Click Fraud Protection

Scriptium.nl

De ik-vorm in een scriptie
4.8/5     4 stemmen
4 stemmen


Wij hechten waarde aan je mening. Breng je stem uit en laat ons weten wat je van Scriptium vindt.

Het komt vaak voor dat scripties of verslagen in de ik-vorm zijn geschreven, of dat delen daarvan in de ik-vorm zijn opgeschreven. Een voorbeeld is een zin als:

”In dit onderzoek beperk ik me tot de problemen op vlak van spreekvaardigheid. Met deze deelvraag tracht ik te achterhalen aan welke aspecten van spreekvaardigheid in de klas aandacht dient te worden besteed.”

Zo’n zin kan beter in een passieve vorm worden geschreven, ten behoeve van de objectiviteit en de neutrale ‘toon’ van de scriptie.

”Dit onderzoek beperkt zich tot de problemen op vlak van spreekvaardigheid. Met deze deelvraag wordt achterhaald aan welke aspecten van spreekvaardigheid in de klas aandacht dient te worden besteed.”

De zin kan ook in derde persoon worden geschreven, waarbij de ‘ik’ wordt veranderd in ‘de onderzoeker’. Dit geniet echter niet de voorkeur.

Een probleem dat zich vaak in het begin van een scriptie voordoet is het baseren van de probleemstelling op eigen ervaring of observatie. Daarbij wordt dan ook de ik-vorm gebruikt. Een voorbeeldzin:

”Tijdens mijn vorige stage heb ik dit probleem bij een uitwisselingsproject met leerlingen geconstateerd. De Nederlandse leerlingen waren nauwelijks in staat een gesprek met de Duitse leerlingen te voeren. Dit bevestigde mijn mening dat er meer aandacht moet worden besteed aan het oefenen van zowel spreek- als gespreksvaardigheid.”

Het is beter en wetenschappelijker om de probleemstelling niet op eigen ervaring of observatie te baseren, maar op die van anderen binnen de organisatie, of op wetenschappelijke bronnen. Zo wordt voorkomen dat de scriptie de vorm van een persoonlijk verslag krijgt en subjectief wordt. Het feit dat je zelf een probleem constateert hoeft namelijk niet te betekenen dat er ook daadwerkelijk sprake is van een probleem. Als het probleem daarentegen door wetenschappers is geconstateerd en wordt benoemd, steunt je probleemstelling op een wetenschappelijk fundament.

Bij bovenstaand voorbeeld kan dan worden aangegeven: ”uit verschillende onderzoeken blijkt dat de spreek- en gespreksvaardigheid in de Duitse taal van leerlingen onvoldoende ontwikkeld is (bron)”. Of je kunt er een interne bron bij zetten: (R. Beijers, persoonlijke communicatie, 6 maart 2015).

Vanuit het oogpunt van objectiviteit dient de ik-vorm in scripties niet gebruikt te worden. Het is namelijk belangrijk dat een scriptie in een wetenschappelijke ‘toon’ is geschreven. In principe dienen ook de woorden ‘mij’ en ‘mijn’ in scripties en thesissen te worden vermeden. Dat geldt ook voor het uiten van meningen als: ”in mijn optiek (…)”, ”ik sluit me aan bij deze visie (…)”, ”mijn mening is dat (…)”. Ook dit soort zinnen ondermijnen de objectiviteit en objectieve toon van je scriptie.

Er zijn een aantal uitzonderingen op de ‘basisregel’:

• In een reflectieverslag mag en moet soms de ik-vorm worden gebruikt

• Aan het eind van de scriptie, als er een reflectie is opgenomen, mag de ik-vorm worden gebruikt

• In het voor- en nawoord kun je de ik-vorm gebruiken

• Bij sommige studies, zoals filosofie en geschiedenis, is het gebruik van de ik-vorm soms toegestaan

• Sommige onderwijsinstellingen hebben minder strikte regels ten aanzien van het gebruik van de ik-vorm. Bespreek dit daarom ook altijd met je studiebegeleider.

Naast het niet gebruiken van de ik-vorm valt het ook af te raden om de we-vorm, je-vorm en u-vorm te gebruiken in thesisonderzoek. Een voorbeeldzin: ‘Als we de resultaten terugkoppelen naar het TOPOI-model, blijkt dat de organisaties steeds meer apart van elkaar opereren’. De we-vorm is niet te prefereren in scripties vanwege het feit dat de zin daardoor een belerende toon krijgt en je daarmee de lezer onrechtstreeks toespreekt. Bovendien wordt scriptieonderzoek meestal door één persoon uitgevoerd en niet door meerdere personen, waardoor het gebruik van ‘we’ ongepast is. Bij de je-vorm spreek je de lezer rechtstreeks toe, bijvoorbeeld: ‘Als je nu de resultaten van de toepassing van model A vergelijkt met die van de toepassing van model B, dan blijkt er een groot verschil te zijn’. Het is niet goed om de lezer rechtstreeks toe te spreken, omdat het de bedoeling is om ‘afstand’ te nemen van je onderzoek en je eigen stem als schrijver niet te laten horen. Bij het gebruik van ‘je’ lijkt het alsof de auteur de lezer direct toespreekt. Hetzelfde geldt voor het gebruik van ‘u’.

Scriptie meteen nakijken

vlag gb scriptium 1 Nederlands•Engels

 

Scriptie nakijken op Taal, Structuur, APA én Inhoud voor een Spotprijs