 

leeswijzer scriptie onderzoek tips

Gepost door om 07:20 in blog | 0 comments

Wat is een leeswijzer? Het woord zegt het al een beetje: een leeswijzer wijst de lezer op de goede weg. Een leeswijzer kan gebruikt worden in een wetenschappelijk boek en een jaarverslag, maar ook in een scriptie. Er zijn enkele redenen om een leeswijzer in je scriptie op te nemen. Door middel van een leeswijzer zorg je ervoor dat iemand die een omvangrijk document niet in zijn geheel wil lezen, snel kan zien welke hoofdstukken voor hem van belang zijn. Een scriptie of ander wetenschappelijk document is vaak droog van stof en lezen neemt tijd in beslag neemt, zo kan de lezer zelf kiezen wat hij wil lezen. Een leeswijzer dient daarnaast ter afsluiting van de inleiding. Tevens is de leeswijzer een vooruitwijzing naar de rest van de scriptie (wat wordt er in de overige delen van de scriptie besproken?). Je geeft dus (kort) aan wat de inhoud is van de verschillende hoofdstukken en wat de lezer kan verwachten. Het biedt extra structuur aan de scriptie en geeft de lezer richting. De leeswijzer is geen verplicht onderdeel van een scriptie, maar het is beter om wel een leeswijzer op te nemen, ten behoeve van een goede opbouw en structuur van de thesis. Het is bij het schrijven van een scriptie namelijk belangrijk dat je als auteur de lezer door de scriptie ‘leidt’, dat hij je goed kan volgen, dat er geen hiaten zijn in de samenhang, dat de scriptie begrijpelijk is en een opbouw heeft die goed te volgen is.

Je geeft in een leeswijzer kort in tekst aan dat bijvoorbeeld in hoofdstuk 1 de begrippen gedefinieerd worden en de modellen uiteengezet, dat in hoofdstuk 2 de methode wordt besproken, in hoofdstuk 3 de resultaten worden besproken, en in hoofdstuk 4 de conclusies en aanbevelingen worden behandeld. Je kunt ook samen met de hoofdstukken aangeven wat de bladzijde is waar ieder hoofdstuk begint (plaatsaanduiding), maar dit is niet per se nodig.

Enkele adviezen bij het opstellen van een leeswijzer:

• De leeswijzer dient kort te zijn. Je hoeft niet diep in te gaan op de subonderdelen van ieder hoofdstuk. Een of twee zinnen per hoofdstuk volstaat.

• Je begint de leeswijzer met het hoofdstuk dat na de inleiding volgt. Als dat het theoretisch kader is, schrijf je bijvoorbeeld: ”In het volgende hoofdstuk wordt het theoretisch kader opgesteld”.

• Schrijf de leeswijzer niet in de ik-vorm, maar in passieve vorm. Dus niet: ”In hoofdstuk drie bespreek ik de methode van het onderzoek”, maar: ”In hoofdstuk 3 wordt de methode van het onderzoek besproken”. Een andere manier is door een onbezield onderwerp met een actief werkwoord te gebruiken, bijvoorbeeld: ”Hoofdstuk 3 bespreekt de methode van het onderzoek”. De voorkeur gaat echter uit naar de passieve vorm, maar je kunt ook beide manieren combineren ter afwisseling van de zinnen.

• De leeswijzer dient compleet te zijn. Dat betekent dat alle hoofdstukken die na de inleiding komen, besproken moeten worden in de leeswijzer. Omgekeerd dient alles wat in de leeswijzer staat, terug te komen in het onderzoek.

• Je hoeft in de leeswijzer niet op te nemen dat er aan het slot van het onderzoek een literatuurlijst volgt. In de leeswijzer wordt ingegaan op de opzet van de hoofdstukken en de literatuurlijst is geen apart hoofdstuk.

• Als titel van de leeswijzer kun je ”Leeswijzer” gebruiken of ”Onderzoeksopzet” of ”Opbouw scriptie/onderzoek”.

• De leeswijzer staat idealiter aan het eind van de inleiding.

Een leeswijzer kan er als volgt uitzien:

”In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de theoretische deelvragen aan de hand van literatuuronderzoek. In hoofdstuk 3 komt de methode aan bod die gebruikt is bij het uitvoeren van dit onderzoek. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten met betrekking tot deelvraag 4 en 5. In hoofdstuk 5 volgt de conclusie, waarin antwoord wordt gegeven op de centrale vraagstelling. Tot slot worden er aanbevelingen gedaan en discussiepunten geformuleerd.”

Een ander voorbeeld van een leeswijzer:

”Dit onderzoek is opgedeeld in een literatuuronderzoek en een praktijkonderzoek. Hoofdstuk 2 bevat het literatuuronderzoek, waarin de belangrijkste begrippen, modellen en theorieën worden besproken. In hoofdstuk 3 wordt het praktijkonderzoek uiteengezet. Het bestaat uit de resultaten van de interviews. Het onderzoek wordt in hoofdstuk 4 afgesloten met de conclusies op de uitkomsten van het onderzoek.”

Wil je dat Scriptium je helpt bij het opstellen van een goede leeswijzer? Laat je leeswijzer dan nakijken en redigeren op taal- en spelfouten, op de zinsconstructies en op de structuur en opbouw.


Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels
 
 

Een betere scriptie schrijven

Gepost door om 14:30 in blog | 0 comments

Het schrijven van een scriptie gaat vaak niet over rozen. Het is geestelijk een inspannende bezigheid waarbij veel denkwerk vereist is en waarin veel tijd en moeite moet worden gestoken. Een (goede) scriptie schrijven is ook een moeilijke taak. Er dienen verbanden te worden getrokken, het geheel moet coherent zijn en genoeg samenhang hebben (helikopterview), er mogen geen taalfouten in staan, de onderzoeksvraag dient aan wetenschappelijke criteria te voldoen en de conclusies dienen aan te sluiten op de onderzoeksvraag. En zo zijn er nog veel meer zaken waar je op moet letten tijdens het schrijven van je eindstuk.

Onderwijsinstellingen en begeleiders richten zich tijdens de lessen vaak op het begrijpen van de stof door de student, en minder op de schrijfvaardigheid, terwijl ook dat van cruciaal belang is bij een scriptie. De vorm is afhankelijk van de inhoud en de inhoud is afhankelijk van de vorm. Bij Scriptium kijken we overigens tijdens het nakijken zowel naar de vorm als de inhoud van een scriptie of verslag.

Wat kun je zelf doen om een betere of goede scriptie te schrijven? Voorkom dat je scriptie wordt afgekeurd door de volgende tips te volgen:

– Ga na hoe anderen hun scriptie hebben geschreven of hun onderzoek hebben uitgevoerd. Het is altijd goed om een voorbeeld voorhanden te hebben van een goede scriptie, zodat je een soort van model hebt voor je eigen scriptie. Op de HBO kennisbank kun je diverse voorbeelden van scripties raadplegen. Je kunt er zowel bachelorthesissen vinden als masterscripties. Ook kun je de sites van universiteiten raadplegen. Het beste is om vooral scriptievoorbeelden uit je eigen vakgebied te bekijken. Sommige scripties hebben prijzen gewonnen, en dat zijn logischerwijs de beste voorbeelden.

– Wees realistisch. Stel je verwachtingen bij als blijkt dat bepaalde zaken niet verlopen zoals je had gewenst. Probeer ook niet het kampioenschap creativiteit in de wacht te slepen of te denken dat je onderzoekers kunt overtreffen met briljante vondsten. Werk liever volgens een vast schema en kijk goed hoe andere wetenschappers zaken aanpakken. Pas ook indien nodig je tijdsschema aan. Durf een andere invalshoek te nemen, je onderwerp af te bakenen of lievelingspassages te schrappen als blijkt dat het schrijven van je scriptie te veel tijd in beslag neemt. Een scriptie schrijven in een maand tijd is waarschijnlijk niet realistisch, maar in principe zou je ook niet langer dan zes maanden over je scriptie hoeven doen als je binnen het toegestane aantal woorden blijft.

– Gebruik een bestaande scriptiestructuur. Een vastomlijnd kader is richtinggevend en zorgt ervoor dat je binnen een vaste structuur en opbouw kunt werken. Scriptium heeft voor jou al een gangbare structuur uiteengezet. Deze structuur kun je gebruiken als toetssteen van je eigen thesis. Ook kun je aan de hand daarvan de onderdelen van je scriptie ‘invullen’. Begin altijd met een goede, wetenschappelijk gefundeerde onderzoeksvraag. Op basis van deze hoofdvraag bouw je je scriptie op en vergaar je informatie.

– Verzamel zoveel mogelijk tips en informatie voor het schrijven van een goede scriptie. Hoe meer kennis je hebt over je onderwerp en de manier waarop je een goed onderzoek opzet, hoe beter je kunt schrijven. Op deze site van Scriptium kun je informatie vinden over ieder onderdeel van je scriptie. Op de blog van Scriptium staan tientallen informatieve artikelen over bijvoorbeeld de samenvatting, theorie of conclusies van je scriptie, maar ook informatie over wat je moet doen als je scriptie is afgekeurd en waarom het niet verstandig is om je scriptie door een ander te laten schrijven.

– Deel je ervaringen en lees hoe andere studenten het schrijf- en onderzoeksproces hebben doorlopen. Door te lezen hoe anderen met belemmeringen en beperkingen zijn omgegaan, kun je kennis en inspiratie opdoen en gemotiveerd raken. Discussieer met je medestudenten in discussiegroepen op school of online, bijvoorbeeld op Facebook. Wissel kennis en informatie met elkaar uit, deel opinies en inzichten met elkaar. Hoewel een scriptie een individuele proeve van bekwaamheid is, kan samenwerking en kennisuitwisseling helpen het niveau van de thesis te verhogen.

– Het is belangrijk om gemotiveerd te zijn en te blijven in de voorbereiding en tijdens het schrijven van je scriptie. Zonder voldoende motivatie kunnen er geen prestaties geboekt worden. Ga om met gedreven mensen die je inspiratie kunnen geven, probeer geestelijk werk af te wisselen met lichamelijke beweging, beloon jezelf wanneer je een paragraaf of hoofdstuk hebt afgeschreven, stel jezelf korte- en langetermijndoelen, zoek rustige (stille) ruimten om te werken, en denk vooral aan wat je zult behalen als je je scriptie afrondt: een einddiploma. Dat diploma zal je niet alleen van pas komen op de arbeidsmarkt, het behalen van je scriptie en met succes afronden van je studie is ook iets dat je identiteit opbouwt en jou als persoon verrijkt.

– Vraag zoveel mogelijk scriptiehulp van medestudenten, familieleden en natuurlijk van je begeleider. Door hulp te vragen voorkom je dat je telkens dezelfde fouten maakt. Als vrienden of familieleden je niet kunnen helpen en als je scriptiebegeleider te vaag of te algemeen is in zijn feedback, kun je altijd een beroep doen op de scriptiehulp van Scriptium.


Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels
 
 

Passieve zinnen in je scriptie

Gepost door om 01:20 in blog | 0 comments

De passieve zinsvorm gebruik je vaak wanneer je de handelende persoon in je scriptie niet wilt noemen (omdat deze bijvoorbeeld niet bekend is), of om de handeling centraal te stellen in plaats van de persoon. Omdat het vaak niet is toegestaan om een scriptie in de ik-vorm of wij-vorm te schrijven, kan de passieve zinsvorm een uitkomst zijn. Enkele voorbeelden van een passieve zin:

    • In het theoretisch kader worden de belangrijkste begrippen van het onderzoek behandeld

    • De piramide van Maslow werd door enkele auteurs bekritiseerd

Zouden de zinnen in actieve vorm gezet worden, dan zouden ze er zo uit kunnen zien:

    • In het theoretisch kader behandel ik de belangrijkste begrippen van het onderzoek

    • Enkele auteurs bekritiseerden de piramide van Maslow

Je ziet dat bij de eerste zin, om de ik-vorm te vermijden, het gebruik van de passieve zin haast onvermijdelijk is.

Passieve zinnen worden gekenmerkt door het gebruik van de hulpwerkwoorden worden (onvoltooide tijd) en zijn (voltooide tijd). In een actieve zin voert het onderwerp de handeling uit, en in een passieve zin ondergaat het onderwerp de handeling. Zie onderstaande voorbeelden:

    • Esther schrijft die scriptie

    • De scriptie wordt door Esther geschreven

Over het algemeen is de actieve vorm te verkiezen in tekst, echter vanwege de objectieve, wetenschappelijke toon die in een scriptie of thesis vaak moet worden aangehouden, kan de passieve of lijdende vorm in sommige passages of bij sommige zinnen de voorkeur krijgen. Het gebruik van de lijdende vorm is in die zin dus functioneel. Bij sommige zinnen is de passieve vorm echter misplaatst en wordt het lezen hierdoor onnodig bemoeilijkt. Een voorbeeld van een dergelijke zin:

    •Eén van de dingen die het projectteam met betrekking tot het product kan uitvoeren is het organiseren van evenementen.

Deze zin kan simpeler, compacter en in een actievere vorm worden gegoten:

    • Het projectteam kan met betrekking tot het product evenementen organiseren.

De bovenstaande zin staat in bedrijvende (actieve) vorm geschreven. Je ziet dat in deze zin het hulpwerkwoord ‘zijn’ achterwege is gelaten. Het veranderen van een zin van een passieve naar een actieve vorm verandert niet de betekenis van de zin.

Het hangt van de zin af of het gebruik van de lijdende vorm gepast is. Als er te veel en te vaak onnodig gebruik wordt gemaakt van passieve zinnen in scripties, wordt het lezen van de scriptie soms bemoeilijkt. Anderzijds is het zo dat een scriptie het liefst in een onpersoonlijke, droge, wetenschappelijke stijl geschreven moet worden, zonder ik-vorm, en daar zijn passieve zinnen soms erg geschikt voor. Er dient dus per zin te worden bekeken of deze geschikt is voor een passieve vorm.

De passieve vorm kan ook gebruikt worden om zinnen beter op elkaar aan te laten sluiten, bijvoorbeeld bij deze zin:

    • Hij was bang om dat huis te bewonen. Het was gebouwd door een slechte architect.

Deze zin had op deze manier geschreven kunnen worden:

    • Hij was bang om dat huis te bewonen. Een slechte architect had het huis gebouwd.

In bovenstaande zin staat het onderwerp in beide zinnen vooraan, waardoor de zinnen niet goed op elkaar aansluiten. Daarom is hier de passieve vorm te verkiezen boven deze actieve vorm.

Ondanks de genoemde voordelen van de passieve vorm, dien je er altijd voor te waken dat je de passieve zinsvorm niet te vaak gebruikt. Dat laatste kan ertoe leiden dat je scriptie wordt afgekeurd. Passieve zinnen halen namelijk het tempo uit je tekst en een verkeerde toepassing ervan getuigt niet van een groot taalgevoel. Een goede schrijver weet wanneer hij de passieve vorm kan gebruiken en wanneer hij de actieve (bedrijvende) vorm moet gebruiken. Meer over de passieve vorm vind je hier.

Heb je commentaar gekregen dat je scriptie te veel passieve zinnen bevat of ondervind je andere problemen met je thesis? Scriptium kan je helpen je zinnen leesbaarder te maken. We corrigeren de spelling, taal en zinsstructuur van je tekst. Desgewenst controleren we je scriptie zelfs op inhoud. Daarmee bieden we een exclusieve scriptieservice. Een sterke scriptie is niet alleen het sluitstuk van je studie, het is ook een vereist visitekaartje op de arbeidsmarkt. Ga voor een topscriptie en laat je scriptie daarom nakijken door de professionele correctoren van Scriptium.

Scriptie meteen nakijken

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

 

Indeling onderdelen scriptie

Gepost door om 23:40 in blog | 0 comments

Voor of tijdens het schrijven van je scriptie zul je je vast afgevraagd hebben welke onderdelen je in je scriptie moet opnemen om een compleet en volwaardig onderzoek op te zetten. Om je de juiste richting op te wijzen heeft Scriptium de onderdelen van een thesis voor je op een rij gezet, alsmede een korte beschrijving per onderdeel.

• Voorwoord (optioneel)

In het voorwoord beschrijf je vanuit ik-perspectief hoe je het schrijven van je scriptie hebt ervaren en bedank je de mensen die je bij je onderzoek hebben geholpen. Het is niet verplicht om een voorwoord in een scriptie op te nemen. Als je besluit een voorwoord te schrijven, dan kun je de volgende onderdelen opnemen:

• Beschrijving van jezelf, opleiding en onderwijsinstelling

• De reden dat je deze scriptie over dit onderwerp bent gaan schrijven

• Hoe je het schrijf- en onderzoeksproces hebt beleefd

• Een dankwoord waarin je, meestal in volgorde van belangrijkheid, de mensen bedankt die je bij je onderzoek hebben geholpen.

• Een afsluiting van het voorwoord met je naam, de datum en woonplaats

Het is niet de bedoeling om in je voorwoord in te gaan op onderzoekstechnische zaken als probleemstelling of methode. Een voorwoord is kort (de lengte is meestal niet meer dan één pagina), luchtig en is een persoonlijke tekst.

• Samenvatting

Het is niet verplicht om een samenvatting in je onderzoek op te nemen. Neem je wel een samenvatting in je scriptie op, dan moet je ervoor zorgen dat de samenvatting min of meer de indeling van je onderzoek volgt. De samenvatting van je scriptie is ongeveer één pagina lang (maximaal 1.5 pagina’s, afhankelijk van de lengte van je onderzoek). In de samenvatting worden in ieder geval de context, probleemstelling, methode van onderzoek, resultaten en conclusies en eventueel aanbevelingen beschreven. Op elk onderdeel dient kort te worden ingegaan.

• Inleiding

De inleiding is een verplicht onderdeel van een scriptie. Het dient ter introductie van het onderwerp en biedt tevens een vooruitblik op de rest van je onderzoek. De inleiding bestaat uit de volgende onderdelen: het onderwerp en de context van het onderwerp, de aanleiding, doelstelling, probleemstelling, hoofdvraag en eventuele deelvragen. De inleiding wordt meestal afgesloten met een leeswijzer, waarin staat beschreven hoe de scriptie is opgebouwd. De leeswijzer begint met het hoofdstuk dat na de inleiding volgt. Meestal is dat het theoretisch kader. Een uitgebreidere beschrijving van het onderdeel inleiding kun je vinden op onze pagina over de structuur van een scriptie.

• Theoretisch kader

In het theoretisch kader definieer je de belangrijkste begrippen van je onderzoek, en beschrijf je de modellen en theorieën die je in je onderzoek hanteert. Meestal wordt het theoretisch hoofdstuk ingeleid met een korte introductietekst waarin je aangeeft welke zaken je zult bespreken in je theorie. Dit verstevigt de structuur en opbouw van je scriptie. Je theoriehoofdstuk wordt sterker als je de gebruikte theorieën en modellen weet te koppelen aan je eigen onderzoek, dat wil zeggen dat ze ten eerste aansluiten op je onderzoeksvraag en ten tweede dat je de modellen, indien nodig, invult aan de hand van je eigen onderzochte case of bedrijf. Als je bijvoorbeeld een DESTEP-analyse of marketingmix opneemt, kun je deze modellen invullen (toepassen) voor je eigen case.

• Methodologie

In het hoofdstuk methode beschrijf je hoe je je onderzoek hebt uitgevoerd, met andere woorden welke onderzoeksmethoden je hebt gebruik om tot de resultaten te komen. In dit hoofdstuk dient in ieder geval besproken te worden of het een kwalitatief of kwantitatief onderzoek is geweest, welke instrumenten je hebt gebruikt (enquêtes, interviews, observaties, etc.) om de resultaten te verzamelen, hoeveel respondenten of geïnterviewden je hebt geraadpleegd, en bij welke organisaties. Andere zaken die aan bod kunnen komen zijn de duur van de interviews of enquêtes en de manier waarop je de respondenten en geïnterviewden hebt benaderd (op straat, telefonisch of binnen je stagebedrijf). Zorg voor een goede indeling van je methodehoofdstuk. Meestal bespreek je aan het slot de representativiteit, validiteit en betrouwbaarheid, en hoe je die hebt gewaarborgd.

• Resultaten

In het resultatengedeelte beschrijf je de resultaten van je onderzoek. Als het enkel een literatuuronderzoek is kun je beschrijven hoe je de gebruikte modellen en of theorieën hebt gebruikt en pas je ze toe op jouw case of onderwerp. Als je enquêtes hebt afgenomen bij een kwantitatief onderzoek geef je daarvan de resultaten weer, eventueel aan de hand van grafieken en diagrammen. Heb je interviews gehouden, dan beschrijf je wat de algemene resultaten daarvan waren, eventueel gepaard met quotes of uitspraken van de geïnterviewden om je onderzoeksresultaten te onderbouwen.

• Conclusies en aanbevelingen

De conclusie is het slotstuk van je scriptie of thesis. Hierin trek je op basis van de resultaten van je onderzoek een eindoordeel. Uiteindelijk draait het erom verbanden te trekken tussen je resultaten en de onderzoeksvraag. Wat zeggen de resultaten nu werkelijk over je probleemstelling? In dit hoofdstuk wordt ook de hoofdvraag beantwoord. Soms worden hier ook de deelvragen beantwoord en pas daarna de hoofdvraag. Aan het slot van de conclusies kan een onderdeel aanbevelingen worden opgenomen, afhankelijk van de aard van je onderzoeksvraag, waarin je concreet advies geeft over hoe het door jou onderzochte en gestelde probleem kan worden opgelost. Eventueel kun je ook de beperkingen van je onderzoek bespreken. Doorgaans is de indeling als volgt: 1. Conclusie 2. Aanbevelingen 3. Discussie

• Nawoord

In een nawoord staat een korte de terugblik op je ervaringen met het onderzoek. In dit afsluitende deel van je onderzoek dient er niets meer over de inhoudelijke kant van het onderzoek geschreven te worden. De bespreking van de limitaties c.q. beperkingen van het onderzoek neem je op in het discussiegedeelte en niet in het nawoord. Je bespreekt in het nawoord zaken als: hoe heb ik het onderzoek ervaren? Wat zou ik de volgende keer anders doen? Wat heb ik ervan geleerd? Hoe zie ik mijn toekomst nu ik deze kennis heb opgedaan? Het nawoord is net als het voorwoord in de ik-vorm geschreven en is dus een persoonlijke tekst.

• Literatuurlijst

In de literatuurlijst of bronnenlijst neem je alle bronnen op die je hebt gebruikt in je onderzoek, in alfabetische volgorde. In de meeste onderzoeken wordt de APA-stijl van bronverwijzing gebruikt.

• Bijlagen

In de bijlagen wordt informatie met de lezer gedeeld die je niet kwijt kunt in het onderzoek zelf. Daarnaast dienen de bijlagen als toelichting op bepaalde onderdelen van je scriptie en kunnen ze als bewijsmateriaal dienen voor je praktijkonderzoek, bijvoorbeeld wanneer je interviews hebt gehouden of enquêtes hebt afgenomen. Je kunt dan de vragenlijst of uitwerkingen van de interviews als bijlage opnemen. Zorg ervoor dat je de bijlagen nummert en dat je in je onderzoek zelf naar de genummerde bijlagen verwijst.

Wens je een uitgebreidere beschrijving van de indeling en structuur van je scriptie te lezen? Neem een kijkje bij de tips over de structuur van een scriptie. Heb je problemen met de indeling en juiste opbouw van de onderdelen van je scriptie? Scriptium is een professionele en unieke nakijkservice voor scripties en verslagen, waarbij je zowel de taal, structuur als de inhoud kunt laten nakijken en redigeren. Stuur ons vandaag nog je scriptie op, en je krijgt het binnen 48 uur terug. Je kunt wanneer je maar wilt direct je scriptie, thesis, masterproef, bachelorproef, verslag of onderzoeksopzet uploaden.


Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels
 
 

Scriptie en studie afronden

Gepost door om 20:41 in blog | 0 comments

Het eindpunt is in zicht: je hebt je scriptie bijna af. De laatste loodjes wegen vaak het zwaarst, vandaar dat we je enkele tips geven die het afronden van je scriptie (en mogelijk ook je studie) zullen vergemakkelijken.

• Zorg voor een passende slotzin van je scriptie. Dat kan een zin zijn die je scriptie samenvat, een zin die aansluit op je conclusie of aanbevelingen, of eentje die betrekking heeft op de vooruitblik op vervolgonderzoek (mits je dat hebt opgenomen in je conclusie).

• Neem aan het slot je scriptie nog een paar keer door. Met het overkijken van je thesis kom je vaak nog problemen tegen of verkeerd taalgebruik die je eerder nog niet had opgemerkt.

•Ga nog eens na of je scriptie alle verplichte onderdelen bevat: inleiding, theorie, methode, resultaten en conclusies, en of er voldoende samenhang is tussen de delen. Als het schort aan samenhang en structuur kunnen deze tips je helpen.

• Controleer bij het afronden van je scriptie de layout: zijn de pagina’s genummerd? Zijn de afbeeldingen duidelijk en goed leesbaar? Heeft de scriptie een uniforme layout (zijn de opsommingen bijvoorbeeld op dezelfde manier geschreven)? Staan er niet onnodige witruimtes tussen de tekstblokken (dit staat slordig)? Heb je overal dezelfde letterkleur gebruikt en heb je niet te veel verschillende letterkleuren gebruikt?

• Leg je scriptie opzij, en zorg ervoor dat je er een tijd niet mee bezig bent, bijvoorbeeld een week of meer. Als je te veel en te lang achter elkaar schrijft loop je het gevaar dat je je eigen fouten niet meer ziet.

• Laat je scriptie door iemand anders nakijken, bijvoorbeeld door een familielid of studiegenoot. Echter, omdat het nakijken van scripties een apart vakgebied is, is het beter daarvoor de hulp in te roepen van specialisten. Onderwijsinstellingen hanteren tegenwoordig zeer strenge criteria ten aanzien van de taal. Bij sommige opleidingen mag je hooguit één taalfout per pagina maken. De correctoren van Scriptium zijn gespecialiseerd in het nakijken en redigeren van de taal én inhoud van een scriptie. Je kunt op ieder moment van de dag en op elke dag van de week je scriptie ter controle bij ons uploaden.

Nadat je deze voorzorgsmaatregelen bij het afronden hebt genomen, ben je klaar met het scriptieproces. Je scriptie is eindelijk af en kan ingeleverd worden. Hopelijk is daarmee ook je studie succesvol afgerond.


Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels
 

Scriptie afgekeurd – wat kan Scriptium doen?

Gepost door om 15:29 in blog | 0 comments

Als je scriptie is afgekeurd komt dat vaak aan als een mokerslag. Het harde werken is niet beloond met een goed cijfer en lijkt voor niets te zijn geweest. Het voelt soms onrechtvaardig aan als je een onvoldoende voor je scriptie hebt gekregen, en er komen veel emoties bij kijken als je hoort dat je scriptie is afgekeurd: ongeloof, ontkenning, woede, stress of angst. Dat zijn normale emoties. Niemand vindt het leuk om ergens op afgewezen te worden, en zeker niet wanneer dit een scriptie betreft, waarin wellicht veel tijd en moeite is gestopt. Bovendien is het je sluitstuk van je studie en de poort naar de arbeidsmarkt. Toch is het verstandig om, wanneer je je scriptie niet gehaald hebt, het slechte nieuws even te laten bezinken. Tijd is vaak een helende factor. Na verloop van tijd zullen de meest heftige emoties zakken en kun je wat helderder denken en rationele beslissingen nemen over hoe om te gaan met je afgekeurde scriptie.

Ga bij jezelf te rade of je je scriptie niet te veel op eigen houtje hebt geschreven en of je wel voldoende externe hulp bij je scriptie hebt aangeroepen. Bij gebrek aan feedback loop je de kans dat er repeterende fouten in de scriptie sluipen die je over het hoofd ziet.

Besef dat je niet de enige persoon bent wiens scriptie is afgekeurd of die een onvoldoende heeft gekregen. Vele studenten hebben hetzelfde bericht moeten aanhoren. Meestal is er een goede reden dat de scriptie is afgekeurd. Iedereen heeft te maken met een blinde vlek als het gaat om eigen geschreven werk, waardoor eigen fouten vaak niet worden gezien. Daarom kan het nuttig zijn om je scriptie door iemand met een frisse blik te laten controleren. Hij of zij kan je van advies voorzien en je op zaken wijzen waar je eerder niet aan gedacht hebt. De persoon wiens hulp je inroept dient natuurlijk wel een zeker taalniveau te hebben en het liefst ook kennis te hebben van wetenschappelijke teksten.

De eerste persoon die je van hulp kan zijn is je scriptiebegeleider. Vaak is het echter zo dat de feedback van begeleiders op een afgewezen scriptie niet duidelijk is of niet concreet genoeg. Soms staan er slechts enkele zinnetjes in tekstballonnen in het document, waar je eigenlijk weinig mee kunt. Soms wordt er zelfs helemaal geen feedback of commentaar gegeven. In andere gevallen hebben begeleiders te weinig tijd om voldoende scriptiehulp en feedback te geven, of ze zijn op vakantie. Probeer dan alsnog een afspraak te maken met de begeleider of stel vragen via mail.

Het is verleidelijk om in het verweer te gaan en in discussie te treden met je begeleider. Natuurlijk kun je je eigen perspectief op zaken naar voren brengen, maar uiteindelijk gaat het erom de reden dat je scriptie niet is goedgekeurd te achterhalen. Het is aan te raden kalm te blijven en goed naar de opmerkingen van je begeleider te luisteren.

Ga met je begeleider na waar precies de problemen in je scriptie liggen en wat de redenen zijn dat je scriptie is afgekeurd. Ligt het probleem aan de onderzoeksvragen? Sluit je theoretisch kader niet voldoende aan op de hoofdvraag? Ontbreken er belangrijke stukken in je thesis? Bevat je scriptie te weinig samenhang en structuur? Is je taalgebruik niet voldoende? Door rustig met je begeleider te bespreken wat er mis is, en waarom je je scriptie niet gehaald hebt, krijg je een beter beeld.

Is je begeleider te vaag over de reden dat je scriptie is afgekeurd of geeft hij of zij niet voldoende aan waar de knelpunten zitten? Bekijk onze top-100 lijst van meest voorkomende scriptiefouten om zelf na te gaan waar de mogelijke fouten zitten en waarom je een onvoldoende hebt gekregen voor je thesis.

Geef de moed niet op. Uiteindelijk leer je ervan, al is het maar dat je bereid bent om door te zetten op de moeilijke momenten. Het zou zonde zijn om door een afgekeurde scriptie je studie stop te zetten, en het is nu eenmaal zo dat niet alles in het leven op een presenteerblaadje wordt aangereikt. Soms word je op de proef gesteld, en zo is dat ook bij een scriptie die is afgekeurd. Als je doorzet, zou je je scriptie bij het herkansen wél kunnen halen. Daarnaast is het vaak zo dat dat begeleiders en beoordelaars coulanter zijn bij een herkansing, wanneer ze zien dat je moeite hebt gestopt in het schrijven en herschrijven van je scriptie en het toepassen van de feedback.

Kom je er na lang wikken en wegen nog niet uit en heb je (snel) scriptiehulp nodig? Scriptium staat 24 uur per dag en 7 dagen per week paraat om je met de best mogelijke inhoudelijke en taalkundige hulp bij te staan. Wij bieden daarmee de meest complete scriptieservice van Nederland en Vlaanderen. Daarnaast houden we er schappelijke prijzen op na. Onze professionele correctoren kijken je scriptie schriftelijk na, zodat een afgekeurde scriptie uiteindelijk een leesbare scriptie wordt en de kans dat je weer een onvoldoende voor je scriptie krijgt, drastisch wordt verlaagd. Honderden studenten wier thesis werd afgekeurd zijn je al voorgegaan, vaak tot hun volle tevredenheid, zoals je kunt zien bij de reviews op onze site. Wanneer je scriptie is afgekeurd kunnen wij het volgende voor je doen:

• Verbeteren van de structuur en opbouw van je scriptie of thesis

• Aanscherpen van je onderzoeksvraag

• Zorgen dat je argumentatie in je scriptie logisch en helder is

• Redigeren van zinsstructuren en verbetering van spel-, stijl- en taalfouten

• Concrete inhoudelijke feedback over je inleiding, theorie, methode, resultaten en conclusies

• Je bronnenlijst op orde stellen

Op deze site van Scriptium kun je voorbeelden zien van scripties die we hebben nagekeken. Mocht je vragen hebben, dan kun je ons altijd contacteren, waarna we spoedig zullen antwoorden.

Scriptie meteen nakijken

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

 

Je scriptie laten schrijven

Gepost door om 22:51 in blog | 0 comments

Een veelgehoorde grief tegen het schrijven van een scriptie is dat het tijd kost. Een onderzoek uitvoeren is een taaie bezigheid en sneller schrijven is daarom een wens van de meeste studenten. Sommige studenten kiezen ervoor om hun scriptie door iemand anders te laten schrijven en gaan op zoek naar een zogeheten ghostwriter voor hun thesis. Daar kunnen allerlei redenen aan ten grondslag liggen, zoals wanhoop, tijdgebrek of opzien tegen het vele werk. Je kunt tegenwoordig bijna alles kopen, dus ook een thesis. Je scriptie door een ander laten schrijven is echter meestal geen goed idee. Ten eerste dien je voor een scriptie vaak een flink bedrag neer te tellen. Gemiddeld kost het laten schrijven van je gehele thesis of scriptie tussen de 1200 en 1500 euro, en het tarief kan oplopen tot wel 5000 of 10.000 euro. Daarnaast ben je er niet zeker van dat de resultaten goed zullen zijn als je je onderzoek door een ghostwriter laat uitvoeren. De kans bestaat dat je een slecht geschreven scriptie terugkrijgt en dat je scriptie alsnog wordt afgekeurd. Het belangrijkste tegenargument is echter dat het uitbesteden van je eindwerk als fraude wordt aangemerkt. Als je onderwijsinstelling je erop betrapt, is heel je studie voor niets geweest, want hogescholen en universiteiten kennen zware straffen voor scriptiefraude. Bovendien is het tegen betaling laten schrijven c.q. laten maken van je scriptie ook wettelijk gezien strafbaar. Er zijn dus allerlei goede redenen om je scriptie of verslag niet door een ghostwriter te laten schrijven.

Een ander je scriptie laten schrijven is verboden. Het is daarentegen wel toegestaan om je scriptie door iemand na te laten kijken. Bij Scriptium bieden we je de mogelijkheid om je thesis zowel op taal als op inhoud te laten controleren en redigeren. Daarmee leveren we een unieke, complete scriptieservice van zeer hoge kwaliteit. Je kunt bij ons delen van je scriptie laten nakijken, zodat je goed op weg wordt geholpen, of je kunt je hele scriptie als het afgerond is grondig door ons laten corrigeren. Onze professionele correctoren hebben al duizenden studenten geholpen en over de streep getrokken. Een correctie bij Scriptium verhoogt het niveau van je verslag of scriptie met ongeveer 200 à 300%. Gemiddeld halen we 1500 fouten uit een thesis, tot tevredenheid van vele studenten.

Wat als je aan het begin van het onderzoeksproces staat? Hoe schrijf je een tekst in minder tijd? Hoe kun je beter en sneller schrijven in plaats van je scriptie onrechtmatig te kopen? Om je alvast door het schrijfproces te loodsen en je ertoe aan te zetten je onderzoek zelf uit te voeren in plaats van het door iemand anders te laten schrijven, volgen hieronder 16 bruikbare tips.

Zoek een onderwerp om over te schrijven waarover je al veel kennis hebt of waarover je al eerder onderzoek hebt verricht. Op die manier kun je met kennis van zaken over dit onderwerp schrijven en hoef je jezelf minder vragen te stellen over het hoe en waarom van zaken. Aan de hand van de kennis die je al over het onderwerp hebt opgedaan, kun je ook beter je onderwerp afbakenen en weten welke richting je met je scriptie op moet gaan.

Je kunt beter schrijven wat je moet schrijven als je van tevoren weet wat je doel is. Als je weet waar je naartoe moet werken kun je de informatie vergaren of opstellen die nodig is om dat doel te bereiken. Stel daarom eerst een goede wetenschappelijke hoofdvraag op. Op basis van die vraag kun je dan enkele deelvragen formuleren die daaruit voortvloeien. Vervolgens ga je informatie verzamelen waarmee je antwoord geeft op die vragen.

Het is beter je onderzoeksvraag c.q. hoofdvraag eerst goed te laten keuren door je begeleider. Op die manier steunt je thesis op een sterke basis. Een goede hoofdvraag is het fundament van je scriptie en wijst je de juiste richting uit. Daarmee verklein je ook de kans dat je scriptie wordt afgekeurd. Let erop dat je je houdt aan de wetenschappelijke criteria voor een goede onderzoeksvraag.

Vergaar voldoende informatie voordat je gaat schrijven. Het is logisch dat je in het begin nog niet voldoende inspiratie hebt om te schrijven, omdat je nog niet genoeg over het onderwerp weet. Hoe meer informatie je doorleest, hoe meer je over het onderwerp te weten komt en hoe makkelijker je er dus over kunt schrijven. Bovendien ga je tijdens het inlezen je eigen ideeën vormen, verbanden trekken en krijg je een helderder beeld van wat je moet onderzoeken.

Een goede scriptie schrijven in slechts twee weken is doorgaans een illusie, echter kun je je scriptie beter en sneller schrijven wanneer je een goede structuur aanbrengt in gedeelten van de tekst en in de gehele scriptie. Een goede structuur zorgt ervoor dat je tijd bespaart. Op die manier hoef je niet telkens allerlei stukken te verplaatsen tijdens het schrijven. Met een goede structuur wordt schrijven een kwestie van invullen in plaats van vooraf bedenken. Je kunt zelf een goede structuur bedenken, maar het werkt sneller als je een bestaande structuur gebruikt. Scriptium heeft de gehele scriptiestructuur al voor je uiteengezet.

Je kunt sneller schrijven door niet te stoppen en je niet te laten afleiden tijdens het schrijven van je scriptie. Door je gedachten de vrije loop te laten over het onderwerp en ongeremd te schrijven kun je heel veel waardevolle zaken op papier krijgen. Later kun je de zinnen bijschaven, eventueel met de hulp van een ander. Zorg dat je niet afgeleid wordt. Zoek een stille ruimte op, zoals een bibliotheek, of werk in alle rust op je kamer. Neem tussendoor pauzes, maar werk aan één stuk door. Je zult merken dat je dan op allerlei zaken komt waaraan je eerder niet hebt gedacht.

Je kunt beter schrijven wat je moet schrijven als je van tevoren weet wat je doel is. Als je weet waar je naartoe moet werken kun je de informatie vergaren of opstellen die nodig is om dat doel te bereiken. Stel daarom eerst een goede wetenschappelijke hoofdvraag op. Op basis van die vraag kun je dan enkele deelvragen formuleren die daaruit voortvloeien. Vervolgens ga je informatie verzamelen waarmee je antwoord geeft op die vragen.

Gebruik software die jou je scriptie sneller kan laten schrijven. Het is vervelend om steeds dezelfde teksten te moeten knippen en plakken. Er zijn verschillende kleine applicaties waarmee je snel en simpel stukken tekst kunt automatiseren, bijvoorbeeld Autohotkey en Textexpander 

Hou het simpel, zonder in spreektaal te vervallen. Gek genoeg maakt spreektaal een scriptie vaak moeilijker te begrijpen. Gebruik daarentegen geen al te lange zinnen, een combinatie van korte en middellange zinnen is meestal goed. Probeer ook niet je eigen of persoonlijke visie erin te verwerken, maar hou afstand en hou de tekst van je thesis objectief. Als je moeite hebt om een scriptie in formele, wetenschappelijke taal te schrijven, kun je de hulp van Scriptium inroepen. We zorgen ervoor dat je een leesbare scriptie zonder taalfouten terugkrijgt.

Verplaats jezelf tijdens het schrijven in de lezer. Welke informatie zou je de lezer moeten bieden, wil hij de tekst volledig kunnen begrijpen? Om je hierbij te helpen heeft Scriptium enkele tips op een rij gezet die je helpen rekening te houden met de lezer van je scriptie.

Zorg voor een goede planning. Natuurlijk is het zo dat er allerlei zaken gedurende het schrijven van je scriptie kunnen gebeuren, waardoor je je niet altijd strikt aan je planning kunt houden, maar werken volgens een schema geeft je houvast bij het schrijven van je onderzoek. Verplicht jezelf om een half uur of een uur per dag te schrijven. Om jezelf te motiveren kun je jezelf na het schrijven belonen, bijvoorbeeld met een film kijken, uit eten gaan of kleding kopen.

Probeer een bestaande tekst in je eigen woorden te schrijven. Het veranderen van een enkel woordje zal niet genoeg zijn om niet van plagiaat beticht te worden, maar je kunt de woordvolgorde veranderen en synoniemen gebruiken voor bepaalde woorden. Op die manier werk je op basis van een bestaande tekst, maar schaaf je de tekst telkens bij en voeg je zaken toe, zodat het je eigen tekst wordt.

Geef niet op. Besef dat iedereen die een scriptie schrijft of heeft geschreven een lastig proces doorloopt en te maken heeft met twijfels en vragen. Roep daarom zoveel mogelijk hulp in als je vastloopt. De correctoren van Scriptium zijn gespecialiseerd in het taalkundig en inhoudelijk nakijken van een scriptie of thesis. Zij wijzen je ook op de inhoudelijke knelpunten en fouten in de opbouw van je scriptie.

Schrijf veel. Een bekend gezegde luidt oefening baart kunst, en dat geldt ook voor het schrijven van een scriptie of thesis. Veel schrijven verbetert niet alleen je schrijfvaardigheid, het zorgt er ook voor dat je veel materiaal hebt dat je daarna kunt bijschaven of inkorten.

Leg je scriptie of verslag even weg als het je te veel wordt. Als je het een paar dagen later weer oppakt kun je er met een frisse blik naar kijken en zul je vaak sneller de knelpunten ontdekken.

Zoek onbekende woorden op in het woordenboek. Sommige scriptiefouten komen veelvuldig terug, bijvoorbeeld het gebruik van het woord ‘welke’ in plaats van ‘die’. Je kunt ook hele zinnen of groepen van woorden in Google typen om te zien welke resultaten eruit komen, zodat je weet of een bepaalde schrijfwijze gangbaar is of niet.

Ten slotte kun je zoals gezegd altijd besluiten je scriptie of stukken tekst door iemand anders te laten overkijken of nakijken. Het nakijken van een scriptie is een vak apart, en daarom kun je dit beter door professionals laten doen. Scriptium heeft de beste correctoren in huis om je scriptie naar een hoger niveau te tillen. We hebben al vele (afgekeurde) scripties op zowel taalkundig als inhoudelijk vlak verbeterd. Betaling gaat makkelijk en veilig, de kwaliteit is gegarandeerd, en we hebben hebben een goede naam onder studenten.

Bedenk dus eerst wat je zelf kunt doen voordat je besluit je scriptie door iemand te laten schrijven. Op die manier zal je scriptie ook daadwerkelijk je eigen werk zijn en niet iets dat je door een ander, tegen betaling van een fors bedrag, hebt laten schrijven. Je zult je diploma op eigen kracht hebben verdiend. Want zeg nu zelf: hoe trots kun je op jezelf zijn als je besluit een scriptie uit te besteden of te kopen? De voordelen van het uitbesteden van je scriptie aan een ghostwriter wegen uiteindelijk niet op tegen de voordelen van het zelf schrijven van je scriptie. Ga dus voor de legale weg en laat hooguit je scriptie nakijken.


Betrouwbaarheid en validiteit

Gepost door om 04:27 in blog | 0 comments

Er bestaat veel misvatting over wat betrouwbaarheid en validiteit zijn. Een betrouwbaar onderzoek is niet per definitie valide, en een valide onderzoek hoeft geen betrouwbaar onderzoek te zijn. In principe dien je te streven naar een valide én betrouwbaar onderzoek.

Validiteit, ook wel geldigheid genoemd, zegt iets over de inhoud: wordt er gemeten wat de bedoeling is? Een voorbeeld van een probleem met de validiteit is wanneer een geïnterviewde besluit om sociaal wenselijke antwoorden te geven op je vragen. Dit gaat dat ten koste van de validiteit, omdat je dan niet meet wat je wilt meten. Een ander voorbeeld waarbij de validiteit aangetast wordt is wanneer er sprake is van een placebo-effect. De resultaten zijn dan vertekend door het geloof van de respondenten of proefpersonen in de behandeling. 

Er bestaan verschillende soorten validiteit. Een van de manieren om validiteit te categoriseren is door onderscheid te maken tussen interne en externe validiteit.

Interne validiteit heeft betrekking op de kwaliteit van het onderzoek in de meest brede zin van het woord. Het gaat er dan om of de getrokken conclusie met betrekking tot het onderzochte verband de juiste is, en of het gevonden verband op de juiste manier geïnterpreteerd is, dus of de interpretatie van het causale verband juist is. 

Onder externe validiteit wordt verstaan de mate waarin de onderzoeksresultaten generaliseerbaar zijn naar andere situaties of cases dan die van het onderzoek, ofwel de mate waarin ze generaliseerbaar zijn over de gehele populatie. Hiervoor dient de steekproef a-select te zijn. Een voorbeeld: een onderzoek heeft als doel middels een nieuwe methode de schoolprestaties van alle leerlingen op een middelbare school te verbeteren. Er wordt gebruikgemaakt van een groep jongens uit de brugklas om de methode te testen. De onderzoeksresultaten zijn dan niet representatief voor de gehele populatie, omdat meisjes en oudere leerlingen niet in de test zijn opgenomen. 

Betrouwbaarheid heeft te maken met de mate waarin een meetinstrument betrouwbare informatie oplevert. Een betrouwbaar onderzoek is vrij van toevallige fouten. Het geeft de kans aan dat bij herhaling van het onderzoek dezelfde uitkomst wordt verkregen. Een voorbeeld van een betrouwbaarheidsprobleem is als er weinig respondenten zijn voor het onderzoek. De kans dat er bij herhaling van hetzelfde onderzoek een ander resultaat uit komt, is dan groter. Een onderzoek is zelden honderd procent betrouwbaar, omdat er bij herhaling van hetzelfde onderzoek altijd wel verschillen zijn. 

Bij statistisch onderzoek spreekt men van een betrouwbaarheidspercentage. Bij en betrouwbaarheidspercentage van 90% is er 90% kans dat bij herhaling van het onderzoek dezelfde resultaten worden verkregen. Meestal wordt een betrouwbaarheidsniveau van 95% of 99% aangehouden. Hoeveel respondenten (steekproef) je voor het onderzoek nodig hebt, hangt af van de grootte van de onderzoekspopulatie. Je kunt de steekproefgrootte eenvoudig berekenen met de steekproefcalculator

Het verschil tussen betrouwbaarheid en validiteit is simpel uit te leggen aan de hand van het volgende voorbeeld: stel dat je het gewicht van een kist wil weten. Je plaatst hem op een weegschaal en de kist blijkt 6,8 kilo te zijn. De dag daarop weeg je de kist opnieuw, maar nu geeft de weegschaal 4,3 kilo aan. Het meetinstrument, de weegschaal, is niet betrouwbaar, en dus ook de resultaten niet. Stel nu dat je het gewicht van deze doos wilde weten, maar een duimstok pakt en de lengte van de kist opmeet. De kist blijkt 1,5 meter te zijn. De volgende dag meet je de kist weer en de lengte blijkt ook nu 1,5 meter te zijn. In dit geval is je onderzoek of meetinstrument betrouwbaar, want de resultaten zijn bij herhaalde meting gelijk. Het is echter niet valide, want je meet niet wat je wilt meten, namelijk het gewicht.  

Hoewel het vaak lastig is om te bewijzen dat een onderzoek valide is, dien je het wel in je scriptie te onderbouwen. De validiteit van je onderzoek kan op verschillende manieren gewaarborgd of vergroot worden. Enkele voorbeelden:

• De interview- of enquêtevragen worden door iemand anders gecontroleerd

• De interview- of enquêtevragen zijn gebaseerd op het conceptueel model en geoperationaliseerde begrippen

• De uitgetypte interviews worden na afloop nog eens aan de geïnterviewden voorgelegd om na te gaan of hetgeen erin staat klopt met wat de geïnterviewden wilden zeggen

• Er wordt eerst een proefinterview gehouden om te zien of de geïnterviewde de vragen begrijpt

• De geïnterviewde of geënquêteerde beantwoordt de vragen anoniem, zodat de kans op sociaal wenselijke antwoorden wordt verlaagd

• De interviews worden opgenomen en volledig uitgeschreven voordat er verbanden en conclusies worden getrokken

• Er wordt gebruikgemaakt van in- en exclusiecriteria bij het uitzoeken van de bronnen

Voorbeelden van hoe je de betrouwbaarheid kunt waarborgen of vergroten:

• Er worden verschillende onderzoeksmethoden gebruikt ter beantwoording van de onderzoeksvraag (triangulatie). Een voorbeeld is enquêtes afnemen en interviews houden. 

• Er wordt gebruikgemaakt van (semi)gestructureerde interviews, met een vaste vragenlijst of topiclijst

• Een grote steekproefomvang: hoe groter de steekproef, hoe betrouwbaarder de resultaten

• Testen en hertesten; het onderzoek herhalen

• Peer-examination: de resultaten worden door iemand anders gecontroleerd

Meer informatie over validiteit en betrouwbaarheid vind je hier


Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels
 
 

De ik-vorm in een scriptie

Gepost door om 04:26 in blog | 0 comments

Het komt vaak voor dat scripties of verslagen in de ik-vorm zijn geschreven, of dat delen daarvan in de ik-vorm zijn opgeschreven. Een voorbeeld is een zin als:

”In dit onderzoek beperk ik me tot de problemen op vlak van spreekvaardigheid. Met deze deelvraag tracht ik te achterhalen aan welke aspecten van spreekvaardigheid in de klas aandacht dient te worden besteed.”

Zo’n zin kan beter in een passieve vorm worden geschreven, ten behoeve van de objectiviteit en de neutrale ‘toon’ van de scriptie.

”Dit onderzoek beperkt zich tot de problemen op vlak van spreekvaardigheid. Met deze deelvraag wordt achterhaald aan welke aspecten van spreekvaardigheid in de klas aandacht dient te worden besteed.”

De zin kan ook in derde persoon worden geschreven, waarbij de ‘ik’ wordt veranderd in ‘de onderzoeker’. Dit geniet echter niet de voorkeur.

Een probleem dat zich vaak in het begin van een scriptie voordoet is het baseren van de probleemstelling op eigen ervaring of observatie. Daarbij wordt dan ook de ik-vorm gebruikt. Een voorbeeldzin:

”Tijdens mijn vorige stage heb ik dit probleem bij een uitwisselingsproject met leerlingen geconstateerd. De Nederlandse leerlingen waren nauwelijks in staat een gesprek met de Duitse leerlingen te voeren. Dit bevestigde mijn mening dat er meer aandacht moet worden besteed aan het oefenen van zowel spreek- als gespreksvaardigheid.”

Het is beter en wetenschappelijker om de probleemstelling niet op eigen ervaring of observatie te baseren, maar op die van anderen binnen de organisatie, of op wetenschappelijke bronnen. Zo wordt voorkomen dat de scriptie de vorm van een persoonlijk verslag krijgt en subjectief wordt. Het feit dat je zelf een probleem constateert hoeft namelijk niet te betekenen dat er ook daadwerkelijk sprake is van een probleem. Als het probleem daarentegen door wetenschappers is geconstateerd en wordt benoemd, steunt je probleemstelling op een wetenschappelijk fundament.

Bij bovenstaand voorbeeld kan dan worden aangegeven: ”uit verschillende onderzoeken blijkt dat de spreek- en gespreksvaardigheid in de Duitse taal van leerlingen onvoldoende ontwikkeld is (bron)”. Of je kunt er een interne bron bij zetten: (R. Beijers, persoonlijke communicatie, 6 maart 2015).

Vanuit het oogpunt van objectiviteit dient de ik-vorm in scripties niet gebruikt te worden. Het is namelijk belangrijk dat een scriptie in een wetenschappelijke ‘toon’ is geschreven. In principe dienen ook de woorden ‘mij’ en ‘mijn’ in scripties en thesissen te worden vermeden. Dat geldt ook voor het uiten van meningen als: ”in mijn optiek (…)”, ”ik sluit me aan bij deze visie (…)”, ”mijn mening is dat (…)”. Ook dit soort zinnen ondermijnen de objectiviteit en objectieve toon van je scriptie.

Er zijn een aantal uitzonderingen op de ‘basisregel’:

• In een reflectieverslag mag en moet soms de ik-vorm worden gebruikt

• Aan het eind van de scriptie, als er een reflectie is opgenomen, mag de ik-vorm worden gebruikt

• In het voor- en nawoord kun je de ik-vorm gebruiken

• Bij sommige studies, zoals filosofie en geschiedenis, is het gebruik van de ik-vorm soms toegestaan

• Sommige onderwijsinstellingen hebben minder strikte regels ten aanzien van het gebruik van de ik-vorm. Bespreek dit daarom ook altijd met je studiebegeleider.

Naast het niet gebruiken van de ik-vorm valt het ook af te raden om de we-vorm, je-vorm en u-vorm te gebruiken in thesisonderzoek. Een voorbeeldzin: ‘Als we de resultaten terugkoppelen naar het TOPOI-model, blijkt dat de organisaties steeds meer apart van elkaar opereren’. De we-vorm is niet te prefereren in scripties vanwege het feit dat de zin daardoor een belerende toon krijgt en je daarmee de lezer onrechtstreeks toespreekt. Bovendien wordt scriptieonderzoek meestal door één persoon uitgevoerd en niet door meerdere personen, waardoor het gebruik van ‘we’ ongepast is. Bij de je-vorm spreek je de lezer rechtstreeks toe, bijvoorbeeld: ‘Als je nu de resultaten van de toepassing van model A vergelijkt met die van de toepassing van model B, dan blijkt er een groot verschil te zijn’. Het is niet goed om de lezer rechtstreeks toe te spreken, omdat het de bedoeling is om ‘afstand’ te nemen van je onderzoek en je eigen stem als schrijver niet te laten horen. Bij het gebruik van ‘je’ lijkt het alsof de auteur de lezer direct toespreekt. Hetzelfde geldt voor het gebruik van ‘u’.

Scriptie meteen nakijken

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

 

SWOT-analyse

Gepost door om 04:24 in blog | 0 comments

Sommige scripties die gericht zijn op bedrijfsanalyses of marktanalyses dienen een SWOT-analyse en/of confrontatiematrix te bevatten. Niet zelden gaat het op dit vlak mis met de scripties die bij Scriptium binnenkomen. Wij zetten een aantal tips voor je op een rijtje:

Idealiter neem je per element van de SWOT evenveel factoren op. Dus bijvoorbeeld drie zwakten, die sterkten, drie bedreigingen en drie kansen. Je kunt meer factoren noemen, maar zorg er in elk geval voor dat slechts de top drie wordt meegenomen naar de confrontatiematrix.

Maak de beschrijvingen van de sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen niet te lang

Na het maken van de SWOT dient vaak ook de confrontatiematrix te worden opgesteld. Hierbij worden de sterkten en zwakten afgezet tegenover de kansen en bedreigingen. De matrix geeft antwoord op de volgende vier vragen:

• Hoe kan een sterkte gebruikt worden om op een kans in te spelen?

• Hoe kan een sterkte gebruikt worden om een bedreiging af te weren?

• Hoe kan een zwakte zodanig versterkt worden om op een kans in te spelen?

• Hoe kan een zwakte zodanig versterkt worden om een bedreiging het hoofd te bieden?

Na het tegenover elkaar zetten van de sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen in een matrix, kun je iedere combinatie een score geven, bijvoorbeeld 1 t/m 5.

Aan de rechterkant en onderkant van de matrix worden de cijfers bij elkaar opgeteld. Er ontstaan clusters voor elk van de vier kwadranten (sterkten versus kansen, sterkten versus bedreigingen, zwakten versus kansen, zwakten versus bedreigingen).

Op basis van de clusters die ontstaan zijn bij het optellen van de cijfers in de confrontatiematrix, wordt de strategie gekozen:

• Aanval: als er een cluster ontstaat in het kwadrant sterkten/kansen, wordt er gekozen voor groei. Het bedrijf zal kunnen groeien door de kans en sterkte te benutten

• Verdediging: ontstaat er een cluster in het kwadrant sterktes/bedreigingen, dan kan de strategie verdedigen worden toegepast. De sterkte zal dan benut worden om de bedreiging af te weren.

• Verbeteren: wanneer er een cluster in het kwadrant zwakten/kansen is, kan de strategie verbeteren worden toegepast. Via de kans zal dan geprobeerd worden om de zwakte in een sterkte om te buigen.

• Terugtrekken: ontstaat er een cluster in het kwadrant zwakten/bedreigingen, dan kan de strategie van terugtrekken worden gevolgd. Het bedrijf zou dan beter kunnen stoppen met dit onderdeel.

Uiteindelijk zul je één strategische optie moeten uitkiezen, bijvoorbeeld om een entreestrategie of nieuwe strategie van een bedrijf te bepalen. Dit is de strategie die het bedrijf zal moeten volgen. Zorg ervoor dat je heel concreet aangeeft wat het bedrijf moet doen om deze strategie te volgen.

De toepassing van de SWOT-analyse verschilt soms per opleiding of onderwijsinstelling. Informeer om die reden ook bij je begeleider over de manier waarop je de SWOT en confrontatiematrix in je scriptie of onderzoek dient te verwerken en stel voldoende relevante vragen.

Heb je hulp nodig bij het verbeteren en redigeren van je scriptie? Scriptium biedt naast een taalcorrectie ook inhoudelijke feedback op je scriptie. Contacteer ons via [email protected] als je vragen hebt.


Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels
 
 

Het gebruik van afkortingen in je scriptie

Gepost door om 04:21 in blog | 0 comments

Veel studenten gaan de mist in bij het gebruik van afkortingen in scripties. Het is ook niet altijd even makkelijk om al die taalregels uit je hoofd te leren. Om ervoor te zorgen dat je de afkortingen op een juiste manier in je scriptie of afkortingenlijst opneemt, zet Scriptium enkele regels voor jou op een rijtje:

• Wanneer er sprake is van één woord, krijgt de afkorting van dat woord alleen aan het eind een punt. Bijvoorbeeld: doctorandus= drs., etcetera= etc., enzovoort= enz.

• Afkortingen die bestaan uit meer woorden krijgen na elk afgekort woord een punt: dat wil zeggen = d.w.z., ten aanzien van = t.a.v.

• Wanneer de afkorting uit hoofdletters bestaat, krijgt het geen punten: EC, HR, EHRVM

• Afkortingen die zeer vaak worden gebruikt, krijgen geen punten: havo, tbc, adhd

• Afkortingen van internationale symbolen krijgen geen punten: km, kg, ml

• Wanneer de afkorting een naam betreft moet deze in hoofdletters geschreven worden: GB, VVD, UPC

• Afkortingen van symbolen die van een naam afkomstig zijn, krijgen een hoofdletter: J van Joules, W van Watt, N van Newton

• Afkortingen die je in spreektaal voluit uitspreekt, schrijf je ook voluit. Bijvoorbeeld: met andere woorden, in tegenstelling tot, onder leiding van

• Als je gebruikmaakt van een afkortingenlijst, dien je daarin de afkortingen van de namen en begrippen in alfabetische volgorde op te nemen

Als je een afkorting voor de eerste keer in je scriptie gebruikt, dan moet hij voluit worden geschreven. De afkorting wordt hier dan tussen haakjes achter gezet, bijvoorbeeld: ‘De Wereldhandelsorganisatie (WHO) bracht onlangs een rapport uit over (…)’. Vervolgens kun je enkel de afkorting gebruiken (WHO). Zorg ervoor dat je na de introductie van de afkorting consistent de afkorting blijft gebruiken in plaats van de uitgeschreven versie ervan.

Er bestaat een uitzondering op bovenstaande regel. Sommige afkortingen zijn algemeen bekend en behoeven geen introductie, zoals VS (Verenigde Staten) of VN (Verenigde Naties). Voor meer taalregels kun je een kijkje nemen op het abc van de Nederlandse taal

Scriptie meteen nakijken

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

 

Wat moet je doen als je scriptie te lang is?

Gepost door om 04:21 in blog | 0 comments

Vanuit je onderwijsinstelling krijg je meestal een richtlijn ten aanzien van het aantal woorden dat je scriptie maximaal mag bevatten. Het is verstandig om je tijdens het schrijven van je scriptie aan deze limiet te houden, zodat je je scriptie later niet hoeft te verkorten. Hoeveel woorden bevat een gemiddelde scriptie? HBO- of bachelorscripties bevatten gemiddeld tussen de 10.000 en 18.000 woorden, het aantal woorden in masterscripties ligt tussen de 13.000 en 20.000 woorden. De bijlagen worden niet meegeteld bij het aantal woorden. 

Het kan voorkomen dat je scriptie te veel woorden bevat. Het wordt dan, zeker als je veel andere aanmerkingen hebt gekregen van je begeleider of beoordelaar, een flink karwei om de lengte van je scriptie naar het vereiste aantal woorden terug te brengen. Hoewel het natuurlijk per scriptie verschilt hoe dit aangepakt dient te worden, geven de correctoren van Scriptium je een aantal algemene tips aan de hand waarvan je je scriptie zou kunnen inkorten:

• Soms is het zo dat de inleiding (veel) te lang is. In de inleiding bespreek je het onderwerp, de context, de aanleiding, de doelstelling en eventueel de onderzoeksvragen (die mogen ook in een apart hoofdstuk besproken worden). Ook neem je een leeswijzer op. Zorg ervoor dat je het onderwerp van je scriptie vanuit één perspectief belicht, namelijk het perspectief dat van belang is voor je onderzoek. Je hoeft dus niet over allerlei zaken uit te weiden. Ook hoef je niet te gedetailleerd te schrijven over de organisatie die je onderzoekt of waarvoor je het onderzoek uitvoert.

• Soms komt het voor dat iemand te veel theorieën heeft gebruikt of te lang op de bespreking van deze theorieën is ingegaan. In je theoriehoofdstuk is het vooral van belang dat je modellen en theorieën behandelt die betrekking hebben op je onderzoeksvraag en dat de lezer begrijpt op welke wijze deze theorieën bijdragen aan een beter begrip van je onderwerp. Als je de irrelevante theorie in je theoretisch kader weghaalt, kun je het aantal woorden van je scriptie terugschroeven.

• De bespreking van onderwerpen en invalshoeken die niet tot nauwelijks betrekking hebben op je onderzoeksvraag en onderzoeksrichting, kan geschrapt worden. Alles wat aan bod komt dient namelijk in het teken te staan van de onderzoeksvraag en deelvragen. Sla daarom geen zijwegen in, bespreek geen zaken die niks aan het geheel toevoegen. Door minder op de details in te gaan kun je vaak het aantal woorden van je scriptie verlagen.

• Een andere manier om het aantal woorden terug te brengen is door te kijken naar de wijze waarop je zinnen en teksten construeert. Gebruik je misschien te lange zinnen, met veel tangconstructies, of ben je te lang van stof? Je zou kunnen besluiten om sommige zinnen in te korten. Daarmee kun je tevens de begrijpelijkheid van de tekst vergroten, want (zeer) lange zinnen maken dat een scriptie moeilijk leest. 

• Als je bij ieder hoofdstuk telkens een samenvatting hebt toegevoegd waarin je met min of meer dezelfde bewoordingen ingaat op wat je ervoor besproken hebt, kun je hier kritisch naar kijken en jezelf de vraag stellen of deze korte samenvattingen geschrapt kunnen worden.

• De conclusie hoort geen resumé te zijn van hetgeen je in je onderzoek hebt besproken. Het dient een interpretatie, een meta-analyse van de onderzoeksresultaten te zijn. Als er dus te lange samenvattende teksten in staan, zou je ook deze kunnen schrappen.

• De aanbevelingen in het hoofdstuk conclusie mogen kort en bondig zijn. Ze kunnen zelfs in de vorm van bulletpoints opgeschreven worden, samen met een korte toelichting ervan. Ook hier kun je dus ‘ruimte’ winnen, mits het daadwerkelijk zo is dat het te veel aan woorden gerelateerd is aan de lengte van je aanbevelingen.

• Je kunt ervoor kiezen om de samenvatting korter te maken. Een samenvatting is in de regel maximaal ongeveer 1 A4. In de samenvatting dien je kort de belangrijkste onderdelen van je scriptie te bespreken, te weten het onderwerp, de methode, de resultaten en conclusies. Overige zaken kunnen in het onderzoek zelf worden opgenomen.

• Je kunt delen van je scriptie of stukken tekst waarin min of meer hetzelfde wordt behandeld, bij elkaar voegen. Als je bijvoorbeeld in de inleiding uitgebreid bent ingegaan op de organisatie, alsmede in een apart hoofdstuk over de organisatie, dan zou je een deel van de informatie uit je inleiding kunnen overbrengen naar het desbetreffende hoofdstuk en de rest kunnen schrappen. Het samenvoegen van delen van je scriptie is een effectieve manier om je scriptie minder lang te maken.

• Bespreek met je begeleider welke specifieke onderdelen van je scriptie gereviseerd moeten worden en welke onderdelen je kunt inkorten. Op die manier krijg je een houvast bij het verminderen van het aantal woorden.

Wil je weten wat je kunt doen als je scriptie juist te kort is? Bekijk dan dit handige artikel.

Scriptie meteen nakijken

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

 

Hou rekening met de lezer bij het schrijven van je scriptie

Gepost door om 04:20 in blog | 0 comments

Een veelvoorkomend probleem bij scripties is dat de student tijdens het schrijven te weinig rekening houdt met de lezer die de scriptie te lezen krijgt. Het is van belang in je achterhoofd te houden dat je de scriptie voor een soort ‘imaginaire’ lezer schrijft: iemand die niet bekend is met je onderwerp en je scriptie voor het eerst doorleest. Om deze reden dient de informatie in je scriptie aan zes eisen te voldoen:

• Het moet compleet zijn

• Het moet in begrijpelijke taal geschreven zijn

• Het moet concreet zijn

• Het moet specifiek zijn

• De informatie moet niet te veel/te snel achter elkaar gegeven worden

• De informatie moet niet ‘uit de lucht’ komen vallen.

De informatie dient ten eerste compleet te zijn. Dat betekent dat er geen stukjes mogen ontbreken die nodig zijn om de context te begrijpen. Ten tweede dient het in begrijpelijke taal geschreven te zijn. Vermijd dus zoveel als mogelijk vakjargon, Engelse termen/zinnen of archaïsch taalgebruik. Ook moet je ervoor zorgen dat de zinnen taalkundig logisch in elkaar steken. Ten derde dient de informatie zo concreet mogelijk te zijn. Het overmatige gebruik van abstracte termen of het letterlijk overnemen van moeilijke wetenschappelijke teksten uit theorieboeken verlaagt de begrijpelijkheid van de tekst. Ten vierde moet de informatie waar nodig gespecificeerd worden. Dat betekent dat je niet te veel moet blijven ‘hangen’ in algemene info. Ten vijfde moet je er voor waken dat je de lezer niet te snel achter elkaar een hoop informatie voorschotelt, omdat het dan moeilijk wordt voor de lezer om het bij te houden. Ten slotte moet er geen abrupte overgang zijn naar nieuwe informatie. De overgang naar nieuwe info dient soepel en gedoseerd te verlopen, zodat je de lezer als het ware ‘meeneemt’ door de scriptie.

Wil je weten hoe we dit soort problemen in je scriptie bij Scriptium oplossen? Bekijk dan ons correctieschema.

Scriptie meteen nakijken

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

 

Samenhang en structuur tussen de delen van een scriptie

Gepost door om 04:15 in blog | 0 comments

Een van de problemen die zich in een scriptie of verslag kunnen voordoen is dat er te weinig samenhang en structuur is tussen de onderdelen van de scriptie of binnen een stuk tekst. Het gevolg daarvan is dat de lezer bij het lezen van de scriptie de rode draad niet meer kan volgen. Het is belangrijk dat de scriptie een coherente structuur heeft en vloeiend leest. De lezer mag zich geen onnodige vragen stellen over hoe de verbanden precies lopen en welke delen bij elkaar horen. Hieronder staan acht bruikbare scriptietips om het probleem van een gebrek aan samenhang (verband) en structuur deels of geheel op te lossen:

• Geef aan het begin van ieder hoofdstuk kort aan wat er zoal zal worden besproken. Dit kan de structuur en opbouw van je scriptie ten goede komen. Ook kun je aan het eind van een hoofdstuk een verwijzing naar wat komen gaat opnemen, bijvoorbeeld: ‘In dit hoofdstuk zijn de resultaten weergegeven. In het volgende hoofdstuk worden deze resultaten geanalyseerd’. Doe dit echter niet te vaak en te veel, omdat het een scriptie langdradiger kan maken

• Gebruik (de juiste) koppel- of verbindingswoorden/zinnen tussen stukken tekst en zinnen. Voorbeelden hiervan zijn: ‘daarnaast’, ‘daarbij’, ‘gelet op het bovenstaande’, ‘in het licht van hetgeen besproken is’, ‘ten tweede’, ‘bovendien’, ‘gezien het voorgaande’, ‘nu het 7s-model is besproken, wordt overgegaan op (…)’, etc.

• Maak kort duidelijk in hoeverre een besproken theorie of model functioneel is ter beantwoording van de hoofdvraag. Op die manier wordt het voor de lezer duidelijk welke plek een theorie of model in het geheel heeft.

• Gebruik een leeswijzer aan het eind van je inleiding, waarin je aangeeft hoe de scriptie is opgebouwd. Op die manier weet de lezer wat er zal worden besproken.

• Zet de zaken die bij elkaar horen daadwerkelijk bij elkaar. Bespreking van de theoretische modellen hoort bij het theoriegedeelte, bespreking van methodiek hoort bij het onderdeel methode en de beschrijving van resultaten bij het resultatengedeelte. Dit geldt ook voor stukken tekst binnen een hoofdstuk.

• Gebruik logische en heldere hoofdstuk- en paragraaftitels, die de inhoud dekken. Onheldere paragraaftitels zijn titels als ‘Algemeen’ of ‘Problemen’. Probeer de titels te specificeren, maar maak ze niet te lang.

• Probeer de gangbare opbouw van een scriptie aan te houden. De meest logische opbouw is: Inleiding>Theorie>Methode>Resultaten>Conclusies & aanbevelingen

Contacteer ons op [email protected] voor meer informatie over de meest complete scriptiecorrectie van Nederland of bekijk welke service we bieden bij het nakijken van je scriptie.

Scriptie meteen nakijken

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

 

Transcriberen van interviews

Gepost door om 04:14 in blog | 0 comments

De vraag hoe je een interview in een onderzoek of scriptie moet transcriberen kan op twee manieren beantwoord worden. Je kunt ervoor kiezen de interviews letterlijk te transcriberen, waarbij je de tekst uittypt op basis van wat letterlijk door de geïnterviewde is gezegd, of je kunt de interviews woordelijk transcriberen. Bij deze laatste vorm schrijf je de interviews niet letterlijk uit, maar zorg je ervoor dat er een coherent verhaal uitgeschreven wordt en dat de tekst goed loopt.

De voorkeur van Scriptium gaat uit naar de laatste vorm, omdat je er hiermee voor zorgt dat de tekst leesbaar en begrijpelijk is. Ook veel onderwijsinstellingen geven de voorkeur aan het woordelijk transcriberen van interviews. Ga daarom bij je onderwijsinstelling na in hoeverre de interviews op een begrijpelijke, leesbare wijze getranscribeerd dienen te worden.

Een voorbeeld van een verbetering die de correctoren van Scriptium toepassen bij interviews:

‘’Nou ja, hmm, ik denk het wel, het is wel even zoeken natuurlijk, maar uh het is wel te vinden. Het was eerder wel makkelijker, toen je zeg maar, tja, uh echt zo’n stappenplan had.’’

Dit kan beter op deze manier geschreven worden: ‘’Nou ja, ik denk het wel, het is wel even zoeken natuurlijk, maar het is wel te vinden. Het was eerder wel makkelijker, toen je echt zo’n stappenplan had.’’

Neem de uitgeschreven interviews op in de bijlagen. Op die manier kan de beoordelaar de onderzoeksresultaten van je onderzoek toetsen en nagaan of je gemeten hebt wat je moest meten. In je onderzoek zelf, in het gedeelte resultaten, zou je dan enkele quotes of uitspraken van geïnterviewden kunnen opnemen.

Er zijn verschillende transcriptiesoftware die het werk voor jou makkelijker kunnen maken. VoxSigma zet spraak om naar tekst in drie stappen en is bedoeld voor het verwerken van flink wat audiobestanden. InqScribe is een transcriptiesoftware dat net als VoxSigma meerdere talen ondersteunt. Het is flexibel en makkelijk te gebruiken omdat het rekening houdt met gebruikersgemak.

Het transcriberen c.q. uittypen van scriptie-interviews kost tijd, zeker als het veel interviews zijn. Er zijn diverse bureaus die dat voor je kunnen doen, zoals Transcriptie online . Ook kun je een advertentie plaatsen op scriptiespot, een platform/marktplaats voor scriptiehulp.

Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels
 
 

Plan van aanpak scriptie

Gepost door om 03:30 in blog | 0 comments

Een plan van aanpak of PVA vormt vaak de aanloop naar het schrijven van je scriptie. De richtlijnen voor het plan van aanpak kunnen per opleiding verschillen. Ook kunnen er hier en daar verschillen zijn tussen een plan van aanpak bij een HBO-scriptie en die van een masterscriptie. Toch zijn er een aantal basiszaken die in de meeste PVA’s terugkomen. Hieronder worden ze genoemd:

Context van het onderzoek

Je begint in je plan van aanpak met een korte schets van het onderwerp. Hierin kun je ook schrijven wat het doel van het onderzoek is en wat de (maatschappelijke) relevantie ervan is. Dit kan bijvoorbeeld zijn dat het onderwerp zeer actueel is of dat het onderzoek bijdraagt aan de oplossing van een probleem dat nog niet onderzocht is. Daarnaast kun je in dit gedeelte kort de organisatie waarvoor je het onderzoek doet beschrijven. Opdrachtgever Geef in het plan van aanpak aan wie de opdrachtgever van het onderzoek is. Vaak is dit het bedrijf waarvoor je stage hebt gelopen. Noem het bedrijf bij naam (en eventueel je stagebegeleider), tenzij het bedrijf geheimhouding wenst.

Probleembeschrijving en probleemstelling

In de probleembeschrijving van je onderzoeksopzet beschrijf je het probleem waarmee het bedrijf dat je onderzoekt kampt of, indien je het onderzoek niet voor een bedrijf uitvoert, het probleem dat je wilt onderzoeken. Je kunt de beschrijving afsluiten met een korte, kernachtige probleemstelling. Formuleer je probleemstelling niet in de vorm van een vraag, maar in een (vast)stelling, bijvoorbeeld: ‘bedrijf X heeft in 2016 te kampen gehad met teruglopende omzetcijfers’, en niet: ‘hoe moet de omzet van bedrijf X in 2017 verhoogd worden?’

Hoofd- en deelvragen

Nadat de probleemstelling in het plan van aanpak is geformuleerd, ga je over op het opstellen van de hoofd- en deelvragen. Eerst formuleer je de hoofdvraag, en vervolgens de deelvragen. Soms is het nodig om de deelvragen te verantwoorden. Je legt dan kort uit waarom je deze deelvragen gaat onderzoeken. Let erop dat de hoofd- en deelvragen aan de wetenschappelijke criteria voldoen.

Methode

Je geeft in dit gedeelte van het plan van aanpak aan welke methode je gaat gebruiken ter beantwoording van de hoofdvraag en deelvragen. Bij een kwantitatief onderzoek kun je bijvoorbeeld enquêtes gebruiken. Eventueel geef je per deelvraag aan welke specifieke methode je zult gebruiken, omdat het zo kan zijn dat iedere deelvraag een andere methode van onderzoek behoeft.

Betrokken personen en partijen

In dit onderdeel van je plan van aanpak beschrijf je welke partijen en/of personen belang hebben bij je onderzoek (stakeholders). Dit kunnen bijvoorbeeld het bedrijf zijn waarvoor je het onderzoek verricht, je onderwijsinstelling en/of de partijen of organisaties die de focus van je onderzoek zijn.

Theorie

Eventueel geef je een vooruitblik op de te gebruiken theorieën. In dat geval bespreek je kort enkele theorieën die aansluiten op je hoofdvraag en functioneel zullen zijn bij het beantwoorden ervan. Neem niet te veel theorieën op en zorg ervoor dat de besproken theorieën aansluiten op het onderzoeksgebied en onderwerp.

Planning

De planning wordt meestal aan het slot van je plan van aanpak opgenomen, eventueel samen met een analyse van de risico’s. In de planning geef je aan wat de tijdsduur van het onderzoek zal zijn en geef je aan hoe lang je over elk onderdeel van je scriptie zult doen. In de beschrijving van de risico’s geef je een inschatting van de beperkingen en/of ‘gevaren’ waartegen je gedurende je onderzoek kunt aanlopen. Een voorbeeld daarvan is tijdgebrek, waardoor je niet op alle onderdelen van je onderzoek even diep kunt ingaan. Mogelijk kun je ook aangeven op welke wijze je de risico’s gaat opvangen.

Stappenplan

Bij sommige PVA’s wordt een stappenplan opgenomen. Daarin bespreek je wat uitgebreider welke stappen je gedurende je onderzoek zult nemen om uiteindelijk tot de onderzoeksresultaten te komen. Je kunt daarbij het onderzoeks- en schrijfproces schematisch weergeven.

Bronnenlijst

Aan het eind van je PVA of onderzoeksopzet neem je een lijst van gebruikte bronnen op. Let erop dat je de bronnen in de literatuurlijst in alfabetische volgorde neerzet.

Scriptie meteen nakijken

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

 

De verschillende soorten variabalen

Gepost door om 03:30 in blog | 0 comments

Bijna ieder onderzoek bevat te onderzoeken variabelen. Een variabele is de algemene naam voor een te meten waarde van elementen. In een scriptie of onderzoek wordt vaak het verband tussen variabelen onderzocht. Er zijn verschillende soorten variabelen. Hieronder worden de belangrijkste variabelen toegelicht.

• Onafhankelijke variabele: de onafhankelijke variabele staat binnen het onderzoek vast. Dat wil zeggen dat hij in het onderzoek niet afhankelijk is van andere variabelen. Hij verklaart of voorspelt (deels) de afhankelijke variabele. Meestal wordt in een scriptie of onderzoek de relatie tussen de onafhankelijke en afhankelijke variabele onderzocht. De onafhankelijke variabele kan onderverdeeld worden in een actieve onafhankelijke variabele of passieve onafhankelijke variabele. Een actieve variabele kan door de onderzoeker gemanipuleerd worden om het verband tussen een aantal variabelen te onderzoeken en te verklaren. Een passieve onafhankelijke variabele kan niet gemanipuleerd worden. Voorbeelden daarvan zijn lichaamslengte, leeftijd of geslacht.

• Afhankelijke variabele: de afhankelijke variabele is de variabele die in de scriptie verklaard moet worden. Deze wordt beïnvloed door de onafhankelijke variabele en staat dus niet vast. De bedoeling is dan het effect van de onafhankelijke variabele op de afhankelijke variabele te voorspellen of te onderzoeken.

• Modererende variabele: de modererende variabele is een variabele die de sterkte van het verband tussen een afhankelijke en onafhankelijke variabele beïnvloedt. Een bekende modererende variabele is geslacht. Het geslacht (vrouw of man) kan invloed hebben op de relatie tussen de onafhankelijke en afhankelijke variabele. Een ander voorbeeld: bij een onderzoek naar het verband tussen eigen-effectiviteit en beweeggedrag bij volwassenen en de invloed die beweegplezier op dit verband heeft, is beweegplezier de modererende variabele.

• Mediërende variabele: een tussenkomende variabele die de invloed op de onafhankelijke variabele beïnvloedt. De onafhankelijke variabele heeft hierbij effect op de afhankelijke variabele via de intermediërende variabele. Een voorbeeld is de invloed van computerspellen op agressie. De mediërende variabele hierbij kan het IQ zijn, dat een deel van het verband zou kunnen verklaren.

• Interveniërende variabele: dit is een variabele die het verband tussen de onafhankelijke en afhankelijke variabele ook beïnvloedt, maar die niet wordt gemeten. Het is van belang om bij het trekken van conclusies in je scriptie rekening te houden met andere variabelen die een rol zouden kunnen spelen. Er zou namelijk geconcludeerd kunnen worden dat er een verband bestaat tussen twee variabelen, terwijl dit feitelijk niet zo is. Een bekend voorbeeld is:

1. In gebied X verblijven gemiddeld meer ooievaars dan in de rest van het land; 2. Gebied X kent gemiddeld een hoger geboortecijfer dan in de rest van het land; Conclusie: er is in gebied X een relatie tussen het hogere aantal ooievaars en het hogere geboortecijfer.

De verklarende factor, bijvoorbeeld het schone milieu, komt in deze redenering niet voor, waardoor er sprake is van een vals verband.

• Controlevariabele: een controlevariabele is een variabele die in het onderzoek wordt opgenomen om te waarborgen dat er geen bias in het onderzoek optreedt. Als je bijvoorbeeld onderzoek doet naar het effect van een medicijn op personen, zou je ervoor kunnen zorgen dat bij de experimentele groep en de placebo-groep groep evenveel vrouwen als mannen worden opgenomen, zodat er geen bias optreedt. Geslacht is hierbij de controlevariabele.

Scriptie meteen nakijken

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

 

Afbakening van je onderzoek

Gepost door om 03:29 in blog | 0 comments

Bij het formuleren van je hoofdvraag van je scriptie of verslag is het belangrijk dat je vraag niet te breed is (maar ook niet te smal). Door je onderzoeksvraag op de juiste wijze af te bakenen voorkom je dat je later in je scriptie in de problemen komt. Een te brede hoofdvraag zorgt er namelijk voor dat je te veel zaken moet onderzoeken en te veel verbanden zult moeten trekken om tot een coherent geheel te komen. Dit zal niet alleen veel meer tijd kosten, de lezer van je scriptie zal overspoeld worden met informatie en mogelijk verstrikt raken in het web aan verbanden. Daarom is het goed om je hoofdvraag af te bakenen.

Afhankelijk van de aard van je onderzoeksvraag kun je deze op verschillende manieren afbakenen:

• Afbakenen op perspectief: het perspectief heeft betrekking op de invalshoek die je neemt bij het beantwoorden van de onderzoeksvraag. Een onderwerp kun je op verschillende manieren benaderen. Je kunt bijvoorbeeld bij een onderzoek naar communicatie van politici naar de burger toe een historisch perspectief nemen, waarbij je onderzoekt hoe het uitdragen van de boodschap zich in de loop der jaren heeft ontwikkeld, of je kunt dit vraagstuk onderzoeken vanuit het perspectief van de meest effectieve communicatiewijze in deze tijd. Probeer een onderwerp vanuit één perspectief te benaderen in plaats van vanuit verschillende perspectieven. Voordat je een onderzoeksvraag opstelt, als je je onderwerp hebt uitgekozen, kun je een selectie maken van de te gebruiken bronnen en stromingen binnen het onderzoeksdomein.

• Afbakenen op plaats: de plaats heeft te maken met het geografische bereik van het onderzoek; de stad, de regio of het land. Een onderzoek kan bijvoorbeeld gaan over het effect van een bepaald belastingbeleid in Nederland op de belastinginkomsten. In dat geval hoef je er geen vergelijkend onderzoek van te maken en ook nog eens de belastingregels in de VS te onderzoeken.

• Afbakenen op sector: dit heeft betrekking op de branche die je onderzoekt. Zo zou je onderzoek kunnen gaan over het vergroten van de beleving van campingbezoekers. Afhankelijk van wat je precies wilt onderzoeken kun je je onderzoeksvraag afbakenen op luxe campings of alle campings.

• Afbakenen op tijd: dit heeft te maken met de periode die je onderzoekt. In een onderzoek naar de ontwikkeling van sociale media kun je de periode 2003-2016 nemen of bij een onderzoek dat handelt over de bedrijfsresultaten van je stagebedrijf zou je het jaar 2015 kunnen nemen. Zorg er wel voor dat de afbakening van de periode die je onderzoekt te verantwoorden is. Bij een onderzoek naar het effect van de participatiewet is het logisch dat je het jaar 2015 als startpunt neemt, omdat deze wet begin 2015 is ingevoerd.

• Afbakenen op actoren: een onderzoek kan betrekking hebben op één actor of verschillende actoren. Je kunt bijvoorbeeld bij een onderzoek naar een reorganisatie binnen het bedrijf het perspectief van het management nemen: ‘op welke wijze dient bedrijf X te worden gereorganiseerd om de winstcijfers te verhogen?’ Of je kunt het perspectief van de werknemers nemen: ‘welke rechten hebben werknemers bij een reorganisatie?’ Een ander voorbeeld: bij een onderzoek naar samenwerking in de zorg binnen een gemeente kun je de gemeente en wijkteams als te onderzoeken partijen opnemen in je onderzoeksvraag.

Zorgt een te brede hoofdvraag voor problemen, een te smalle hoofdvraag zal ertoe leiden dat je onderzoek te weinig diepgang bevat. Een voorbeeld van een te smalle hoofdvraag is: wat zal de winst van bedrijf X in 2017 zijn?

Een dergelijke onderzoeksvraag leidt er vaak toe dat je onderzoek te weinig diepgang bevat. Formuleer je onderzoeksvraag daarom bij voorkeur in een waarom-, waardoor- of hoe-vraag, zodat er verbanden te trekken zijn.

Scriptie meteen nakijken

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

 

Wat moet er in de samenvatting staan?

Gepost door om 03:29 in blog | 0 comments

In de samenvatting of managementsamenvatting van je scriptie vat je je onderzoek samen. Het doel van een samenvatting is om de lezer een kort overzicht van het onderzoek te geven. Op deze manier krijgt de lezer een vooruitblik op je onderzoek en weet hij welke richting de scriptie op zal gaan. Omdat het onderzoek al is uitgevoerd, dient de samenvatting in verleden tijd te zijn opgeschreven. Het is daarom ook beter om het pas te schrijven nadat je het gehele onderzoek hebt uitgevoerd en opgeschreven. Een samenvatting volgt in principe de opbouw van de scriptie. Daarom dienen de volgende punten in de samenvatting terug te komen (in deze volgorde):

• Het onderwerp van je scriptie, eventueel samen met de hoofdvraag

• De aanleiding en het doel van het onderzoek

• Het soort onderzoek (bijvoorbeeld een kwalitatief onderzoek in de vorm van een literatuurstudie)

• De onderzoeksmethode die je hebt gebruikt

• De resultaten van het onderzoek

• De conclusies van het onderzoek, kort en kernachtig

• Eventuele beperkingen en kanttekeningen

Enkele extra tips voor het opstellen van je samenvatting:

• Neem geen literatuurverwijzingen, figuren of schema’s in je samenvatting op

• Zorg ervoor dat er geen nieuwe informatie of andere informatie in staat dan wat er in de rest van je scriptie wordt besproken

• Meestal is de samenvatting niet langer dan één A4. Zorg er dus voor dat het niet te lang wordt.

• Maak er een vloeiend lopend verhaal van en zorg ervoor dat het één geheel is. Het is dus beter om geen tussenkopjes te gebruiken in de samenvatting.

• Weid niet uit over bijzaken en ga niet te veel in op details

• Geef een Nederlandse titel bij een Nederlandse scriptie, bijvoorbeeld ‘samenvatting’ en niet ‘summary’

• Een samenvatting is bedoeld als korte weergave van wat ergens anders in uitgebreidere vorm beschreven is. Het is dan ook niet de bedoeling om stukken tekst uit je samenvatting in andere delen van je scriptie letterlijk te herhalen

Twijfel je aan je samenvatting of stuit je tegen andere problemen in je scriptie? De correctoren van Scriptium hebben al zeer veel samenvattingen en scripties nagekeken. Voor ons is het een routineklus. We zijn graag bereid om je te helpen door je scriptie te controleren op taal, structuur en/of inhoud.

Scriptie meteen nakijken

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

 

Afbakening van onderzoeksvraag

Gepost door om 03:28 in blog | 0 comments

Een van de belangrijkste zaken in je scriptie is het formuleren van een goede, wetenschappelijke onderzoeksvraag. De centrale vraag is de basis van je scriptie. Alles wat in de scriptie wordt behandeld staat in principe in het teken van het beantwoorden van de onderzoeksvraag. Als je onderzoeksvraag niet goed is opgesteld, werkt dit vaak door op de rest van je scriptie.

Bij Scriptium krijgen we dikwijls scripties ter correctie binnen waarbij het probleem al bij de onderzoeksvraag begint. We zetten enkele problemen met de onderzoeksvraag voor je op een rijtje:

• De onderzoeksvraag bestaat uit twee of meerdere vragen. Een onderzoeksvraag dient normaliter uit één vraag te bestaan. Het zou nog binnen de lijntjes vallen als de tweede vraag zeer nauw aansluit op de eerste, maar twee onderzoeksvragen met twee verschillende thema’s is uit den boze. De basisregel is in elk geval: de onderzoeksvraag bestaat uit één vraag.

• De onderzoeksvraag is te beschrijvend. Idealiter is de onderzoeksvraag een onderzoekende vraag, dus een hoe- of waarom-vraag. Een beschrijvende onderzoeksvraag, zoals de vraag ”hoeveel leerlingen hebben ervaring met lesmethode X”, leidt vaak tot een beschrijvend onderzoek, waardoor je scriptie te weinig diepgang zal bevatten en er geen goede meta-analyse kan plaatsvinden. Dit tast de kwaliteit van je scriptie aan.

• De onderzoeksvraag is niet concreet genoeg. De gebruikte begrippen in de onderzoeksvraag zijn onvoldoende meetbaar, te abstract, waardoor je onderzoeksvraag ook niet duidelijk genoeg is.

• De onderzoeksvraag is voor meerdere interpretaties vatbaar. Ook dit heeft met een gebrek aan duidelijkheid te maken. Eenieder die de onderzoeksvraag leest, zou moeten kunnen begrijpen waar het over gaat, wat ermee wordt bedoeld en wat er onderzocht gaat worden

• De hoofdvraag overlapt met de deelvragen. De centrale vraag mag niet (deels) dezelfde vraag zijn als één van de deelvragen, want dit betekent dat de deelvraag overbodig is. Je moet de hoofdvraag zien als een kubus met open wanden. Daarin worden de blokken (deelvragen) geplaatst, totdat de grote kubus vol is.

• De hoofdvraag is te lang, bijvoorbeeld door bijzinnen of tangconstructies. Hou de onderzoeksvraag zo kort en bondig mogelijk

• De onderzoeksvraag sluit niet aan op het onderzoek, of beter gezegd, het onderzoek sluit niet aan op de onderzoeksvraag. Er worden allerlei zijpaden bewandeld die geen bijdrage leveren aan de uiteindelijke beantwoording van de hoofdvraag (er worden bijvoorbeeld theorieën behandeld die er niets mee te maken hebben). Voorkom dit probleem door onderzoeksvraag en onderzoek nauw op elkaar te laten aansluiten

• De onderzoeksvraag bevat wetenschappelijke termen (of vakjargon) die niet uitgelegd worden. Omdat het van belang is dat de lezer zo snel mogelijk begrijpt welke richting je met je scriptie op wilt gaan, is het soms noodzakelijk om vakjargon (kort) uit te leggen of begrippen te definiëren.

• De onderzoeksvraag is niet compleet genoeg. Met andere woorden, hij dekt niet het gehele onderzoek. Soms is het nodig de onderzoeksvraag iets langer te maken of iets anders te formuleren, opdat de vraag het hele onderzoek omvat

• De hoofdvraag is niet voldoende afgebakend. Baken je onderzoek zo scherp mogelijk af door één thema of onderwerp te kiezen. Een te brede onderzoeksvraag zorgt voor een langdradige scriptie waarbij je te veel zaken moet onderzoeken en te veel variabelen met elkaar in verband dient te brengen.

• Er is helemaal geen onderzoeksvraag geformuleerd. Bij sommige scripties is er geen onderzoeksvraag opgenomen. Er dient echter altijd een centrale vraag te worden opgesteld, want daar rust de rest van je scriptie op.

Omdat het niet altijd even makkelijk is om een goede onderzoeksvraag te formuleren, en vanwege het belang ervan voor je onderzoek, is het altijd goed om de onderzoeksvraag met je begeleider te bespreken voordat je je onderzoek aanvangt. Op een goede hoofdvraag kun je namelijk voortborduren, je bouwt een stevig fundament. Een slechte hoofdvraag zorgt vroeg of laat voor problemen in je scriptie. Wees daarom zo kritisch mogelijk en stel kritische vragen aan je begeleider.

Heb je vragen aan Scriptium, wil jij je scriptie laten controleren of heb je scriptiehulp nodig? Contacteer ons via [email protected] of via de chat. We bieden je graag hulp aan!

Scriptie meteen nakijken

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

 

Hoe moet je de hoofdvraag van je scriptie operationaliseren?

Gepost door om 11:29 in blog | 0 comments

Het operationaliseren van begrippen in een onderzoek heeft betrekking op de manier waarop deze begrippen meetbaar gemaakt worden. Het is het omzetten van een abstracte term in een gegeven dat meetbaar is. Zo kan het begrip intelligentie meetbaar gemaakt worden middels het intelligentiequotiënt (IQ). 

Het operationaliseren van begrippen in een scriptie is met name van belang bij de onderzoeksvraag en deelvragen. De belangrijkste begrippen van de onderzoeksvraag dienen meestal geoperationaliseerd te worden. Aangegeven moet worden hoe de begrippen moeten worden geïnterpreteerd en vervolgens empirisch te meten zijn. Een voorbeeld van een onderzoeksvraag:

Op welke wijze kunnen de schoolresultaten van de leerlingen verbeterd worden?

Bij deze vraag zijn er twee begrippen, te weten schoolresultaten en leerlingen, die nadere specificatie behoeven. Heeft schoolresultaten betrekking op de examenresultaten? De CITO-toets? Heeft het begrip leerlingen betrekking op alle leerlingen van de school? Op leerlingen van klas 1B? Van VWO 4?

Uiteindelijk is het van belang dat er geen misverstand ontstaat wanneer iemand de onderzoeksvraag van je scriptie leest. Dat wil zeggen dat de begrippen helder gedefinieerd moeten zijn en geen ruimte moeten overlaten voor eigen interpretatie (de begrippen dienen ondubbelzinnig begrepen te worden).

Je hoeft niet alle begrippen te operationaliseren. Een begrip als geboortejaar spreekt voor zichzelf. Het is daarnaast afhankelijk van de aard van je onderzoek en onderzoeksvraag of je begrippen moet operationaliseren en welke begrippen je operationaliseert. In een onderzoek naar het verband tussen het gezondheidsrisico van jongeren en beweging zou je het gezondheidsrisico kunnen operationaliseren middels de BMI (Body Mass Index). Operationaliseren is vaak van belang bij scripties die zijn gericht op de verklaring van een verschijnsel of de evaluatie of meting van een werkwijze of oplossing, bijvoorbeeld van het effect van methode X op de prestaties van werknemers in bedrijf Y.

Het operationaliseren van begrippen in je onderzoeksvraag of in je scriptie is soms nodig omdat begrippen verschillende definities kunnen hebben. Zo kent de term ‘sturing’ verschillende betekenissen.

Begrippen kunnen op verschillende manieren geoperationaliseerd worden. De wijze waarop je ze operationaliseert is ook weer afhankelijk van je onderzoeksvraag en het doel van je onderzoek. Een begrip als depressie kan op de volgende manieren geoperationaliseerd worden:

• Registratie van fysieke reacties (mate van moeheid, eetlust, traagheid in motoriek en handelen);

• Een zelfrapportage op een depressievragenlijst 

• Een oordeel van iemand uit de omgeving (bijvoorbeeld een familielid)

• Observatie van gedrag (bijvoorbeeld een onverzorgd uiterlijk, weinig spraakzaam, geen sociale activiteiten ondernemen, etc.)

Heb je moeite met het opstellen en/of operationaliseren van je onderzoeksvragen? De professionele correctoren van Scriptium kunnen je op dit vlak van dienst zijn. We zijn namelijk gespecialiseerd in het taalkundig en inhoudelijk nakijken van scripties en verslagen. Bekijk het aanbod op onze site of neem direct contact met ons op. We staan 24 uur per dag en 7 dagen per week voor je paraat!


Kijk mijn thesis na

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels
 
 

Wanneer dubbele en wanneer enkele aanhalingstekens gebruiken in scriptie?

Gepost door om 10:03 in blog | 0 comments

In principe zijn er geen vaste regels als het gaat om het gebruik van enkele of dubbele aanhalingstekens. Toch geeft Scriptium er de voorkeur aan om bij citaten en uitspraken dubbele aanhalingstekens te gebruiken en bij overige zaken, zoals titels of zelfbedachte woorden, enkele aanhalingstekens, om goed onderscheid te maken. Twee voorbeelden:

Een van de geïnterviewden gaf het volgende aan: ”Wij maken op de werkvloer allemaal gebruik van hetzelfde systeem. Daar zijn eigenlijk zelden problemen mee.”

Bij deze zin is er sprake van een citaat en dan kun je beter dubbele aanhalingstekens gebruiken.

Alle afdelingen van het bedrijf maken gebruik van het ‘main system’

Bij deze zin is er sprake van een Engelse term, en dan kun je gebruikmaken van enkele aanhalingstekens. Enkele aanhalingstekens worden ook vaak gebruikt als alternatief voor gecursiveerde woorden of bij zelfverzonnen woorden.

Onderscheid tussen dubbele en enkele aanhalingstekens kan gemaakt worden voor een citaat binnen een citaat, bijvoorbeeld:

De manager zei het volgende: ”Iedere maandagochtend wordt een bijeenkomst gehouden om de medewerkers te motiveren. Ik sluit de bijeenkomst altijd af met enkele motiverende zinnen, zoals ‘we gaan ervoor!’ of ‘we gaan deze week het omzetrecord verbreken!’ Dat werkt meestal goed.”

Het is aan te raden om consequent te zijn bij het gebruik van aanhalingstekens. Als je bij een citaat dubbele aanhalingstekens gebruikt, dienen de andere citaten ook met dubbele aanhalingstekens geschreven te worden.

Scriptie meteen nakijken

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

 

Herhaling van zinnen in scriptie

Gepost door om 09:42 in blog | 0 comments

Het komt in scripties of andere teksten weleens voor dat er in twee of drie zinnen achter elkaar hetzelfde woord gebruikt wordt. Dit staat echter stilistisch niet altijd even mooi. Herhaling of dubbeling kan een (mooie) stijlfiguur zijn wanneer het bewust wordt gebruikt, om een woord extra te benadrukken, bijvoorbeeld in deze zin:

Ik begin…, ik be-gin… met de les. Ja, dames en heren, de les is nu begonnen.

Herhaling wordt in de literatuur vaak gebruikt door de auteur om met taal te spelen. In de oudheid gebruikten Griekse redenaars herhaling om hun boodschap te beklemtonen. Politici gebruiken het om het publiek te overtuigen of hun tegenstanders verbaal onderuit te halen.

In scripties daarentegen, sluipt herhaling van woorden er vaak onbewust in en is er soms sprake van een stijlfout. Hier wordt twee keer achter elkaar een zin met hetzelfde woord begonnen:

Daarnaast is dit een verouderde leerplichtwet, aangezien het merendeel van de arbeid tegenwoordig buiten de agrarische sector plaatsvindt. Daarnaast beseft men nu dat onderwijs zorgt voor vooruitgang.

Hoewel er in bovenstaande zinnen geen taalfout staat, is er wel sprake van een stijlfout, omdat beide zinnen met het woord ‘daarnaast’ beginnen. Dit staat simpelweg niet ‘mooi’. Het duidt op een gebrek aan finesse in het taalgebruik. Soms is er ook sprake van een onjuiste herhaling. Bijvoorbeeld bij deze zinnen:

• Ik heb geen zin om een scriptie te schrijven, maar ik heb er ook geen tijd voor ook

• Over welke periode heb je het over?

• Op zo’n partij als het Vlaams Belang zou ook niet op gestemd moeten worden

Als je moeite hebt met het aanbrengen van variatie in zinnen door verschillende woorden te gebruiken die hetzelfde betekenen, kun je synoniemen gebruiken. Je kunt ook besluiten eerst even te oefenen.

Een andere vorm van herhaling in scripties vindt niet op zinsniveau plaats, maar op tekst- of paragraafniveau. In dat geval worden (grote) stukken tekst herhaald. Voorkom dat je delen van teksten herhaalt. Bekijk ons correctieschema om te zien welke scriptiehulp we jou op dit vlak kunnen bieden.

Scriptie meteen nakijken

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

 

Verwijzen naar bedrijven in scriptie

Gepost door om 09:39 in blog | 0 comments

Hoe verwijs je naar bedrijven? Met ‘haar’ of ‘zijn’? Eén van de meest gemaakte fouten in scripties en verslagen die we bij Scriptium nakijken, is het verkeerd verwijzen naar een bedrijf dat in de tekst wordt genoemd. Het is dan ook soms erg lastig om het juiste verwijswoord te vinden.

De algemene regel is:

Naar bedrijven wordt meestal met het bezittelijk voornaamwoord ‘zijn’ verwezen. Het is dus ‘Albert Heijn en zijn verkoopcijfers of Hugo Boss en zijn medewerkers.

De reden dat er meestal verwezen wordt met ‘zijn’ is dat bedrijfsnamen als het-woorden fungeren: ‘het Coca Cola van nu’, ‘het Nokia van de toekomst’, ‘het Facebook van Mark Zuckerberg’, et cetera.

Er zijn echter uitzonderingen. Sommige bedrijfsnamen bevatten een herkenbaar de-woord, bijvoorbeeld ‘De KNVB’ of ‘De Bijenkorf’. Naar deze bedrijfsnamen wordt meestal met ‘haar’ verwezen. In het geval van de KNVB wordt alsnog met ‘zijn’ verwezen, vanwege het feit dat de ”B’ voor ‘bond’ staat, en dat is een mannelijk woord.

Bij afkortingen van bedrijfsnamen wordt het nog lastiger om het juiste verwijswoord toe te passen:

De UvA heeft haar website vernieuwd. De ‘u’ staat voor ‘universiteit’, en dat is een vrouwelijk woord. Bij afkortingen waar het lidwoord ‘het’ voor kan staan, dient ‘zijn’ te worden gebruikt:

Het CBS heeft een rapport uitgebracht over (…).

Bij sommige eigennamen kan zowel ‘het’ als ‘zijn’ worden gebruikt, bijvoorbeeld bij ASN Bank. Het woord ‘bank’ is zowel een mannelijk als vrouwelijk woord, dus kan er met ‘haar’ of ‘zijn’ naar worden verwezen.

Samengevat kan gezegd worden dat wanneer de naam van een onderneming een mannelijk woord bevat, er verwezen wordt met het bezittelijk voornaamwoord ‘zijn’. Als de onderneming een vrouwelijk woord bevat, verwijs je met ‘haar’. Wanneer het kernwoord van de bedrijfsnaam zowel mannelijk als vrouwelijk is, kun je er zowel met ‘zijn’ als ‘haar’ naar verwijzen. Bij veel bedrijfsnamen is er echter geen kernwoord af te leiden, zoals Google. Zulke namen worden aangemerkt als onzijdig, en dan moet ‘zijn’ worden gebruikt. De afkortingen NV en BV achter een bedrijfsnaam hebben geen invloed op de verwijsvorm.

Wil je dat we je scriptie, PVA of verslag compleet nakijken, op zowel taalfouten als inhoud? Bekijk onze scriptiehulp of neem contact met ons op via [email protected]

Scriptie meteen nakijken

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels