Introductie

Er bestaat veel misvatting over wat betrouwbaarheid en validiteit zijn. Een betrouwbaar onderzoek is niet per definitie valide, en een valide onderzoek hoeft geen betrouwbaar onderzoek te zijn. Bij het schrijven van je scriptie dien je in principe te streven naar een valide én betrouwbaar onderzoek.

Wat is validiteit?

Validiteit, ook wel geldigheid genoemd, zegt iets over de inhoud: wordt er gemeten wat de bedoeling is? Een voorbeeld van een probleem met de validiteit is wanneer een geïnterviewde besluit om sociaal wenselijke antwoorden te geven op je vragen. Dit gaat dan ten koste van de validiteit, omdat je dan niet meet wat je wilt meten. Een ander voorbeeld waarbij de validiteit aangetast wordt, is wanneer er sprake is van een placebo-effect. De resultaten zijn dan vertekend door het geloof van de respondenten of proefpersonen in de behandeling. 

Soorten validiteit

Er bestaan verschillende soorten validiteit. Een van de manieren om validiteit te categoriseren is door onderscheid te maken tussen interne en externe validiteit.

Interne validiteit heeft betrekking op de kwaliteit van het onderzoek in de meest brede zin van het woord. Het gaat er dan om of de getrokken conclusie met betrekking tot het onderzochte verband de juiste is, en of het gevonden verband op de juiste manier geïnterpreteerd is. Met andere woorden, of de interpretatie van het causale verband juist is. 

Onder externe validiteit wordt verstaan de mate waarin de onderzoeksresultaten generaliseerbaar zijn naar andere situaties of cases dan die van het onderzoek, ofwel de mate waarin ze generaliseerbaar zijn over de gehele populatie. Hiervoor dient de steekproef a-select te zijn.

Een voorbeeld: een onderzoek heeft als doel middels een nieuwe methode de schoolprestaties van alle leerlingen op een middelbare school te verbeteren. Er wordt gebruikgemaakt van een groep jongens uit de brugklas om de methode te testen. De onderzoeksresultaten zijn dan niet representatief voor de hele populatie, omdat meisjes en oudere leerlingen niet in de test zijn opgenomen. 

Wat is betrouwbaarheid?

Betrouwbaarheid heeft te maken met de mate waarin een meetinstrument betrouwbare informatie oplevert. Een betrouwbaar onderzoek is vrij van toevallige fouten. Een toevallige fout is een fout die toevallig ontstaat en waarschijnlijk niet zou gebeuren bij herhaling van het onderzoek. Betrouwbaarheid geeft de kans aan dat bij herhaling van het onderzoek dezelfde uitkomst wordt verkregen.

Een voorbeeld van een betrouwbaarheidsprobleem is als er weinig respondenten zijn voor het onderzoek. De kans dat er bij herhaling van hetzelfde onderzoek een ander resultaat uit komt, is dan groter. Een onderzoek is zelden honderd procent betrouwbaar, omdat er bij herhaling van hetzelfde onderzoek altijd wel verschillen zijn. 

Bij statistisch onderzoek spreekt men van een betrouwbaarheidspercentage. Bij een betrouwbaarheidspercentage van 90% is er 90% kans dat bij herhaling van het onderzoek dezelfde resultaten worden verkregen. Meestal wordt een betrouwbaarheidsniveau van 95% of 99% aangehouden. Hoeveel respondenten (steekproef) je voor het onderzoek nodig hebt, hangt af van de grootte van de onderzoekspopulatie. Je kunt de steekproefgrootte eenvoudig berekenen met de steekproefcalculator

Verschil tussen betrouwbaarheid en validiteit

Het verschil tussen betrouwbaarheid en validiteit is simpel uit te leggen aan de hand van het volgende voorbeeld. Stel dat je het gewicht van een kist wilt weten. Je plaatst hem op een weegschaal en de kist blijkt 6,8 kilo te zijn. De dag daarop weeg je de kist opnieuw, maar nu geeft de weegschaal 4,3 kilo aan. Het meetinstrument, de weegschaal, is niet betrouwbaar, en dus ook de resultaten niet. Stel nu dat je het gewicht van deze doos wilde weten, maar een duimstok pakt en de lengte van de kist opmeet. De kist blijkt 1,5 meter te zijn. De volgende dag meet je de kist weer en de lengte blijkt ook nu 1,5 meter te zijn. In dit geval is je onderzoek of meetinstrument betrouwbaar, want de resultaten zijn bij herhaalde meting gelijk. Het is echter niet valide, want je meet niet wat je wilt meten, namelijk het gewicht.  

Hoe waarborg je de validiteit in je scriptie?

Hoewel het vaak lastig is om te bewijzen dat een onderzoek valide is, dien je het wel in je scriptie te onderbouwen. De validiteit van je onderzoek kan op verschillende manieren gewaarborgd of vergroot worden. Enkele voorbeelden:

  • De interview- of enquêtevragen worden door iemand anders gecontroleerd.

  • De interview- of enquêtevragen zijn gebaseerd op het conceptueel model en geoperationaliseerde begrippen.

  • De uitgetypte interviews worden na afloop nog eens aan de geïnterviewden voorgelegd om na te gaan of hetgeen erin staat klopt met wat de geïnterviewden wilden zeggen.

  • Er wordt eerst een proefinterview gehouden om te zien of de geïnterviewde de vragen begrijpt. Aan de hand daarvan worden wel of geen aanpassingen gedaan.

  • De geïnterviewde of geënquêteerde beantwoordt de vragen anoniem, zodat de kans op sociaal wenselijke antwoorden wordt verlaagd.

  • De interviews worden opgenomen en volledig uitgeschreven voordat er verbanden en conclusies worden getrokken.

  • Er wordt gebruikgemaakt van in- en exclusiecriteria bij het uitzoeken van de bronnen.

Voorbeelden

Hieronder volgen enkele voorbeelden van hoe je de betrouwbaarheid van je onderzoek kunt waarborgen en vergroten: 

  • Er worden verschillende onderzoeksmethoden gebruikt ter beantwoording van de onderzoeksvraag (triangulatie). Een voorbeeld is enquêtes afnemen en interviews houden.

  • Er wordt gebruikgemaakt van (semi)gestructureerde interviews, met een vaste vragenlijst of topiclijst.

  • Een grote steekproefomvang: hoe groter de steekproef, hoe betrouwbaarder de resultaten.

  • Testen en hertesten; het onderzoek herhalen.

  • Peer-examination: de resultaten worden door iemand anders gecontroleerd.

De validiteit en betrouwbaarheid worden doorgaans in het hoofdstuk methode besproken. Vaak zien we ze aan het eind van dat hoofdstuk terug. Soms worden ze ook in het discussiegedeelte behandeld. Het hangt af van de eisen van je opleiding ten aanzien van de opbouw van de scriptie.

Professionele hulp van Scriptium

Heb je moeite met het schrijven van je scriptie? Weet je niet hoe je de validiteit en betrouwbaarheid kunt waarborgen? Bij Scriptium helpen we je graag bij het opstellen van een goed onderzoek. Schakel daarom vandaag nog een professionele begeleider in. Heb je je scriptie al afgeschreven? Laat je scriptie dan nakijken en redigeren op taalfouten, structuur en inhoud. Wij staan 24 uur per dag voor je klaar.

4 reacties

  1. Ik ben bezig met het stukje validiteit van mijn scriptie. Ik vroeg me af of als er meetfouten worden gemaakt, of dat invloed heeft op de validiteit of betrouwbaarheid? Dus of één van die twee wordt verlaagd?

  2. Hallo Vera,
     
    Als er meetfouten zijn gemaakt, kan zowel de validiteit als betrouwbaarheid worden verlaagd Je meet dan niet wat je zou moeten meten (bijvoorbeeld geen goede vragen in de vragenlijst) + de kans dat een andere onderzoeker bij herhaling van het onderzoek andere resultaten zal krijgen, wordt hoger. Dit verlaagt de betrouwbaarheid. In statistische zin heeft de term meetfouten alleen betrekking op betrouwbaarheid.

  3. Ik doe een onderzoek over de invloed van negatief nieuws op de emotionele staat van studenten op mijn faculteit. Ik heb echter maar 20 respondenten tot nu toe en ik moet er 100 hebben. Kun je dan zeggen dat de validiteit ook laag is omdat het aantal respondenten zo weinig is?

  4. Hallo Kaatje,
     
    bedankt voor je vraag. Nee, want je blijft ook bij 20 respondenten meten wat je wilt meten, namelijk het verband tussen negatief nieuws en de gemoedstoestand van studenten. Dus de validiteit blijft hetzelfde. Echter, de kans dat bij vervolgonderzoek een ander resultaat wordt verkregen, bij meer respondenten, wordt groter. Dus alleen de betrouwbaarheid wordt aangetast.

Laat een reactie achter